Pensioen 1-2-3: laag 2

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. Dit is laag 2. Hierin vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. Wilt u meer details van uw pensioenregeling? In laag 3 vindt u juridische en beleidsmatige informatie van het ABP. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Ouderdomspensioen

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van ABP en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u vanaf uw 65ste, elke maand zolang u leeft. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van ABP is afhankelijk van de hoogte van uw salaris, de inhoud van de ABP-pensioenregeling en het aantal jaren dat u pensioen opbouwt.

ABP-pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst

De pensioenregeling waaraan u deelneemt, is een uitkeringsovereenkomst. U bouwt pensioen op over een gedeelte van uw brutosalaris. U bouwt niet over uw hele salaris pensioen op. Dit is omdat wij rekening houden met de AOW. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,657% aan ouderdomspensioen op.

Hoogte ouderdomspensioen bekijken

De hoogte van uw ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op mijnpensioenoverzicht.nl.
Lees meer over ouderdomspensioen
Nabestaandenpensioen

Nabestaandenpensioen voor uw partner

Zolang u bij uw werkgever werkt en daardoor deelneemt bij ABP, is er voor uw partner een nabestaandenpensioen als u overlijdt. Er is geen nabestaandenpensioen voor uw partner als u voor uw 65ste overlijdt en op dat moment geen pensioen meer opbouwt bij ABP. 

Meestal is nabestaandenpensioen automatisch geregeld

Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, hoeft u uw partner niet aan te melden. Maar woont u samen of trouwt u in het buitenland, dan weten wij dat niet. Wilt u regelen dat uw partner nabestaandenpensioen krijgt als u overlijdt?

  • Als u samenwoont: meld uw partner dan aan. Dit kan als u een samenlevingscontract heeft.
  • Als u in het buitenland: woont en trouwt, stuur of mail ons een kopie van uw huwelijksakte.

Nabestaandenpensioen verhogen

Vlak voordat u met pensioen gaat, kunt u ervoor kiezen het nabestaandenpensioen voor uw partner te verhogen. U ruilt daar ouderdomspensioen voor in.

Geen nabestaandenpensioen

Overlijdt u voor uw 65ste en bouwt u op dat moment geen pensioen meer op bij ABP, dan is er geen of een lager nabestaandenpensioen. U kunt wél op uw pensioendatum, of wanneer uw pensioenopbouw bij ABP stopt, een deel van uw ouderdomspensioen laten omzetten naar een nabestaandenpensioen voor uw partner. Dat betekent dat uw ouderdomspensioen dan lager wordt. Uw partner krijgt dan toch een pensioen uitbetaald van ABP als u overlijdt nadat u met pensioen bent gegaan. U ruilt dus een deel van uw ouderdomspensioen in voor nabestaandenpensioen.

Hoogte nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen voor uw partner is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot uw 65ste bij ABP pensioen zou opbouwen. Hoeveel nabestaandenpensioen uw partner krijgt, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht en op mijnpensioenoverzicht.nl.

Mogelijk recht op Anw-uitkering

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Lees meer over nabestaandenpensioen
Nabestaandenpensioen

Nabestaandenpensioen voor uw partner als u vanaf uw 65ste overlijdt

Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook nabestaandenpensioen voor uw partner op. Als u komt te overlijden heeft uw partner recht op een nabestaandenpensioen. Bij overlijden vanaf uw 65ste krijgt uw partner 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Hoeveel nabestaandenpensioen uw partner krijgt, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht en op mijnpensioenoverzicht.nl
Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) svb.nl.
Lees meer over nabestaandenpensioen
Nabestaandenpensioen voor kinderen

Nabestaandenpensioen voor uw kinderen

Het nabestaandenpensioen voor uw kinderen is automatisch geregeld. U hoeft niet aan ons door te geven dat u kinderen heeft. Als u overlijdt, krijgen uw kinderen maandelijks een pensioenuitkering. Het maakt geen verschil of uw kinderen uw eigen kinderen zijn, of zij geadopteerd zijn, of dat zij uw pleeg- of stiefkinderen zijn. Uw kinderen krijgen nabestaandenpensioen zolang zij nog geen 21 zijn. En zolang zij geen officiële partner hebben.

