ABP en APG roepen overheid op tot meer investeringsmogelijkheden in Nederland

Volgens pensioenbestuurders Corien Wortmann en Gerard van Olphen ontbreekt het de overheid aan ‘helder plan’
2 november 2020

Meer investeren in Nederland. Dat is wat pensioenfonds ABP en uitvoerder APG graag willen. Maar dat kan alleen als de overheid dat ook mogelijk maakt. Op dit moment zijn er te weinig mogelijkheden om als institutionele belegger in grote publieke werken te investeren. Dat moet anders, bepleiten bestuursvoorzitters Corien Wortmann (ABP) en Gerard van Olphen (APG) in een gezamenlijk interview in de Telegraaf. Wortmann: “Als wij maar 1% van het ABP-vermogen extra in Nederland zouden gaan beleggen, dan hebben we het over 4,5 miljard.”

 

Om economisch herstel na de coronacrisis te versnellen, zijn investeringen in Nederland hard nodig. Dat is ook de reden dat de overheid het Nationaal Groeifonds in het leven riep. In dat fonds zit €20 miljard voor projecten op het gebied van infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling en onderwijs. 

In beginsel een mooi initiatief, maar niemand anders dan de overheid ‘mag’ meedoen. Geen plek dus voor private investeringen. Een gemiste kans, stelt Van Olphen in de Telegraaf: “Het Groeifonds is volledig gericht op de €20 miljard aan publieke investeringen. Maar eigenlijk moet je toch willen dat die 20 miljard als een vliegwiel, als katalysator werkt voor private investeringen?”

Geen helder plan

Het ontbreekt de Nederlandse overheid volgens Van Olphen en Wortmann aan een helder plan om publiek geld en private investeringen samen in te zetten. Bijvoorbeeld voor de ontwikkeling en het onderhoud van infrastructuur en scholen. Maar deze zogeheten publiek-private samenwerkingen zijn wél nodig om als pensioenfonds meer in ons land te kunnen investeren. Volgens Wortmann is dat ook een wens van deelnemers van ABP: “Onze deelnemers vinden het belangrijk dat de pensioeneuro’s in Nederland bijdragen aan economische groei, aan werkgelegenheid, aan betere huisvesting.” Die pensioeneuro’s zitten nu veelal in buitenlandse projecten. Van Olphen noemt in het interview een paar voorbeelden: “Trams en metrolijnen in Barcelona en Madrid, tolwegen in Italië en Frankrijk, de rondweg van Melbourne, de luchthaven van Brussel, zonneparken in Californië en China.” 

Maar het kán ook in Nederland. Wortmann: “Er zijn wel een paar goede voorbeelden van publiek-private samenwerkingen. De renovatie van het ministerie van Financiën was er een van. En nu het onderhoud van de Afsluitdijk.”

België

België doet het volgens van Olphen stukken beter: “De Vlaamse overheid richtte een fonds op en zette dat op afstand van de overheid. De overheid stopte er zelf €90 miljoen in. Dat werd aangevuld met €500 tot 600 miljoen bancaire financiering. En vervolgens was er nog €1,5 miljard nodig voor dertig jaar aan onderhoud. Dat was privaat geld dat de overheid losmaakte door zelf €90 miljoen te investeren.”

Topbeleggers

Dus wat nu? Volgens Van Olphen en Wortmann is er wel degelijk een oplossing. Meer mogelijkheden om in Nederlandse publieke werken te investeren, waardoor er dus ook pensioenvermogen in kan worden gestoken. Dat biedt bovendien de mogelijkheid om gebruik te maken van de kennis en ervaring op beleggingsgebied. Topbeleggers van APG kunnen dan in een vroeg stadium meedenken bij investeringsmogelijkheden. Het belang van de deelnemer blijft in dit streven natuurlijk voorop staan, benadrukt Wortmann: “Het gaat wel om het pensioengeld van onze deelnemers. Dus we zullen daar op een verantwoorde manier mee om moeten gaan. Dat betekent dat projecten ook rendement moeten opleveren.”

Lees het hele interview hier.