Welke risico’s zijn er?
De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Van het moment dat uw pensioenopbouw start tot uw laatste pensioenbetaling kan wel 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.
ABP probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Wij moeten dan meer geld hebben dan waar we eerder op rekenden.
De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente, hoe meer geld ABP ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente over een lange periode laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.
Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt ABP ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.
ABP houdt rekening met risico’s om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen.
Besluiten van het bestuur over het beleid over de hoogte van de premie en de indexatie zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds.
Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden.