Veelgestelde vragen

Over ons vernieuwde pensioen

Algemene vragen

De overheid, vakbonden, werkgeversorganisaties en pensioenfondsen zagen dat de regels van nu niet meer goed pasten bij deze tijd. Mensen wisselen vaker van baan of worden een bepaalde tijd zzp’er. Ook konden we  de pensioenen vaak niet verhogen. Zelfs niet als we goede resultaten haalden met beleggen en veel geld in kas hadden. Met de nieuwe regels verandert dit. De nieuwe regels leggen we vast in een vernieuwde pensioenregeling per 1 januari 2027.

Lees waarom er een vernieuwd pensioen komt.

Nee. Veel blijft hetzelfde. Zo blijft de AOW, blijft u samen met uw werkgever premie inleggen en delen we mee- en tegenvallers. Ook blijven we samen bouwen aan goed pensioen in een leefbare wereld.

Sociale partners (werkgeversorganisaties en vakbonden) in de Pensioenkamer hebben afspraken gemaakt over de vernieuwing van de ABP-pensioenregeling. Zij willen de mogelijkheden van de nieuwe regels zoveel mogelijk benutten en de goede elementen van de regels van nu behouden.

Lees wat er verandert en wat hetzelfde blijft als u nog geen pensioen krijgt en wat er verandert en wat hetzelfde blijft als u wel al pensioen krijgt.

De overheid werkt aan een nieuwe wet waarin het mogelijk wordt om 10% van uw opgebouwde pensioen in één keer op te nemen. Dat kan alleen op het moment dat u met pensioen gaat. Deze keuze noemen we ‘bedrag ineens’. De wet voor dit bedrag ineens is nog niet definitief. We weten daardoor niet wanneer u van deze keuze gebruik kunt gaan maken. U kunt er wel nu al voor kiezen om tijdelijk een hoger pensioen te ontvangen als u met pensioen gaat. Dan krijgt u een aantal jaren meer pensioen en later minder pensioen. 

In de tweede helft van 2026 ontvangt u informatie over wat de nieuwe regels betekenen voor uw pensioen. Dit ziet u in een voorlopig overzicht met uw (verwachte) pensioen. In 2027 ontvangt u een definitief overzicht. Bekijk de stappen in een tijdlijn over de nieuwe regels voor pensioen.

Krijgt u al pensioen? Dan gaat ook uw pensioen over naar de nieuwe regels. De betalingen van uw pensioen lopen gewoon door

Sociale partners streven ernaar de pensioenen die we uitbetalen, minimaal hetzelfde te houden bij de overgang naar de nieuwe regels voor pensioen. Ook hebben ze het streven om het verwachte pensioen dat (oud-)deelnemers nog kunnen bereiken, minimaal hetzelfde te houden. Dus dat u in de vernieuwde pensioenregeling ongeveer evenveel pensioen kunt opbouwen voor dezelfde inleg als nu. De ambitie is dat een 25-jarige in 43 jaar een pensioen kan opbouwen dat (met de AOW van de overheid) 80% is van zijn gemiddelde loon.

Lees meer over de afspraken in het transitieplan.

Hier vindt u de plannen. De overgang naar de nieuwe regels bereiden we zorgvuldig voor. We werken nauw samen met sociale partners, het verantwoordingsorgaan (VO) en andere betrokken partijen. Vertegenwoordigers van alle groepen deelnemers beoordelen de plannen.

Lees de plannen voor de vernieuwde pensioenregeling.

Daar hebben sociale partners afspraken over gemaakt in het transitieplan. We berekenen precies hoeveel de opgebouwde pensioenen eind 2026 in totaal waard zijn. Dit totaalbedrag zetten we over naar het vernieuwde pensioen.

  • Iedereen die nog niet met pensioen is, ziet een pensioenpot. Ook berekenen we hoeveel pensioen u naar verwachting krijgt.
  • Voor iedereen die al pensioen van ons krijgt, berekenen we opnieuw hoeveel pensioen u krijgt in de vernieuwde regeling. Dat bedrag blijft het hele jaar hetzelfde.

Hoe beter onze financiële situatie is op het moment dat we overstappen, hoe meer geld we hebben om te verdelen. We streven naar een actuele dekkingsgraad van ten minste 110% op het moment dat we overgaan naar de nieuwe regels.

Hier leest u hoe we het geld verdelen bij een dekkingsgraad van 110%.

