Eerder of later stoppen

Eerder stoppen met werken of langer doorgaan. De keuze is aan u.

U bepaalt zelf uw pensioenleeftijd: u kunt met pensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u 60 wordt tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd. In MijnABP ziet u wat het financieel voor u betekent als u eerder of later stopt met werken.

Als u stopt met werken voordat u de AOW-leeftijd bereikt, heeft u mogelijk onvoldoende inkomen. U krijgt immers nog geen AOW. Met de ABP-overbrugging kunt u ervoor zorgen dat u tot uw AOW-leeftijd een even hoog (bruto-)inkomen heeft als na uw AOW-leeftijd. U krijgt dan tot uw AOW-leeftijd meer pensioen. Zodra u AOW ontvangt, krijgt u een lager pensioen. Uw pensioen en uw AOW samen zijn dan bruto even hoog als het pensioen dat u voor uw AOW-leeftijd ontvangt.

Wilt u met pensioen tussen uw 60ste en vijf jaar voor uw AOW-leeftijd?

Dat kan alleen als u voor hetzelfde percentage dat u pensioen opneemt, (minimaal) minder gaat werken. U moet dit bevestigen in een zogenoemde 'intentieverklaring'.

Als u pensioen aanvraagt, ontvangt u de intentieverklaring bij uw aanvraag. U verklaart daarmee dat u niet meer pensioen aanvraagt dan waarvoor u minder gaat werken. En dat u niet van plan bent om die uren in de toekomst weer te gaan werken. De intentieverklaring is opgenomen in het aanvraagformulier dat u moet ondertekenen om met pensioen te gaan. In MijnABP moet u een vinkje plaatsen bij de verklaring. Zonder dat vinkje kan u het pensioen niet aanvragen.

Als u blijft doorwerken nadat u de AOW-leeftijd heeft bereikt, bouwt u langer pensioen op. Uw pensioen is dan voor de rest van uw leven hoger.

Er geldt een maximale opbouw van 100% van het pensioengevend inkomen van het voorafgaande jaar. Als u het maximum bereikt, krijgt u automatisch uw pensioen uitgekeerd. U mag blijven doorwerken, maar u bouwt dan geen pensioen meer op.

Ook dan bepaalt u zelf uw pensioenleeftijd: u kunt met pensioen gaan tussen uw 60ste en uw AOW-leeftijd.