Maandelijks aanleveren pensioengevend inkomen

Vanaf 1 januari 2027 vervalt de peildatumsystematiek met een jaarinkomen. In het vernieuwde pensioenstelsel is het daadwerkelijke pensioengevende inkomen per maand maatgevend. U stelt dit inkomen dus iedere maand opnieuw vast. Op deze pagina leggen we u uit wat er wel en niet mee telt in het pensioengevend maandinkomen. En wat dit betekent voor uw administratie.

Wat telt mee in het maandinkomen voor uw werknemers?

  • Het vaste (deeltijd) maandinkomen, dit bestaat uit:
  1. Het vaste (deeltijd) maandsalaris. Dit is het actuele salaris van de werknemer in de maand. Deeltijdwerk en een verkorte periode door in- of uitdiensttreding zijn hierin al verwerkt. U rekent het inkomen dus niet om naar een fulltime- of jaarinkomen. Loonwijzigingen, zoals een cao-verhoging of functiewijziging, neemt u mee vanaf de maand waarop de wijziging van toepassing is. Is de wijziging met terugwerkende kracht vastgesteld, dan corrigeert u de aangiften over die eerdere maanden.

  2. De vaste pensioengevende toeslagen die in de betreffende maand toegekend zijn. Dit zijn bijvoorbeeld de reserveringen voor de vakantietoeslag of eindejaarsuitkering.
  • Pensioengevende variabele toeslagen
    Variabele pensioengevende toeslagen die in de betreffende maand toegekend zijn, zoals een incidentele bonus of consignatievergoeding.

Wat telt niet mee in het maandinkomen?

Niet alle vergoedingen en extra gewerkte uren zijn pensioengevend. Onkostenvergoedingen, betalingen in verband met een ambtsjubileum en uren boven de contracturen kunnen bijvoorbeeld uitgesloten zijn. In de cao of in uw regeling van arbeidsvoorwaarden staat welke loonbestanddelen meetellen voor het pensioengevend inkomen. Dit verandert niet door de komst van het vernieuwde pensioenstelsel. Er verandert ook niets in welke onderdelen van een individueel keuzebudget meetellen.

Wat betekent dit voor uw administratie?

  • U blijft het totaal van vaste en variabele pensioengevend inkomen per maand ongemaximeerd en zonder franchise aanleveren als Productloon van de pensioenverzekeringperiode (PVP).
  • Controleer welke variabele looncomponenten binnen uw organisatie pensioengevend zijn.
  • U levert de pensioengevende variabele looncomponenten in de betreffende maand ook apart aan als Productloon Incidenteel van de pensioenverzekeringperiode (PVP). Als er in een maand geen variabele pensioengevend componenten zijn, levert u aan met het cijfer nul.

Bijzondere situaties

Als uw werknemer langdurig ziek is, gaat u uit van het pensioengevend inkomen dat de werknemer zou hebben gehad als deze niet ziek was geworden. Reguliere loonsverhogingen die de werknemer zou hebben gekregen worden ook direct meegenomen in het pensioengevend inkomen. 

Als uw werknemer langdurig verlof heeft, zowel betaald als onbetaald, gaat u uit van het pensioengevend inkomen dat de werknemer zou hebben gehad als deze niet met verlof was gegaan. Reguliere loonsverhogingen die de werknemer zou hebben gekregen worden ook direct meegenomen in het pensioengevend inkomen. 

Krijgt uw werknemer een lager salaris door demotie en voldoet uw werknemer aan de voorwaarden voor een demotieregeling? Dan is het pensioengevend inkomen gelijk aan dat voor demotie, aangepast met cao-salarisstijgingen.

Neemt uw voormalige werknemer tijdens een ontslaguitkering, zoals wachtgeld, nog deel aan de pensioenregeling? Dan is het pensioengevend inkomen het (deeltijd) maandinkomen waarop de ontslaguitkering is gebaseerd.

Ontvangt uw werknemer een werkloosheidsuitkering? Dan worden premies afgedragen over het gecombineerd pensioengevend inkomen. Dit is het vaste (deeltijd) maandinkomen van uw werknemer in de maand vóór uw werknemer recht kreeg op een werkloosheidsuitkering plus de variabele toeslagen in het kalenderjaar voor uw werknemer werkloos werd gedeeld door 12. Het gecombineerd pensioengevend inkomen telt alleen mee voor het deel waarop uw voormalige werknemer recht heeft op een werkloosheidsuitkering.