We streven naar een actuele dekkingsgraad van tenminste 110% op het moment dat we overgaan naar de nieuwe regels. Het duurt nog even voor het zover is en er kan in de tussentijd nog veel gebeuren. Daarom hebben we ook gekeken hoe we op een evenwichtige manier over kunnen naar de nieuwe regels als de dekkingsgraad hoger of lager is. Dat staat in het transitieplan. De belangrijkste dekkingsgraden zijn:

  • Lager dan 107% gaat ABP opnieuw in gesprek met sociale partners.
  • 107%: we vullen de gezamenlijke buffer tot een kwart. Vanaf deze stand is het mogelijk om de compensatie  in 1 keer te betalen. Het gaat om de compensatie aan deelnemers die nadeel hebben, omdat niet langer elke euro inleg evenveel pensioen oplevert in de nieuwe regels.
  • 109%: vanaf deze dekkingsgraad kunnen we de pensioenen verhogen en een  tegemoetkoming betalen van gemiste verhogingen uit het verleden.
  • 110%: we vullen de gezamenlijke buffer tot iets minder dan de helft.
  • Hoger dan 110%: we kunnen stap voor stap de pensioenen verder verhogen, de gezamenlijke buffer vol maken en meer tegemoetkoming betalen van gemiste verhogingen uit het verleden. 

Lees meer over wat er gebeurt op 1 januari 2027.

We hebben vooraf gekeken hoe we het geld op een eerlijke manier kunnen verdelen. Zijn er groepen die meer dan andere groepen nadeel hebben van de overgang? Dan willen we hen een compensatie geven. Denk daarbij aan een compensatie aan deelnemers die nadeel hebben, omdat niet langer elke euro inleg evenveel pensioen oplevert in de nieuwe regels. De compensatie is een vergoeding omdat zij toekomstige pensioenopbouw missen bij de overgang naar de nieuwe regels voor pensioen.  

Lees meer over wat er gebeurt op 1 januari 2027.

ABP wil het goede behouden. Veel blijft dan ook hetzelfde. Er worden ook dingen anders. We hebben straks een premieregeling. De inleg van u en uw werkgever is daarin de basis voor uw pensioen.

Lees meer over uw pensioenpot en het verwachte pensioen.

Als u met pensioen bent, stellen we uw pensioen elk jaar opnieuw vast. Het kan dus 1 keer per jaar veranderen. Dit bedrag blijft daarna het hele jaar hetzelfde. We streven naar een balans tussen een zo koopkrachtig en een zo stabiel mogelijk pensioen.

Lees meer over de veranderingen.

Ja, we houden rekening met alle groepen deelnemers. Dat is niet alleen wettelijk verplicht. Dat doen we altijd bij (grote) veranderingen in de pensioenregeling. Dus ook nu. We verdelen het vermogen eerlijk. Een goed pensioen voor iedereen staat daarbij centraal. De overgang naar de nieuwe regels bereiden we zorgvuldig voor. Vertegenwoordigers van alle groepen deelnemers beoordelen de plannen. We werken nauw samen met sociale partners, het verantwoordingsorgaan (VO) en andere betrokken partijen. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) kijkt of de overgang evenwichtig is. DNB heeft het laatste woord.

Lees meer over welke rol iedereen heeft en welke stappen we nemen.

Controleer of wij van u de juiste gegevens hebben. U kunt dit eenvoudig doen via MijnABP. Verandert er iets in uw situatie?  Geef dit op tijd aan ons door. U kunt ons ook bellen of mailen.

Blijf verder op de hoogte van de ontwikkelingen. In deze tijdslijn over de nieuwe regels van pensioen ziet u waar we staan. Bekijk de informatie op deze website. Wij sturen ook informatie in de digitale nieuwsbrief. Krijgt u deze nog niet? Meld u dan aan voor de nieuwsbrief.

Op 1 juli 2023 zijn de nieuwe regels voor pensioen ingegaan. ABP bereidt de overgang heel zorgvuldig voor met alle betrokken partijen. De wet en de afspraken liggen vast.

Heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met een fractie in het verantwoordingsorgaan van ABP. De 48 leden van het verantwoordingsorgaan vertegenwoordigen de 2,9 miljoen werknemers, werkgevers en gepensioneerden van ABP. 

Of u kunt contact opnemen met onze medewerkers. Wij helpen u graag.  Als u het niet eens bent met de manier waarop u door ons behandeld bent of de toepassing van de pensioenregeling, kunt u gebruikmaken van onze klachtenregeling.   

 

Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder!