Hoogte nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen voor uw kind is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou ontvangen als u tot uw AOW-leeftijd bij ABP pensioen zou opbouwen. Dit verdubbelt als beide ouders overlijden. Hoeveel nabestaandenpensioen uw kinderen krijgen, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht en op mijnpensioenoverzicht.nl.
Lees meer over nabestaandenpensioen voor uw kinderen
Arbeidsongeschiktheidspensioen

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als u ontslagen wordt omdat u arbeidsongeschikt bent, vult Defensie uw WIA-uitkering aan met Militair ArbeidsongeschiktheidsPensioen. Hoeveel u precies krijgt, hangt af van de hoogte van uw WIA-uitkering. Zolang u aanspraak maakt op een militair arbeidsongeschiktheidspensioen, bouwt u pensioen op. De mate waarin u arbeidsongeschiktheid bent, bepaalt hoeveel ouderdomspensioen u opbouwt. Door uw arbeidsongeschiktheid is uw pensioen straks wel lager. U kunt wel zelf sparen voor meer pensioen tijdens uw arbeidsongeschiktheid.
Lees meer over arbeidonsgeschiktheid

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

Geen nabestaandenpensioen

Overlijdt u nadat u stopt bij uw werkgever, dan is er geen nabestaandenpensioen

Uw partner heeft recht op nabestaandenpensioen, maar dit komt te vervallen:

  • als uw pensioenopbouw bij ABP stopt omdat u uw baan verliest of omdat u pensioen gaat opbouwen bij een ander pensioenfonds, én
  • u voor uw 65ste overlijdt.

U kunt ervoor zorgen dat uw partner toch nabestaandenpensioen ontvangt. Als uw pensioenopbouw bij ABP stopt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner. Dit betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Het is dus belangrijk dat u en uw partner nagaan of het nodig is om zelf iets te regelen voor die situatie. U kunt bijvoorbeeld een verzekering afsluiten.

Nabestaandenpensioen dat is opgebouwd voor 1 juli 1999 vervalt niet.
Lees meer over nabestaandenpensioen

Hoe bouwt u pensioen op?

Drie pijlers

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. De hoogte van de AOW is afhankelijk van hoeveel jaren u verzekerd was voor de AOW. U ontvangt een volledige AOW als u in de 50 jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd verzekerd bent geweest. Als u in Nederland woont of werkt bent u automatisch verzekerd. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd en voor de AOW-bedragen. Deze worden jaarlijks aangepast.

B. Uw pensioen dat u via uw werkgever opbouwt

De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij ABP. Op het UPO staat het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd. En het pensioen op uw 65ste als u tot dat moment bij ABP blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook informatie over het nabestaandenpensioen voor uw partner en kinderen. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

Naast AOW en ABP-pensioen kunt u uw pensioen onder bepaalde voorwaarden verder aanvullen. Met bijvoorbeeld ABP ExtraPensioen of met een aanvulling via een bank of verzekeraar. Zo heeft u straks als u stopt met werken ook nog een inkomen.
Lees meer A, B en C

Eindloon

U bouwt pensioen op in een eindloonregeling

U bouwt niet over uw hele brutosalaris pensioen op. Wij houden namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Wij berekenen uw pensioen met uw salaris van het jaar voor het jaar dat u met pensioen gaat. Als u bijvoorbeeld in 2018 met pensioen gaat, berekenen we uw pensioen met het pensioengevend salaris van 2017. Deze factoren spelen een rol:
  • het opbouwpercentage
  • de franchise
  • uw pensioengevend salaris
  • uw deeltijdfactor
  • uw pensioengeldige tijd

U ontvangt uw pensioen vanaf uw 65ste, elke maand zo lang u leeft.

