5 Vragen over het nabestaandenpensioen

14 december 2020

Met een pensioen spaart u niet alleen voor uw eigen oude dag, u zorgt ook dat uw partner en kinderen goed verzorgd achterblijven. Maar wat is een nabestaandenpensioen precies? En wie komt er eigenlijk voor in aanmerking? Hieronder hebben we de vijf belangrijkste vragen voor u op een rijtje gezet.

Meer weten? De hoogte van het bedrag van het nabestaandenpensioen voor uw partner en/of uw kinderen ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u elk jaar van ons ontvangt. U vindt dit ook terug in MijnABP. Op abp.nl/nabestaanden vindt u meer informatie over het nabestaandenpensioen.

Het nabestaandenpensioen is een verzamelnaam. Eigenlijk hebben we het over twee verschillende zaken: 

• een nabestaandenpensioen voor uw partner en 

• een nabestaandenpensioen voor uw kinderen. 

Partner en kinderen kunnen in de meeste gevallen een uitkering krijgen als de persoon die pensioen opbouwt of heeft opgebouwd overlijdt. Een ex-partner kan ook recht hebben op een nabestaandenpensioen. Bij ABP bouwt iedere deelnemer nabestaandenpensioen op. Dus ook als u geen partner heeft. Als u op de ingangsdatum van uw pensioen geen partner heeft dan verhogen wij uw ouderdomspensioen met het nabestaandenpensioen dat u vanaf 1 juli 1999 heeft opgebouwd.
Het nabestaandenpensioen is bedoeld voor uw huidige partner/mogelijke ex-partner als uw huwelijk/partnerschap voor AOW-leeftijd plaatsvindt. Het is een levenslange uitkering maar kan veranderen als er iets wijzigt in de persoonlijke situatie van uw nabestaande. Bijvoorbeeld als uw nabestaande een nieuwe partner krijgt. De uitkering gaat in vanaf het moment dat u overlijdt en stopt wanneer uw (ex-)partner overlijdt. 

Voor de kinderen is er het nabestaandenpensioen voor kinderen. Dat wordt betaald vanaf het moment dat u overlijdt tot uw kind 25 jaar wordt. Dan stopt deze uitkering. Het nabestaandenpensioen voor uw kinderen is automatisch geregeld. U hoeft niet aan ons door te geven dat u kinderen heeft. Ook geadopteerde, stief- of pleegkinderen kunnen recht hebben op nabestaandenpensioen. De geadopteerde, stief- of pleegkinderen moeten op uw adres zijn ingeschreven en u draagt bij in de kosten van levensonderhoud. Zij moeten na uw overlijden zelf of via de partner/voogd contact opnemen met ABP. Deze gegevens ontvangen wij niet automatisch van de gemeente.

Als u in Nederland getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, hoeft u niets te doen. De gemeente geeft dat aan ABP door. 

Bent u in het buitenland getrouwd? Dan stuurt u ABP de kopie van de trouwakte om te zorgen dat uw partner na uw overlijden een nabestaandenpensioen krijgt. 

Wanneer u voor een samenlevingscontract bij de notaris bent geweest, moet u zelf uw partner aanmelden via MijnABP. 

Woont u samen zonder samenlevingscontract? Regel dat dan bij de notaris en meld daarna uw partner aan, zodat uw partner ook recht heeft op nabestaandenpensioen.

Bij een scheiding wordt het nabestaandenpensioen dat u heeft opgebouwd tot u ging scheiden gereserveerd voor uw ex-partner. Onder de ex-partner verstaan we de persoon met wie u getrouwd was, een geregistreerd partnerschap had of met wie u een door de notaris gemaakt samenlevingscontract (u moet uw partner wel hebben aangemeld bij ABP) had. 

Als u en uw partner scheiden/uit elkaar gaan, kan uw ex-partner afstand doen van het nabestaandenpensioen. Dat regelt u samen in het echtscheidingsconvenant of uw ex-partner tekent een afstandsverklaring. 

Heeft u een nieuwe partner waarmee u vóór uw AOW-leeftijd trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of een samenlevingscontract afsluit? Dan heeft uw nieuwe partner recht op het nabestaandenpensioen waar uw ex-partner afstand van heeft gedaan.
Ziet uw ex-partner niet af van het nabestaandenpensioen? Dan wordt het nabestaandenpensioen voor uw nieuwe partner verminderd met het nabestaandenpensioen dat uw ex-partner ontvangt.

Als u in Nederland woont, geeft de gemeente aan ABP door dat u bent overleden. Om het nabestaandenpensioen in orde te maken vragen we soms aanvullende informatie op bij uw nabestaanden. In de tweede maand na uw overlijden ontvangt uw nabestaande het nabestaandenpensioen, ook over de voorgaande maanden. In een enkele situatie lukt het ons niet om uw nabestaandenpensioen binnen twee maanden te regelen omdat we dan aanvullende regelingen moeten uitzoeken. 

Woont u in het buitenland? Dan krijgen we geen informatie van uw gemeente. Uw nabestaande moet het overlijden dan zelf aan ABP laten weten door het sturen van de overlijdensakte.

Heeft u pensioenopbouw tussen 1 juli 1999 en 1 januari 2018? Dan is het moment voor overlijden van invloed op de hoogte van het nabestaandenpensioen. Hierbij wordt verschil gemaakt tussen overlijden voor en na 65 jaar. Het moment van overlijden is niet van invloed op de hoogte van het nabestaandenpensioen als er sprake is van alleen pensioenopbouw voor 1 juli 1999 en/of vanaf 1 januari 2018.

Ook de datum waarop u met pensioen gaat heeft invloed op de hoogte van het nabestaandenpensioen. Overlijdt u voor uw pensioendatum, terwijl u tot dat moment werkte en pensioen opbouwde bij ABP? Dan krijgt uw partner het opgebouwde nabestaandenpensioen plus het nabestaandenpensioen dat u had kunnen opbouwen bij een ongewijzigde voortzetting van uw dienstverband tot aan uw AOW-leeftijd. 

Daarnaast kunt u als u met pensioen gaat nog keuzes maken die de hoogte van het nabestaandenpensioen voor uw partner veranderen. Bijvoorbeeld u verhoogt uw ouderdomspensioen met het nabestaandenpensioen voor uw partner. Als u hiervoor kiest ontvangt uw partner een lager of geen nabestaandenpensioen. Heeft u een partner als u met pensioen gaat? Dan heeft u wel zijn of haar toestemming hiervoor nodig. Op deze pagina leest u meer informatie over veranderen van de hoogte van het nabestaandenpensioen.

Deel deze pagina

Hulp nodig?