‘De omgeving moet veranderen. Niet de vrouw’

Sophie van Gool over de loonkloof tussen mannen en vrouwen
30 september 2022
Econoom en auteur Sophie van Gool opende deze week de expositie 'Vrouw en inkomen' in het kader van 100 jaar ABP. Ze schreef onder meer het boek ‘Waarom vrouwen minder verdienen: en wat we eraan kunnen doen’. De oorzaak is niet alleen dat vrouwen veel vaker parttime werken dan mannen, stelt ze duidelijk: “Vrouwen doen veel meer onbetaald werk, beroepen waar veel vrouwen werken betalen minder en vrouwen krijgen minder voor hetzelfde werk.”
ABP bestaat dit jaar 100 jaar. Daarom bieden we een digitale expositie 'Vrouw en inkomen' aan. Aanleiding is de pensioenkloof in Nederland. We kijken 100 jaar terug en 100 jaar vooruit op de strijd voor gelijke rechten en een gelijke behandeling voor vrouwen en mannen. Sophie van Gool opende de live versie van deze expositie in Heerlen. 

Is een expositie als deze nog nodig in deze tijd?

“Ja! Vrouwen verdienen minder dan mannen. Logisch, hoor je mensen dan zeggen. Vrouwen werken veel vaker parttime. Maar als je dat wegstreept en alleen kijkt naar het uurtarief voor hetzelfde werk, krijgen ze gemiddeld nog steeds 6% minder salaris. Dat is bijna een maandsalaris per jaar. Het gevolg is dat vrouwen ook minder pensioen opbouwen. Veel vrouwen zijn niet financieel zelfstandig. Met deze inflatie zijn alleenstaande moeders een van de meest kwetsbare groepen.”

U bekeek zojuist de expositie. Daar bleef u stilstaan bij de uitkomst van het onderzoek dat de helft van de Nederlanders verwacht dat de loonkloof er over 100 jaar nog zal zijn. Verraste u dat?

“Wat mij opviel, is dat niet iedereen het belangrijk vindt dat die kloof wordt gedicht. 79% van de vrouwen en 66% van de mannen vindt dit wenselijk. Je zou verwachten dat dat 100% zou zijn. De oorzaak moet je, denk ik, zoeken in onverschilligheid. Of misschien beter: ongemak. In gesprekken proef ik dat mensen er niet over willen nadenken, omdat ze dan boos worden. Sommigen zijn tevreden met hun salaris en willen er geen punt van maken. Velen hebben het idee dat ze er geen invloed op hebben.”

En klopt het dat ze er niets aan kunnen doen?

“Voor een deel klopt dat wel. Werk dat vrouwen doen waarderen we minder dan werk van mannen. Je ziet heel veel verschillende ideeën (en ook smoezen) waarom dit zo is. Vrouwen voeren 70% van de cruciale beroepen uit: zorg, onderwijs, schoonmaak, supermarkten, kinderopvang. Dat zijn sectoren met lagere salarissen.”

Moeten vrouwen meer voor zichzelf opkomen?

“Volgens mij moeten we vrouwen meer serieus gaan nemen. Vrouwen proberen het wel, maar ze kunnen het niet alleen. Ze moeten opboksen tegen onbewuste vooroordelen over onder meer leiderschap. Ze voldoen niet aan het stereotype beeld en staan 1-0 achter. En dan heb ik het nog niet over een vrouw van kleur of met een hoofddoek. De omgeving moet veranderen. Niet de vrouw.”

Wat zouden vrouwen wél kunnen doen?

“Vraag je collega’s hoeveel zij verdienen. En als je merkt dat er een loonkloof is, kaart het aan bij de afdeling personeelszaken of de Ondernemingsraad. Of zoek extern juridische hulp. Bij het College voor de Rechten van de Mens kun je dit eenvoudig en gratis laten uitzoeken met een ‘verzoek om een oordeel’. Je staat gewoon in je recht. Gelijk loon is sinds 1957 een mensenrecht in Europa en sinds 1975 staat het ook in de Nederlandse wet.”
“Werkgevers zijn verplicht om zich hieraan te houden. Helaas kan nog geen 1% aantonen dat ze daadwerkelijk gelijk belonen. Als jou dit treft, is mijn advies: doe het collectief. Want als er een loonkloof is, is dat een gemeenschappelijk probleem. Van mannelijke én vrouwelijke collega’s. Niet alleen van jou.”

Welke rol speelt het feit dat veel vrouwen parttime werken?

“Je bedoelt dat vrouwen parttime betááld werken. Vrouwen werken parttime, maar hebben niet veel meer vrije tijd. Waarom niet? Zij doen veel onbetaalde arbeid. Schoonmaken, oppassen op de kinderen, mantelzorg, enzovoort. Moet je eens kijken hoeveel dat kost als je dat uitbesteedt. Maar als je het zelf doet, is het zogenaamd waardeloos.”
“Als mensen gaan scheiden, hoor ik stellen zeggen: jij koos er toch zelf voor om minder te gaan werken? Daarbij vergeten ze dat de partner die wel fulltime bleef werken, alle kansen kreeg om verder te groeien dankzij de thuisblijvende partner.”
“Ik ben afgelopen jaar zelf moeder geworden. Het is veel fijner als je partner op je kind past dan als de baby naar de opvang gaat. Je gaat met een gerust hart de deur uit. Je hoeft niet plots je kind op te halen als hij of zij ziek is. Dus je kunt je beter concentreren op je werk. En het is heel goed als vaders ervaren hoe druk het is om de hele dag met een kleintje thuis te zijn. Dat zorgt voor meer begrip over en weer.”