Onze indexatieambitie is sinds 1 januari 2016 gebaseerd op de prijsontwikkeling. Daarvoor was dat  de loonontwikkeling. Voor uw pensioen betekent dit dat wij uw pensioenaanspraken elk jaar aanpassen als de prijsontwikkeling afwijkt van de loonontwikkeling.
Lees meer over eindloon
Opbouw

Opbouwpercentage

Dat is het percentage pensioen dat u opbouwt. Het opbouwpercentage is 1,657%. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,657% aan ouderdomspensioen op.

Stel: u verdient € 50.000 per jaar. De franchise is € 18.850. Het opbouwpercentage is 1,657%. Dan bouwt u in een jaar € 516,16 ouderdomspensioen op. Het pensioen dat u uiteindelijk krijgt, berekenen we met het jaarsalaris dat u in het jaar vóór uw ontslag ontvangt. Voor de berekening van uw pensioen doen we dus alsof u de hele periode dat salaris heeft ontvangen.
Lees meer over opbouwpercentage
Premie

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen

U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. Zo betaalt u in 2016 30% voor uw ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen en uw werkgever 70%. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. U en uw werkgever betalen premie voor:
  • ouderdoms- en nabestaandenpensioen 17,5%: uw werkgever 12,25% en u 5,25%
  • Anw-compensatie 0,4%: uw werkgever 0,1% en u 0,3%
Beide premies worden berekend over uw pensioengevend salaris nadat dit verminderd is met de franchise.
Lees meer over pensioenpremie

Welke keuzes heeft u zelf?

Waardeoverdracht

Waardeoverdracht

Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij ABP en wordt het vanaf uw 65ste aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan ABP en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Lees meer over waardeoverdracht
Extra pensioen

Extra pensioen opbouwen

Bij ABP is het mogelijk om, naast uw verplichte pensioenopbouw, vrijwillig extra pensioen op te bouwen. De extra pensioenpremie wordt, net als de premie voor de verplichte pensioenopbouw, via uw werkgever op uw salaris ingehouden. Uw werkgever draagt de premie af aan ABP. Er is geen minimumbedrag. Wel een maximum: de fiscale ruimte voor pensioen. Fiscale ruimte is het verschil tussen het bedrag dat u wettelijk maximaal belastingvrij aan pensioen mag opbouwen en het bedrag dat u daadwerkelijk opbouwt. Als u meer informatie wilt over de vrijwillige extra pensioenregeling, dan kunt u terecht bij uw werkgever. Via uw werkgever kunt u zich aanmelden.
Lees meer over ABP ExtraPensioen
Nettopensioenregeling

Nettopensioenregeling

Heeft u een pensioengevend salaris boven € 103.317? Dan bouwt u over het deel boven € 103.317 geen pensioen op. U kunt de lagere pensioenopbouw compenseren met de nettopensioenregeling. Deze regeling zorgt voor aanvullende pensioenopbouw. U betaalt de premie vanuit uw nettosalaris. Deze regeling is vrijwillig, u bepaalt dus zelf of u deelneemt. Ook bepaalt u zelf uw deelnamepercentage. U kunt deelnemen voor 25, 50, 75 of 100%.

De regeling biedt drie mogelijkheden:

  • Totaalpakket: U spaart voor een kapitaal dat wordt omgezet in ouderdoms- en nabestaandenpensioen als u met pensioen gaat. Ook spaart u voor extra nabestaandenpensioen als u overlijdt tijdens deelname aan de nettopensioenregeling.
  • Opbouwpakket: U spaart voor een kapitaal dat wordt omgezet in ouderdoms- en nabestaandenpensioen als u met pensioen gaat.
  • Risicopakket: U spaart voor extra nabestaandenpensioen als u overlijdt tijdens deelname aan de nettopensioenregeling.
Lees meer over nettopensioenregeling en bekijk met de Rekenhulp wat deelname aan de nettopensioenregeling kost en oplevert. Via de rekenhulp kunt u de nettopensioenregeling aanvragen.
Extra nabestaandenpensioen

Ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner

Gaat u met pensioen of gaat uw weg bij ABP en er is geen of te weinig nabestaandenpensioen voor uw partner als u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van ABP als u overlijdt na uw 65ste.

Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om ouderdomspensioen te ruilen voor nabestaandenpensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.
Lees meer over het ruilen van ouderdomspensioen of kijk in het pensioenreglement.

Extra ouderdomspensioen

Nabestaandenpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook nabestaandenpensioen voor uw partner op. Er kunnen redenen zijn waarom u het nabestaandenpensioen voor uw partner wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). Als u een partner heeft moet deze het er wel mee eens zijn. Zonder toestemming kunt u het nabestaandenpensioen niet ruilen.

Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om nabestaandenpensioen te ruilen voor ouderdomspensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.
Lees meer over het ruilen van nabestaandenpensioen of kijk in het pensioenreglement.

Hoe zeker is uw pensioen?

Risico

Welke risico’s zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf het moment dat uw pensioen opbouw start tot uw laatste pensioenbetaling kan wel 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.

ABP probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Wij moeten dan meer geld hebben dan waar we eerder op rekenden.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente, hoe meer geld ABP ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente over een lange periode laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt ABP ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

ABP houdt rekening met risico’s om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen.
Lees hoe ABP de risico’s beheerst

Besluiten van het fondsbestuur over het beleid over de hoogte van de premie en de indexatie zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden.
Lees meer over de financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad

Welvaartsvast

Waardevast pensioen

Zolang u werkt (of een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, leeftijdsontslag militairen of werkloosheid ontvangt) bouwt u ieder jaar pensioen op. Uw opgebouwde pensioen groeit mee met de stijging van uw loon. Hoeveel pensioen u krijgt als u stopt met werken, wordt gebaseerd op het loon dat u ontvangt in het jaar voordat u met ontslag gaat (niet zijnde leeftijdsontslag). Of op de uitkering die u ontvangt in het jaar voordat uw pensioen ingaat.

ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de stijging van de prijzen. Dit heet indexatie.

ABP heeft besloten dat het opgebouwde pensioen per 1 januari 2017 niet wordt verhoogd. Dit geldt voor alle deelnemers. Ook de deelnemers in de eindloonregeling leveren, als zij pensioen opbouwen, bij geen of een beperkte indexatie een bijdrage aan het herstel van de financiële positie van het pensioenfonds. Dit betekent dat de pensioenaanspraken worden gecorrigeerd voor ieder jaar dat sprake is van geen of beperkte indexatie. Voor deze jaren wordt een 'beperkingsbedrag' vastgesteld. De 'beperkingsbedragen' worden in mindering gebracht op de pensioenaanspraken. Dit kan betekenen dat het 'te bereiken pensioen' lager is dan op uw pensioenoverzicht van voorgaande jaren. Besluit ABP om volledig te indexeren? Dan kan het ook besluiten om indexaties, die in het verleden niet of niet volledig zijn toegekend, alsnog toe te kennen. In dat geval worden de beperkingsbedragen op het pensioen weer ongedaan gemaakt.
Lees meer over indexatie

Tekort

Als er een tekort is

Ondanks alle voorzorgen kan het gebeuren dat ABP toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Daarvoor is er een zogenoemd herstelplan opgesteld. In het herstelplan hebben we zorgvuldig afgewogen wat de beste oplossing is om uiterlijk eind 2026 de vereiste dekkingsgraad te bereiken. Belangrijkste maatregel is de pensioenen niet of niet helemaal te verhogen (indexeren) met de stijging van de lonen (bij overheid en onderwijs) gedurende deze periode. Het herstel kan sneller dan verwacht plaatsvinden, maar ook langzamer. In dat laatste geval kunnen aanvullende maatregelen nodig zij, zoals het langer uitblijven van indexatie of in het uiterste geval een verlaging van de pensioenen.


