Wat gebeurt er op 1 januari 2027?

De nieuwe regels voor pensioen

Op 1 januari 2027 zijn wij van plan over te gaan naar de nieuwe regels voor pensioen.  Het totale pensioenvermogen van ABP verdelen we. We berekenen precies hoeveel ieder pensioen in totaal waard is en hoeveel geld er in de gezamenlijke buffer komt. Al deze bedragen zetten we over naar het vernieuwde pensioen. Al het pensioen van iedereen gaat dus over op de nieuwe regels.

Video "Zo verdelen we het vermogen bij de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling"

Beeld: presentator zit aan een tafel in een woonkamer. Er verschijnen verschillende afbeeldingen en animaties om de gesproken tekst te verbeelden.

Bij het overgaan van alle pensioenen naar de vernieuwde pensioenregeling verdelen we het totale fondsvermogen van ABP.

En dat doen we zo eerlijk en evenwichtig mogelijk.

Allereerst. We berekenen voor iedereen precies hoeveel het pensioen in totaal waard is en hoeveel geld er naar de gezamenlijke buffer gaat.

[Titel: De dekkingsgraad is belangrijk]

Bij de verdeling is de dekkingsgraad op 31 december 2026 belangrijk. Daaraan zien we hoeveel geld er bij de overgang is om te verdelen.

[Titel: Dekkingsgraad 110%]

We willen graag overgaan bij een dekkingsgraad van ten minste 110%. Waarom? Dan kunnen we de doelen van sociale partners halen.

We nemen u mee:

Bij een dekkingsgraad van 101,5% is er precies genoeg geld om de pensioenen om te zetten naar de vernieuwde pensioenregeling en hebben we een verplichte reserve. Maar om voor iedereen bij de overstap een goed pensioen te regelen, is er meer geld nodig.

Want we streven naar een balans tussen koopkracht en stabiliteit, voor als uw pensioen is ingegaan.

Daarom vullen we de gezamenlijke buffer. Hiermee vangen we tegenvallers op als het slecht gaat met de financiële markten.

En we willen compensatie kunnen geven aan mensen die anders nadeel van de overgang zouden hebben.

Bij 105% kunnen we een aanvulling geven op het pensioen van deelnemers van 35 tot 44 jaar.

Vanaf 107% kunnen we de groep van 40 tot 68 jaar in 1 keer volledige compensatie geven en de gezamenlijke buffer verder vullen.

Vanaf 109% is er genoeg geld om iedereen een tegemoetkoming te geven voor verhogingen die in het verleden niet zijn gegeven. Er kan dan een extra verhoging naar uw pensioen.

Hoe hoog de dekkingsgraad is wanneer we overgaan, weten we nu nog niet.

Bij een hogere dekkingsgraad kan er bij de overstap meer geld naar uw pensioen. Bij een lagere dekkingsgraad is dat minder.

[Titel: www.abp.nl]

Kijk voor meer informatie en de actuele dekkingsgraad op onze website. 

[Eindlogo: We nemen je mee. Gisteren, vandaag en morgen. ABP. Samen bouwen aan een goed pensioen in een leefbare wereld.]

Een goed pensioen voor iedereen

Er zijn vooraf afspraken gemaakt over hoe we overgaan van de huidige naar de nieuwe regels. We verdelen het vermogen eerlijk. Een goed pensioen voor iedereen staat daarbij centraal. Deze afspraken zijn zorgvuldig voorbereid met verschillende vertegenwoordigers van alle doelgroepen. Alle groepen deelnemers zijn bij de voorbereidingen en besluiten betrokken. Lees meer hieover op samen werken aan de nieuwe regels.

Het belangrijkste dat deelnemers aan ons vragen is een pensioen waarmee ze kunnen blijven leven zoals ze nu doen. Dat hun pensioen meestijgt met de prijzen. Dus een pensioen dat koopkrachtig is. Daarnaast willen mensen geen grote verrassingen. Het pensioen moet stabiel zijn. Bij de inrichting van de vernieuwde regeling hebben we beide centraal gezet: we streven naar een pensioen met een balans tussen koopkracht en stabiliteit. 

Onze ambitie is dat u in de vernieuwde pensioenregeling ongeveer evenveel pensioen kunt opbouwen voor dezelfde premie als nu. We verdelen het vermogen eerlijk (volgens de wet ‘evenwichtig’). Een goed pensioen voor iedereen staat daarbij centraal. Deze afspraken zijn zorgvuldig voorbereid met verschillende vertegenwoordigers van alle doelgroepen. Alle leeftijden en mogelijke pensioensituaties hebben we op een rij gezet. We kijken daarbij of bepaalde groepen er (veel) meer op vooruit- of achteruitgaan dan andere groepen. Om dit te kunnen beoordelen, hebben we uitgerekend wat het pensioen wordt in verschillende situaties. Het verwachte pensioen nu hebben we vergeleken met het verwachte pensioen in de vernieuwde pensioenregeling. Zo konden we zien of er een nadeel ontstaat. Op basis daarvan zijn afspraken gemaakt. 

Bij de verdeling hebben we deze 4 uitgangpunten aangehouden: 

  1. We delen de kosten en risico's met elkaar
    Dat is niet anders dan nu. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld iemand die arbeidsongeschikt is en niet kan werken, toch een pensioen geven. En krijgen mannen en vrouwen hetzelfde pensioen, ook al leven vrouwen gemiddeld langer. 
  2. We zorgen ervoor dat verschillen niet te groot worden
    Soms zijn er verschillen. We zorgen ervoor dat die verschillen niet te groot worden. Ze mogen niet leiden tot grote ongelijkheid in pensioen tussen groepen deelnemers. 
  3. We kunnen de vernieuwde regeling uitleggen
    We zorgen ervoor dat de vernieuwde regeling goed uit te leggen is aan iedereen die bij ABP betrokken is. 
  4. De uitvoering moet zo makkelijk mogelijk zijn
    We willen ervoor zorgen dat het uitvoeren van de vernieuwde regeling niet te moeilijk wordt, bijvoorbeeld door veel uitzonderingen te maken. Hoe makkelijker de uitvoering, des te kleiner de kans op fouten, des te goedkoper en des te beter uit te leggen.   

Verdeling van het geld

We berekenen precies hoeveel de opgebouwde pensioenen eind 2026 in totaal waard zijn. Dit totaalbedrag zetten we over naar het vernieuwde pensioen. Iedereen die nog niet met pensioen is, krijgt een pensioenpot. Ook berekenen we hoeveel pensioen u naar verwachting straks krijgt. Voor iedereen die al pensioen van ons krijgt, stellen we de hoogte van het pensioen opnieuw vast. We verwachten dat dit gelijk of hoger is. Verder vullen we de gezamenlijke buffer. Deze buffer gebruiken we om tegenvallers op te vangen.

De hoogte van de dekkingsgraad is belangrijk bij de verdeling van het totale fondsvermogen 

Op basis van de dekkingsgraad weten we hoeveel fondsvermogen (geld) er is om te verdelen bij het overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Daarbij kijken we naar de actuele dekkingsgraad op 31 december 2026. Onze dekkingsgraad laat onze financiële positie zien. Bij een dekkingsgraad van bijvoorbeeld 110% hebben we voor elke euro die we moeten betalen, €1,10 in kas. Hoe hoger de dekkingsgraad op dat moment is, hoe meer we hebben om te verdelen. Het omgekeerde geldt ook: hoe lager de dekkingsgraad hoe minder er is om te verdelen. In de voorbeelden hierna ziet u hoe dat werkt. En wat de afspraken zijn voor een eerlijke (evenwichtige) verdeling van het geld bij een aantal verschillende dekkingsgraden.

Werkgevers- en werknemersorganisaties (sociale partners) hebben afspraken gemaakt over de verdeling van het geld. Voor verschillende dekkingsgraden is afgesproken hoeveel er naar elk doel van de sociale partners gaat. Tot en met een dekkingsgraad van 125%. Deze afspraken en doelen van de sociale partners staan in het transitieplan.

Aanvullende afspraken voor een dekkingsgraad boven 125% 

In mei 2026 kwam onze dekkingsgraad boven 125%. Daarom hebben sociale partners ook gekeken naar de verdeling van het geld bij hogere dekkingsgraden. Er zijn nu aanvullende afspraken gemaakt om bij een dekkingsgraad van 110% tot 140% op een evenwichtige manier over te kunnen gaan naar de vernieuwde pensioenregeling. De aanvullende afspraken staan in het implementatieplan. De dekkingsgraad op 31 juli 2026 was 128,7%. Bekijk de actuele dekkingsgraad. Ook met deze aanvullende afspraken stond een zorgvuldige afweging van de belangen van alle groepen deelnemers voorop. Sociale partners vinden dat met de aanvullende afspraken het geld weer eerlijk (evenwichtig) wordt verdeeld.

Zo verdelen we het geld. Voorbeelden bij verschillende dekkingsgraden 

Hieronder ziet u voorbeelden van de verdeling van het geld over de doelen van de sociale partners bij verschillende dekkingsgraden. U leest ook wat de afspraken voor u betekenen.

Bij een dekkingsgraad van ten minste 110% kunnen we de doelen van de sociale partners goed halen. Als de dekkingsgraad hoger is dan 110%, dan gaat er geleidelijk meer naar de gezamenlijke buffer, de tegemoetkoming voor niet gegeven verhogingen en de extra verhoging van alle pensioenen.

Zo verdelen we de dekkingsgraad van 110%

  • 100% gaat naar de pensioenen van alle deelnemers. Gepensioneerden krijgen elke maand pensioen, deelnemers die nog niet met pensioen zijn, krijgen geld in hun pensioenpot.
  • 1,5% gaat naar de algemene reserve van ABP.
  • 4,5% is voor de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Deze buffer gebruiken we onder meer om tegenvallers op te vangen (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 3% is voor een vergoeding (compensatie) voor deelnemers die nog pensioen opbouwen en daarbij nadeel hebben van de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling (zie hieronder voor meer informatie). Hiernaast zijn er afspraken gemaakt over een aanvulling voor deelnemers van 35-44 jaar die nog pensioen opbouwen. 
  • 0,75% is voor een tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet gegeven zijn (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 0,25% is voor een extra verhoging voor iedereen (zie hieronder voor meer informatie). 

Goed om te weten: de percentages in de afbeelding tellen bij elkaar op tot de dekkingsgraad van 110% die we kunnen verdelen over de doelen van de sociale partners. Het zijn dus niet de percentages die u bij uw pensioen krijgt. Lees meer hierover onder Wat betekent dit voor u?

Bij een dekkingsgraad van 120% is er meer om te verdelen. Er gaat dan meer naar de gezamenlijke buffer. De tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet zijn gegeven gaat omhoog. Ook kan er meer naar de extra verhoging van alle pensioenen.  

Zo verdelen we de dekkingsgraad van 120%

  • 100% gaat naar de pensioenen van alle deelnemers. Gepensioneerden krijgen elke maand pensioen, deelnemers die nog niet met pensioen zijn, krijgen geld in hun pensioenpot.
  • 1,5% gaat naar de algemene reserve van ABP.
  • 9% is voor de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Deze buffer gebruiken we onder meer om tegenvallers op te vangen (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 3% is voor een vergoeding (compensatie) voor deelnemers die nog pensioen opbouwen en daarbij nadeel hebben van de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling (zie hieronder voor meer informatie). Hiernaast zijn er afspraken gemaakt over een aanvulling voor deelnemers van 35-44 jaar die nog pensioen opbouwen. 
  • 3% is voor een tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet gegeven zijn (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 3,5% is voor een extra verhoging voor iedereen (zie hieronder voor meer informatie).

Goed om te weten: de percentages in de afbeelding tellen bij elkaar op tot de dekkingsgraad van 120% die we kunnen verdelen over de doelen van de sociale partners. Het zijn dus niet de percentages die u bij uw pensioen krijgt. Lees meer hierover onder Wat betekent dit voor u?

Is de dekkingsgraad hoger dan 125% wanneer we overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling? Om de verdeling eerlijk (evenwichtig) te houden gaat er dan meer fondsvermogen naar compensatie én krijgen ook meer deelnemers compensatie. De groep die compensatie krijgt wordt uitgebreid naar deelnemers van 28 tot 68 jaar. Zij krijgen een hogere compensatie dan bij een dekkingsgraad lager dan 125%. 

Dit betekent ook dat voor deelnemers van 35 tot 44 jaar er bij een dekkingsgraad boven 125% geen aparte aanvulling meer nodig is. Want ook zij vallen dan helemaal in de groep die compensatie krijgt. In de rekentool om een inschatting te krijgen van de hoogte van de compensatie is dit niet meegenomen. Daar rekenen we met een dekkingsgraad van 123,5%. Dit is de dekkingsgraad die ook het uitgangspunt is voor het voorlopig overzicht dat u krijgt. Dit geldt ook voor de overige informatie over compensatie op bijvoorbeeld deze website. Pas wanneer we over zijn naar de vernieuwde pensioenregeling weten we met welke dekkingsgraad we kunnen rekenen.

Goed om te weten: In het voorlopig overzicht dat u krijgt is gerekend met een dekkingsgraad van 31 december 2025. Die was toen 123,5%. De verdeling op de afbeelding hieronder ligt daar dichtbij.

Zo verdelen we een dekkingsgraad hoger dan 125%

  • 100% gaat naar de pensioenen van alle deelnemers. Gepensioneerden krijgen elke maand pensioen, deelnemers die nog niet met pensioen zijn, krijgen geld in hun pensioenpot.
  • 1,5% gaat naar de algemene reserve van ABP.
  • 10% is voor de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Deze buffer gebruiken we onder meer om tegenvallers op te vangen (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 3,2% is voor een vergoeding (compensatie) voor deelnemers die nog pensioen opbouwen en daarbij nadeel hebben van de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling (zie hieronder  voor meer informatie).  
  • 3% is voor een tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet gegeven zijn (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 7,5% is voor een extra verhoging voor iedereen (zie hieronder voor meer informatie).

Goed om te weten: de percentages in de afbeelding tellen bij elkaar op tot de dekkingsgraad van (net boven) 125% die we kunnen verdelen over de doelen van de sociale partners. Het zijn dus niet de percentages die u bij uw pensioen krijgt. Lees meer hierover onder Wat betekent dit voor u?

Bij een dekkingsgraad vanaf 130% is er meer om te verdelen. Ook dan gaat er meer naar compensatie voor iedereen van 28 tot 68 jaar. Zo houden we ook bij hogere dekkingsgraden die verdeling eerlijk (evenwichtig). Wat er daarna over is, gaat naar de extra verhoging van alle pensioenen.

Zo verdelen we een dekkingsgraad hoger dan 130%

  • 100% gaat naar de pensioenen van alle deelnemers. Gepensioneerden krijgen elke maand pensioen, deelnemers die nog niet met pensioen zijn, krijgen geld in hun pensioenpot.
  • 1,3% gaat naar de algemene reserve van ABP.
  • 10,4% is voor de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Deze buffer gebruiken we onder meer om tegenvallers op te vangen (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 4,5% is voor een vergoeding (compensatie) voor deelnemers die nog pensioen opbouwen en daarbij nadeel hebben van de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling (zie hieronder voor meer informatie).  
  • 3% is voor een tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet gegeven zijn (zie hieronder voor meer informatie). 
  • 10,8% is voor een extra verhoging voor iedereen (zie hieronder voor meer informatie).

Goed om te weten: de percentages in de afbeelding tellen bij elkaar op tot de dekkingsgraad van 130% die we kunnen verdelen over de doelen van de sociale partners. Het zijn dus niet de percentages die u bij uw pensioen krijgt. Lees meer hierover onder Wat betekent dit voor u?

In de afbeeldingen hierboven ziet u percentages. Deze laten zien welk deel van het fondsvermogen beschikbaar is voor elk doel van de sociale partners. Dit zijn niet de percentages die u bij uw pensioen krijgt. 

De genoemde percentages bij 

  • compensatie,
  • de tegemoetkoming voor niet gegeven verhogingen en 
  • de extra verhoging, 

kunt u dus niet bij elkaar optellen om te zien hoeveel u erbij krijgt. 

Want hoeveel geld u erbij krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie. Bijvoorbeeld: 

  • Hoeveel compensatie u krijgt, hangt onder meer af van uw leeftijd, uw salaris en uw deeltijdpercentage. Kijk voor meer informatie op de pagina Hoe we compensatie berekenen.
  • Heeft u veel verhogingen in het verleden gemist? Dan krijgt u meer van het geld dat beschikbaar is voor de tegemoetkoming voor niet gegeven verhogingen. Heeft u minder verhogingen gemist, dan krijgt u minder van het geld.
  • Hoeveel extra verhoging u krijgt, hangt af van hoe ver u nog van uw pensioen bent, of al met pensioen bent. 

De afspraken om eerlijk (evenwichtig) over te gaan naar de vernieuwde pensioenregeling gaan van een dekkingsgraad van 110% tot 140%. We houden continu in de gaten hoe de dekkingsgraad ervoor staat. Is hij lager dan 110%? Of hoger dan 140%? Dan gaan de sociale partners opnieuw met elkaar in overleg. Zij maken nieuwe afspraken zodat we ook dan op een eerlijke (evenwichtige) manier over kunnen gaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Hoe precies, dat verschilt per dekkingsgraad. 

Goed om te weten: voor militairen zijn aanvullende afspraken gemaakt. Daarover leest u hier binnenkort meer.

Vullen van de gezamenlijke buffer

We hebben een gezamenlijke buffer om tegenvallers op te vangen. Als het slecht gaat met de resultaten op de financiële markten, dan halen we hier geld uit. Zo houden we de kans op een daling van uw pensioen klein. 

Hoe we de buffer vullen hangt af van onze actuele dekkingsgraad op het moment dat we overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Daarbij geldt: hoe hoger de dekkingsgraad hoe meer er naar de gezamenlijke buffer gaat. Zo streven we naar een balans tussen een koopkrachtig en stabiel pensioen. 

Wilt u weten hoeveel er naar de gezamenlijke buffer gaat bij verschillende dekkingsgraden? Kijk hierboven naar de voorbeelden van de verdeling van het geld. Een volledig overzicht van hoe we de gezamenlijke buffer vullen bij welke dekkingsgraad, ziet u in het implementatieplan (tabel 11 op pagina 46-47).

Na de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling kunnen we de gezamenlijke buffer (als hij nog niet vol is) verder bijvullen met de extra opbrengsten van onze beleggingen als we een goed jaar hebben.

U ontvangt mogelijk compensatie (vergoeding)

Nu bouwen alle deelnemers met elke euro inleg evenveel pensioen op. Het maakt niet uit hoe oud u bent. We beleggen dat geld. In de vernieuwde pensioenregeling verandert dit. Deelnemers die bij ons pensioen opbouwen tussen de 40 jaar en 68 jaar kunnen hierdoor meer nadeel hebben dan anderen. 

We willen deze groep compensatie (een vergoeding) geven die past bij het nadeel dat deze groep heeft als we overgaan naar de nieuwe regels. Dit geldt alleen voor deelnemers die op 31 december 2026 bij ons pensioen opbouwen. Hoeveel het precies is, weten we pas na 1 januari 2027. Dat hangt af van onze financiële positie op het moment dat we overgaan naar de nieuwe regels. 

Nu bouwen alle deelnemers in met elke euro inleg evenveel pensioen op. Het maakt niet uit hoe oud u bent. Dit noemen we de doorsneesystematiek. We beleggen dat geld. 

De euro voor een jonge deelnemer heeft langer de tijd om meer waard te worden dan de euro van een oudere deelnemer. Daardoor bouwt u met eenzelfde inleg eerst eigenlijk te weinig pensioen op als u jong bent en later te veel als u ouder bent. Dat is niet erg als u uw hele loopbaan bij hetzelfde pensioenfonds pensioen blijft opbouwen. Bijvoorbeeld als u uw hele carrière in het onderwijs of bij de overheid werkt en bij ABP pensioen opbouwt. Maar vaak is dat niet zo. Dat is een belangrijke reden om over te gaan naar de nieuwe regels voor pensioen.

We kunnen deze compensatie in 1 keer bij de overgang op de nieuwe regels geven als onze financiële situatie goed genoeg is op 1 januari 2027. Dat is te zien aan onze dekkingsgraad. Compensatie in 1 keer is mogelijk bij een actuele dekkingsgraad 107% of hoger. U ontvangt deze compensatie: 

  • als u tussen de 40 jaar en 68 jaar bent, en
  • via uw werk pensioen opbouwt bij ons op 31 december 2026, of
  • een WW-uitkering van UWV of een ontslaguitkering (zoals wachtgeld) ontvangt meteen nadat u uit dienst bent gegaan, of
  • als u (deels) bij ons premievrij pensioen opbouwt op 31 december 2026 omdat u arbeidsongeschikt bent, of
  • als u uw pensioen vrijwillig voortzet nadat u uit dienst ging. Bijvoorbeeld, omdat u een eigen onderneming heeft

U kunt hier checken of u compensatie krijgt..

Wanneer is er dus geen compensatie?

Als u jonger dan 40 bent of als u geen pensioen meer bij ons opbouwt. Bent u volledig met pensioen? Dan ontvangt u geen compensatie.

Gaat u voor 1 januari 2027 uit dienst, in deeltijd met pensioen of minder werken? Dan krijgt u geen of minder compensatie. Krijgt een nieuwe baan? Kijk dan of u bij uw nieuwe pensioenfonds recht heeft op compensatie. Lees hier meer over compensatie in die situaties.

Sociale partners hebben in het transitieplan afgesproken dat actieve deelnemers van 40 jaar en ouder compensatie krijgen. Het bestuur van ABP heeft besloten daarnaast een aanvulling van het pensioen te geven aan deelnemers van 35 tot 44 jaar die nog pensioen opbouwen. Hiervoor is nog ruimte, zolang de dekkingsgraad boven de 105% is op het moment dat we overgaan. 

Hoeveel geld u krijgt, hangt af van een paar zaken. In de basis krijgt iedereen naar verhouding dezelfde compensatie voor het nadeel dat hij heeft. Dus ook de hoogte van het bedrag is daarop afgestemd. Het nadeel (en dus de compensatie) loopt op tot uw 51e. Daarna daalt het weer. Vlak voor uw 68e is het nog een beetje.  

Belangrijk is ook of we er genoeg geld voor hebben. Dat weten we pas na 1 januari 2027. Hoeveel het is, hangt dus ook af van onze financiële situatie op 1 januari 2027.

Zo berekenen we uw compensatie.

In de tweede helft van 2026 krijgt u een voorlopig eerste overzicht van uw verwachte pensioen. Daarin is de op dat moment verwachte compensatie verwerkt. Maar u ziet dan nog niet om welk bedrag het precies gaat. Uw definitieve compensatie is pas bekend als we over zijn naar de nieuwe regels en alle gegevens bekend zijn. U ziet het precieze bedrag terug op het definitieve overzicht dat u in 2027 ontvangt.

U ontvangt uw compensatie in uw pensioenpot.

Dan krijgt u geen compensatie. U kunt er onder voorwaarden voor kiezen om het pensioen vrijwillig voort te zetten. Dan blijft u bij ons pensioen opbouwen en houdt u recht op compensatie. 

Lees meer over het vrijwillig voortzetten van uw pensioen.

Tegemoetkoming voor verhogingen die in het verleden niet gegeven zijn

In het verleden hebben wij de pensioenen niet altijd (volledig) kunnen verhogen. Elk jaar probeerden we dat wel. Maar dat ging niet altijd, doordat we hoge buffers moeten aanhouden in de huidige regels. De sociale partners hebben hiervoor een tegemoetkoming afgesproken. Dat kan alleen als er voldoende geld is als we overgaan. Lees meer in het transitieplan.

De hoogte van de tegemoetkoming die u krijgt op het moment dat we overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling hangt af van: onze financiële positie en uw persoonlijke situatie. Hoe meer verhoging u in het verleden niet heeft gekregen, hoe hoger de tegemoetkoming. 

Bij een dekkingsgraad hoger dan 109%, is een tegemoetkoming voor niet gegeven verhogingen mogelijk. Als de dekkingsgraad stijgt, loopt de tegemoetkoming ook op. Bij een dekkingsgraad vanaf 119% kunnen we de maximaal afgesproken tegemoetkoming geven. Hoe dit precies werkt, leest u in hoofdstuk 2.4 van het transitieplan.

Eind 2025 was de dekkingsgraad 123,5%. Met het bedrag dat dan beschikbaar is voor de tegemoetkoming kunnen we tot ongeveer 1/5e van de tot dan niet gegeven verhoging per deelnemer alsnog toevoegen aan uw pensioen. Hoe meer verhoging u niet heeft ontvangen, hoe meer tegemoetkoming u krijgt maar voor iedereen hetzelfde deel. Heeft iemand in het verleden bijvoorbeeld € 1.000 gemist aan verhoging? Dan is de tegemoetkoming 1/5* € 1.000 = € 200. Dat bedrag gaat dan extra naar het pensioen. Voor iemand die bijvoorbeeld € 500 verhoging heeft gemist is dat 1/5 * € 500 = € 100. Ook hier geldt weer dat de situatie eind 2026 bepalend zal zijn voor de definitieve tegemoetkoming.

Hier vindt u een overzicht van de verhogingen die we in het verleden hebben gegeven. Ook ziet u er de verhogingen die we wilden, maar niet konden geven omdat onze financiële positie toen niet goed genoeg was. 

Heeft u pensioen meegenomen van een ander fonds of een verzekeraar naar ons (ook wel: waardeoverdracht)? Of had u een klein pensioen bij een andere pensioenuitvoerder en is uw pensioen automatisch voor 1 januari 2027 overgedragen naar ons? Dan is dat pensioen opgeteld bij het pensioen dat u opbouwt bij ons fonds. 

U krijgt alleen een tegemoetkoming voor niet gegeven verhogingen in het verleden als u toen ook bij ABP pensioen opbouwde. Dat geldt ook voor pensioen dat u ergens anders heeft opgebouwd en meegenomen naar ABP. Het moment waarop u het heeft overgedragen is voor de tegemoetkoming daarom belangrijk. ABP heeft de pensioenen vanaf 2022 weer kunnen verhogen. Deze verhoging was vaak volledig. In 2025 voor een deel.

Over het deel van uw pensioen dat u heeft overgedragen, kunt u daarnaast de extra verhoging (zie onder) krijgen. Dat staat los van wanneer het is overgedragen. 

 

Dat hangt af van uw situatie. 

  • Krijgt u van ons pensioen?
    Dan krijgt u meer pensioen van ons vanaf het moment dat we over zijn naar de nieuwe regels. Hieronder leest u meer over de betaling van uw pensioen tijdens de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling. 
  • Bent u nog niet met pensioen?
    Dan krijgt u dit geld in uw pensioenpot. Door de tegemoetkoming stijgt uw pensioenpot. Uit uw pensioenpot betalen we straks uw pensioen. Maar of u straks ook meer pensioen krijgt en hoeveel, hangt af van meer zaken. Denk daarbij aan uw inleg samen met uw werkgever, hoeveel opbrengsten er zijn met de beleggingen en of de rente stijgt of daalt.  

Een extra verhoging van alle pensioenen

Daarnaast kan het zijn dat we alle pensioenen extra verhogen. Dan krijgt iedereen meer geld in zijn pensioenpot of bij zijn pensioen. Dat kan als de dekkingsgraad hoger is dan 109% als we overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling.

Hoeveel de pensioenen omhooggaan, hangt af van de dekkingsgraad. Een verhoging is mogelijk als de dekkingsgraad hoger is dan 109%. De verhoging stijgt als de dekkingsgraad stijgt. In het transitieplanen het implementatieplan leest u hoe de sociale partners dat hebben afgesproken. 

De extra verhoging hangt daarnaast af van hoe ver u nog van uw pensioen bent. Moet u nog lang wachten voordat u pensioen krijgt? Dan is de extra verhoging hoger. Bent u al met pensioen wanneer we overgaan? Voor alle gepensioneerden is de extra verhoging gelijk. Deze is lager dan voor iemand die nog niet met pensioen is.

Heeft u pensioen meegenomen van een ander fonds of een verzekeraar naar ons (ook wel: waardeoverdracht)? Of is uw kleine pensioen automatisch naar ons overgedragen? Dan telt dat overgedragen pensioen mee in de berekening van de extra verhoging van uw pensioen als we overgaan naar de nieuwe regels. Dan krijgt u over het overgedragen pensioen ook de extra verhoging.

Bent u uit dienst gegaan en heeft u uw pensioen meegenomen? Of had u een klein pensioen en is uw pensioen automatisch voor 1 januari 2027 overgedragen naar uw nieuwe pensioenfonds? Dan krijgt u deze verhoging bij ons niet meer. Mogelijk krijgt u bij uw nieuwe pensioenfonds een verhoging. 

Het hangt af van uw situatie hoe u de verhoging krijgt. 

  • Krijgt u van ons pensioen?
    Dan krijgt u de verhoging van uw pensioen nadat we over zijn naar de vernieuwde pensioenregeling. Hieronder leest u meer over de betaling van uw pensioen tijdens de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling. 
  • Bent u nog niet met pensioen?
    Dan krijgt u dit geld in uw pensioenpot. Door de verhoging stijgt uw pensioenpot. Uit uw pensioenpot betalen we straks uw pensioen. Maar of u straks ook meer pensioen krijgt en hoeveel, hangt af van meer zaken. Denk daarbij aan uw inleg samen met uw werkgever, hoeveel opbrengsten er zijn met de beleggingen en of de rente stijgt of daalt.  

De betaling van uw pensioen loopt gewoon door

Krijgt u al pensioen van ons? Deze betaling loopt gewoon door. We passen uw pensioen stap voor stap aan. 

Dat betekent dat het bedrag op uw bankrekening de eerste 3 maanden vanaf 1 januari 2027 anders kan zijn. 

  • In januari is uw pensioen nog niet aangepast aan de vernieuwde regeling. Het bedrag dat u op uw rekening krijgt, kan anders zijn dan het bedrag dat u in december 2026 kreeg. Dat komt doordat elk jaar tarieven veranderen voor bijv. de belasting en de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Ook verandert het bedrag als we de pensioenen kunnen verhogen. Net als altijd, passen we in januari uw pensioen hierop aan. Als de prijzen stijgen, kijken we daarnaast of we uw pensioen kunnen verhogen
  • In februari krijgt u uw pensioen voor het eerst volgens de nieuwe regels plus eventueel een nabetaling over januari 
  • In maart krijgt u uw pensioen volgens de nieuwe regels. Dat bedrag blijft het hele jaar hetzelfde 

In de maanden dat uw (bruto)pensioen verandert, ontvang u een betaalspecificatie. 

Wat u nu kunt doen

Controleer of wij van u de juiste gegevens hebben. Verandert er iets in uw situatie? Geef dit op tijd aan ons door. U kunt dit eenvoudig doen via MijnABP. U kunt ons ook bellen of mailen.

Veelgestelde vragen

Niet meenemen van het pensioen dat u al heeft opgebouwd, heeft een aantal nadelen. Het betekent in de praktijk dat we 2 regelingen moeten uitvoeren: een vernieuwde regeling voor iedereen die nog pensioen opbouwt en de oude regeling voor iedereen die al pensioen krijgt. 

Uw pensioen en dat van de andere deelnemers wordt dan duurder. Dat gaat ten koste van de hoogte van het pensioen dat u elke maand krijgt en opbouwt. Daarnaast wordt het moeilijker uit te leggen en neemt de kans op fouten in de administratie toe.

Vanaf 1 januari 2029 kunt u 10% van uw opgebouwde pensioen in 1 keer opnemen. Dat kan alleen op het moment dat u met pensioen gaat. Deze keuze noemen we ‘bedrag ineens’. Wanneer u met pensioen gaat, krijgt u deze extra keuzemogelijkheid. U kunt dan een deel van uw pensioen in 1 keer op uw rekening laten storten. De rest van uw pensioen ontvangt u zoals gebruikelijk maandelijks, maar dit maandbedrag wordt daardoor wel lager.

 

Meer over de nieuwe regels voor pensioen

Op de hoogte blijven?

Ook in onze nieuwsbrief houden we u op de hoogte over de nieuwe regels voor pensioen. Ontvangt u deze nog niet? Meld u dan nu aan.