In de nieuwe regels voor pensioen staat soms een minimale termijn voor het bewaren van bepaalde gegevens. ABP vindt het belangrijk om gegevens zo lang te bewaren als nodig is. Desnoods uw leven lang. Zo kunnen we altijd de hoogte van uw pensioen berekenen. En op die manier kunnen we ervoor zorgen dat u of uw nabestaanden het pensioen krijgen waar ze recht op hebben. We bewaren de gegevens natuurlijk niet langer dan mag van de wet.

Meestal niet. In de regels van nu kan de aanvulling vervallen of minder worden vanwege uw persoonlijke situatie. In de vernieuwde pensioenregeling kan dat straks niet meer.

Niet meer vervallen

Dat zit zo: u moet nu aan een aantal voorwaarden voldoen om recht te hebben op een aanvulling. Op het moment dat iemand niet meer voldoet aan 1 van deze voorwaarden, vervalt de aanvulling. Bijvoorbeeld, omdat iemand gescheiden is en geen partner meer heeft. Nadat we zijn overgegaan op de vernieuwde pensioenregeling kan uw aanvulling niet meer vervallen.

Meebewegen met de financiële markten 

We zijn van plan om op 1 januari 2027 over te gaan. De waarde van uw opgebouwde pensioen gaat dan over naar de vernieuwde pensioenregeling. De waarde van uw pensioen op dat moment komt in uw pensioenpot. Dit geldt ook voor eventuele aanvullingen. Uw aanvulling gaat daardoor, net als de rest van uw pensioen, na de overgang meebewegen met de financiële markten.

Tot uw AOW-leeftijd 

Sommige aanvullingen (Anw-compensatie, sociale premies) vervallen automatisch als u de AOW-leeftijd bereikt. Dat verandert niet. Ook in de nieuwe regeling stoppen deze aanvullingen op uw AOW-leeftijd.  

De nieuwe regels staan in de Wet toekomst pensioenen. Deze wet is op 1 juli 2023 ingegaan. De wet bepaalt dat wij de pensioenen moeten omzetten naar de nieuwe regels als het goed is voor de pensioenen. Alleen bij zeer belangrijke redenen mag een andere keuze worden gemaakt. 

Vakbonden en werkgeversverenigingen (sociale partners) hebben afspraken gemaakt over hoe ABP de nieuwe regels toepast. Het resultaat staat in de vernieuwde pensioenregeling.

Sociale partners concludeerden dat er in de nieuwe regels voordelen zijn voor alle verschillende doelgroepen bij ABP en dat we op een zorgvuldige en eerlijke (‘evenwichtige’) manier kunnen overgaan. 

ABP heeft beoordeeld of de afspraken voor alle groepen evenwichtig waren, of er geen groepen waren die onevenredig nadeel hadden van de overgang en of ABP de vernieuwde regeling kan uitvoeren. ABP heeft dit ook afgestemd met het verantwoordingsorgaan en het interne toezicht.

Sociale partners en ABP  hebben al deze overwegingen meegenomen en zijn samen tot de conclusie gekomen dat het beter is alle pensioenen over te zetten. Het overzetten van alle pensioenen opgebouwd tot 1 januari 2027 naar de vernieuwde pensioenregeling leidt tot een eerlijker (evenwichtiger) en begrijpelijker pensioen.

Lees wat de gevolgen zijn als we niet over zouden gaan naar de vernieuwde pensioenregeling

Sociale partners konden ervoor kiezen om voor de opgebouwde pensioenen en de pensioenen die we al uitbetalen met de oude regels te blijven werken. Dan zouden we twee pensioenregelingen, gebaseerd op verschillende pensioensystemen naast elkaar hebben: de huidige pensioenregeling en de vernieuwde pensioenregeling. Zodra uw pensioen ingaat, ontvangt u dan pensioen uit de huidige pensioenregeling en eventueel (als hierin ook pensioen is opgebouwd) een pensioen uit de vernieuwde pensioenregeling. Dit heeft de volgende nadelen voor verschillende groepen deelnemers: 

  1. U krijgt naar verwachting een lager pensioen 

    Het geld dat achterblijft in de huidige pensioenregeling moeten we steeds voorzichtiger beleggen. Dat komt doordat de groep mensen in die pensioenregeling stukje bij beetje ouder wordt. Ook wordt de groep kleiner, want er komen geen nieuwe mensen bij. Dus komt er ook geen nieuwe inleg voor pensioen bij. Nieuwe deelnemers starten immers in de vernieuwde pensioenregeling en ook de huidige deelnemers bouwen verder op in de vernieuwde pensioenregeling. De pensioenen die achterblijven zijn daardoor naar verwachting lager dan wanneer we de pensioenen allemaal omzetten. Omdat we met steeds minder risico beleggen, brengen de beleggingen minder op. Daarom wordt de kans kleiner dat we de pensioenen in de huidige regeling kunnen verhogen. Dit zijn vooral de pensioenen van mensen die al een tijd pensioen opbouwen of zelfs al met pensioen zijn.

    Niet omzetten’ is ook nadelig voor de pensioenen in de vernieuwde pensioenregeling. Bij de start van de vernieuwde pensioenregeling moeten we dan helemaal opnieuw beginnen met de opbouw van vermogen. Er is bij de start geen buffer om tegenvallers op te vangen als het een jaar minder goed gaat. Daardoor moeten we met minder risico beleggen. Dat is vooral een probleem voor jongeren. Gemiddeld zijn er meer goede dan slechte jaren op de beurs. Jongeren kunnen normaal gesproken risicovoller beleggen, omdat het voor hen nog lang duurt voordat ze met pensioen gaan. Als we voorzichtig moeten beleggen omdat er bijna geen vermogen is, kunnen zij minder profiteren van goede jaren op de financiële markten. Zij hebben dus minder uitzicht op een goed pensioen. 

    We moeten voor de pensioenen in de huidige pensioenregeling meer geld in buffers aanhouden. Geld dat dus niet naar uw pensioen kan gaan als uw pensioen achterblijft als we overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Dat is nadelig voor iedereen die bij ons pensioen heeft (opgebouwd). 

    Daarnaast mogen we een gezamenlijke buffer die bij de oude pensioenregeling hoort, niet gebruiken voor de vernieuwde pensioenregeling. Dat maakt degenen die een pensioen ontvangen via de vernieuwde pensioenregeling kwetsbaar. De vernieuwde pensioenregeling heeft immers de eerste jaren geen of een heel kleine gezamenlijke buffer om te beschermen tegen verlagingen van uw pensioen. Die nieuwe gezamenlijke buffer moet geleidelijk opgebouwd worden. We zouden zo’n nieuwe gezamenlijke buffer kunnen vullen: 

    • via de inleg. Dat is een nadeel voor de deelnemers die hiervoor extra premie moeten betalen;
    • met een deel van de opbrengst van de beleggingen. Maar dat betekent weer een lager verwacht pensioen voor alle deelnemers. Want de opbrengst van de beleggingen is voor alle deelnemers belangrijk.
  2. Het is moeilijker om mee- en tegenvallers samen op te vangen

    Een belangrijk kenmerk van een pensioenfonds is dat je mee- en tegenvallers samen opvangt. Als we niet alle opgebouwde pensioenen omzetten, regel je je pensioen minder goed ‘samen’. Jongere deelnemers bouwen straks het grootste deel van hun pensioen op in de vernieuwde pensioenregeling. Oudere deelnemers hebben het grootste deel opgebouwd in de huidige pensioenregeling. Gepensioneerden hebben zelfs hun volledige pensioen opgebouwd in de huidige pensioenregeling. Dat geld blijft achter als we niet overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Daardoor is het moeilijk om samen mee- en tegenvallers op te vangen. Dat is voor iedereen nadelig.

  3. En er is geen geld voor compensatie en/of aanvulling

    Er is een compensatie en/of aanvulling voor een groep deelnemers die op 31 december 2026 bij ons pensioen opbouwt en naar verwachting nadeel heeft van de verandering van de pensioenopbouw in de vernieuwde pensioenregeling. Het geld voor de compensatie en/of aanvulling komt uit de verdeling van het totale fondsvermogen bij de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling.

    Gaan we niet over? Dan is er ook geen geld voor de compensatie en/of aanvulling.  Dat is nadelig voor de groep deelnemers tussen 35 en 68 jaar die bij ons pensioen opbouwen. We zouden daarvoor maximaal 10 jaar lang extra inleg moeten vragen aan werknemers en werkgevers. Dit is nadelig voor de deelnemers die pensioen opbouwen bij ABP. Maar voordelig voor oud-deelnemers en gepensioneerden. Want zij leggen geen geld meer in voor hun pensioen.

  4. De uitvoering van meerdere pensioenregelingen is duurder 

    Als de opgebouwde en ingegane pensioenen niet mee overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling dan worden deze niet samen met de nieuwe opbouw uitgevoerd. Dat kost in de uitvoering veel extra geld. Denk aan een dubbele pensioenadministratie, met dubbele aanpassingen en dubbele communicatie. Er blijft zo minder geld over voor de pensioenen. Dat is nadelig voor iedereen die ABP pensioen heeft. 

  5. U krijgt moeilijker inzicht in uw pensioen 

    Het wordt voor u moeilijker om inzicht te krijgen in uw pensioen als uw pensioen voor een deel volgens de huidige pensioenregeling en voor een deel volgens de vernieuwde pensioenregeling is. Sommige aanpassingen gelden dan voor het ene deel van uw pensioen en sommige aanpassingen voor het andere deel. Dat is vervelend voor iedereen. Het maken van keuzes over uw pensioen wordt dan moeilijker, bijvoorbeeld als er iets verandert in uw werk of privé.

    Het tegelijk gebruiken van de huidige en de vernieuwde pensioenregeling maakt de uitvoering ingewikkeld. Hierdoor kunnen per regeling verschillende maatregelen nodig zijn. Dit is lastig uit te leggen en kan het gevoel geven van ongelijke behandeling.  Pensioen is voor veel mensen al moeilijk genoeg. Door ervoor te kiezen alle pensioenen over te zetten, kunnen we u beter inzicht geven in uw totale pensioen. 

In MijnABP stond tot enkele jaren geleden ook een bedrag bij benadering dat het fonds had voor iedereen die nog niet met pensioen was. Dat noemden we toen ook een 'pensioenpot'. Maar dat was een ander soort ‘pensioenpot’ dan dat u nu krijgt in de vernieuwde pensioenregeling. In de oude ‘pensioenpot’ zag u een bedrag bij benadering dat in theorie nodig was voor uw pensioen. Uitgangspunt voor deze bedragen was uw maandelijkse pensioen, niet uw inleg.

In de nieuwe pensioenpot is uw inleg de basis. U ziet hoeveel u en uw werkgever inleggen, welke kosten er zijn en hoe door het resultaat van de beleggingen uw pensioenpot elke maand omhoog- en omlaag beweegt. Ook ziet u op basis van de pensioenpot een verwacht pensioen. 

Uitzondering daarop zijn gepensioneerden. Zij zien geen pensioenpot meer nadat hun pensioen is ingegaan. Dat was met de oude 'pensioenpot' van ABP ook al zo. Als u met pensioen bent, ziet u wel hoeveel pensioen er elke maand voor u is en wat er geregeld is voor uw nabestaanden. 

Ja. De waarde van uw opgebouwde pensioen gaat over naar de vernieuwde pensioenregeling. We zijn van plan om op 1 januari 2027 over te gaan. De waarde van uw pensioen op dat moment komt in uw pensioenpot. Dit geldt ook voor (de waarde van) eventuele aanvullingen die u nu krijgt of waar u in de toekomst mogelijk recht op heeft. We kijken hierbij naar de financiële positie van ABP op het moment dat we overgaan. 

Lees meer over wat er gebeurt op 1 januari 2027.

De peildatum waarop we kijken of u recht heeft op compensatie is 31 december 2026. Uw situatie op die dag telt. Bouwt u op dat moment pensioen op bij ABP? (En voldoet u aan de andere voorwaarden) Dan kunt u compensatie krijgen. Enkele andere situaties:  

  • Start u met een nieuwe baan en gaat u ergens anders pensioen opbouwen per 1 januari 2027? Dan kunt u compensatie krijgen. 
  • Stopt u (tijdelijk) met werken voor 31 december 2026 en start u weer in januari? Dan krijgt u geen compensatie. 
  • Gaat u minder werken voor 31 december 2026? Dan bent u in dienst, maar krijgt u wel minder compensatie. Ook als u na die datum weer meer gaat werken.  
  • Wisselt u van baan voor 31 december 2026 en gaat u ergens anders pensioen opbouwen? Dan krijgt u geen compensatie. 
  • Wisselt u van baan voor 31 december 2026, maar is uw nieuwe werkgever óók bij ABP aangesloten? Dan kunt u wel compensatie krijgen.  
  • Gaat u volledig met pensioen voor 31 december 2026? Dan krijgt u geen compensatie.  Gaat u deels met pensioen, dan is uw compensatie lager. 
  • Gaat uw pensioen in op of na 1 januari 2027? Dan kunt u wel compensatie krijgen. 
  • Kiest u voor vrijwillige voortzetting, omdat u nog doorwerkt nadat uw pensioen is ingegaan? Ook dan kunt u compensatie krijgen. 

Check hier of u compensatie kunt krijgen.

Contact opnemen

Op de hoogte blijven?

Ook in onze nieuwsbrief houden we u op de hoogte over de nieuwe regels voor pensioen. Ontvangt u deze nog niet? Meld u dan nu aan.