Jaar
Verlaging
2015
0%
2014
0%
2013
0,5%
2012
0%
2011
0%
De verlaging van 2013 is in 2014 beëindigd.

De percentages zijn berekend over uw brutopensioen en betreffen alleen uw pensioen bij ABP. De verlaging heeft geen betrekking op uw AOW.
Lees meer over hoe ABP er financieel voor staat

Welke kosten maken wij?

Kosten

Welke kosten maken wij?

ABP maakt kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Bijvoorbeeld kosten voor de administratie. Dit zijn kosten die we maken bij het uitbetalen van de pensioenen en het innen van de premies. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). We maken ook kosten bij het beheren van het vermogen. Beleggen van het vermogen kost geld. Zo betalen wij de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. In het jaarverslag op onze site vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

Waardeoverdracht

Als u verandert van pensioenuitvoerder

Bouwt u geen pensioen meer op bij ABP, dan kunt u uw opgebouwde ABP-pensioen meenemen naar een andere pensioenuitvoerder. U krijgt dan later geen pensioen van ABP maar van de pensioenuitvoerder waarnaar u uw pensioen overdraagt. Vraag waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Een voorwaarde voor waardeoverdracht is dat de financiële situatie van ABP en de andere pensioenuitvoerder voldoende is.

  • Vraag bij de nieuwe pensioenuitvoerder een offerte aan. Zodra de financiële situatie van ABP en de andere pensioenuitvoerder voldoende is, kan uw aanvraag in behandeling genomen worden.
  • Pensioen meenemen van ABP is gratis bij ABP.
  • Is uw pensioen lager dan € 465,94 bruto per jaar, dan kopen wij uw pensioen op uw AOW-leeftijd af. U ontvangt dan geen maandelijkse uitkering maar een eenmalig bedrag. U kunt dit voorkomen door uw pensioen mee te nemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.
  • Als u overlijdt en uw waardeoverdracht is nog niet geregeld, dan heeft dat financiële gevolgen voor uw nabestaanden. U kunt dit voorkomen door (tijdelijk) ouderdomspensioen te ruilen voor nabestaandenpensioen. Deze keuze maken we ongedaan zodra uw pensioen is overgedragen naar de andere pensioenuitvoerder.
Laat u vooraf goed informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij ABP en wordt het vanaf uw 65ste aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan ABP en u gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Lees meer over waardeoverdracht
Arbeidsongeschiktheidspensioen

Arbeidsongeschiktheidspensioen

De opbouw van uw pensioen verandert niet zolang uw salaris niet wijzigt en u in dienst blijft bij Defensie. Na ontslag vult Defensie uw uitkering aan met Militair ArbeidsongeschiktheidsPensioen.

Hoeveel u precies krijgt, hangt af van de hoogte van uw WIA-uitkering. Zolang u aanspraak maakt op een militair arbeidsongeschiktheidspensioen, bouwt u pensioen op. De mate waarin u arbeidsongeschiktheid bent, bepaalt hoeveel ouderdomspensioen u opbouwt. Door uw arbeidsongeschiktheid is uw pensioen straks wel lager. U kunt wel zelf sparen voor meer pensioen tijdens uw arbeidsongeschiktheid.
Lees meer over arbeidsongeschiktheid
Samenwonen Trouwen

Als u gaat samenwonen, als u gaat trouwen of als u een geregistreerd partnerschap aangaat

Trouwen of een geregistreerd partnerschap is voor uw pensioenregeling hetzelfde. Wij krijgen dit automatisch door van uw gemeente als u in Nederland woont. Als u in het buitenland woont, moet u het zelf aan ons doorgeven door een kopie van uw huwelijksakte naar ons te sturen.

Het is belangrijk om te weten dat als u ongetrouwd samenwoont uw partner niet automatisch recht op nabestaandenpensioen heeft als u overlijdt. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. U moet bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Om uw partner aan te melden, stuurt u ons een kopie van dit samenlevingscontract.

Trouwen, een geregistreerd partnerschap en het aanmelden van een partner hebben geen gevolgen voor uw pensioenopbouw. Maar wel voor uw pensioen als u ooit uit elkaar gaat.
Lees meer over trouwen of samenwonen

Scheiden

Als u het samenwonen beëindigt. Of als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt

Woont u in het buitenland of woont u samen, dan weten wij het niet als u uw relatie beëindigt. Het is belangrijk dat u ons daarover informeert. Woont u in Nederland en gaat u scheiden of beëindigt u uw geregistreerd partnerschap, dan krijgen wij dat door van de gemeente waar u woont.

Als u en uw partner uit elkaar gaan, moet u samen afspraken maken over hoe u het pensioen verdeelt:

  • U gaat scheiden of beëindigt uw geregistreerd partnerschap. Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar ABP op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken. Uw ex-partner heeft ook recht op het nabestaandenpensioen dat u opbouwde tot de datum van echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het nabestaandenpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht. Dan moet u ons wel informeren.
  • U en uw partner wonen niet meer samen. Had u uw partner aangemeld bij ABP? Meld uw ex-partner dan af. Doet u dat niet, dan loopt de opbouw van het nabestaandenpensioen door. U kunt met uw ex-partner bespreken of hij of zij af wil zien van het nabestaandenpensioen. Belangrijk om te weten: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Lees meer over wat het voor uw pensioen betekent als u uw relatie beëindigt

Buitenland

Als u verhuist naar het buitenland

Geef ons uw nieuwe adres door. Ook als u in het buitenland verhuist. Wij krijgen dit namelijk niet door van uw gemeente. Verhuist u vanuit het buitenland naar Nederland, schrijf u dan in bij uw nieuwe gemeente en informeer ABP hierover. Verhuist u in Nederland dan hoeft u niets te doen. Wij krijgen uw adres dan automatisch door. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op svb.nl.
Lees meer over verhuizen
Werkloos

Als u werkloos wordt

Als u werkloos wordt en een WW-uitkering krijgt, bouwt u nog 37,5% pensioen op. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV. Behalve als u in dienst was bij een werkgever die vrijwillig is aangesloten bij ABP. Dan moet u dit zelf aan ons doorgeven. Tijdens uw uitkering kunt u tot maximaal 100% van wat u eerder opbouwde bijsparen voor meer pensioen. Wilt u bijsparen? De aanvraag om bij te sparen moet u binnen drie maanden na uw ontslag naar ons toesturen.

Pensioen vrijwillig voortzetten

Heeft u nog geen pensioenvoorziening, dan kunt u zich als ex-deelnemer van ABP maximaal 3 jaar bij ABP aansluiten. Als u hiervoor kiest blijft uw pensioenopbouw hetzelfde als bij uw vorige baan. Wij nemen uw laatstverdiende salaris (en deeltijdfactor) van uw vorige werkgever als basis voor uw pensioen. De premie betaalt u zelf: het werknemers- én het werkgeversdeel. Start u uw eigen bedrijf, dan kunt u onder voorwaarden maximaal 5 jaar pensioen blijven opbouwen bij ABP.
Lees mee over het vrijwillig voortzetten van uw pensioen en bereken uw premie en opbrengst
Mijnpensioenoverzicht

Mijnpensioenoverzicht.nl

Bekijk in ieder jaar één keer per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op mijnpensioenoverzicht.nl.

Keuzes

Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid

De keuzemogelijkheden vindt u onder 'Welke keuzes heeft u zelf?'. Maakt u een keuze, dan is deze definitief. U kunt uw keuze niet meer terugdraaien.