Eerder of later stoppen

Eerder stoppen met werken of langer doorgaan. De keuze is aan u.

U bepaalt zelf uw pensioenleeftijd: u kunt met pensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u 60 wordt tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd. In MijnABP ziet u wat het financieel voor u betekent als u eerder of later stopt met werken.

Eerder of later stoppen met werken kan gevolgen hebben voor de hoogte van uw voorwaardelijk pensioen.

Bekijk het fragment over de financiële consequenties van eerder stoppen met werken uit het webinar van 29 juni 2017

Bij ABP kunt u vanaf uw 60ste met pensioen gaan. Als u kiest om eerder of later met pensioen te gaan dan uw AOW-leeftijd, krijgt u te maken met een omrekenfactor. Deze omrekenfactor wordt gebruikt voor het vaststellen van uw pensioenuitkering. Deze omrekenfactor is nodig omdat u afwijkt van de pensioendatum op AOW-leeftijd. Als u eerder dan uw AOW-leeftijd met pensioen gaat, zal uw pensioenuitkering lager worden. U gaat dan namelijk langer uw pensioenuitkering ontvangen. Uw pensioenuitkering zal hoger worden als u later dan uw AOW-leeftijd met pensioen gaat.

De omrekenfactor kan elk jaar op 1 januari wijzigen. Als u vóór of na 1 januari pensioen aanvraagt, kan uw pensioenuitkering daardoor hoger of lager uitvallen. De omrekenfactor voor het nieuwe jaar is elk jaar vanaf eind december beschikbaar. In MijnABP rekent u met actuele getallen, dus met de omrekenfactor die op dat moment geldt.

Als u stopt met werken voordat u de AOW-leeftijd bereikt, heeft u mogelijk onvoldoende inkomen. U krijgt immers nog geen AOW.

Met de AOW-overbrugging in de ABP-regeling kunt u ervoor zorgen dat uw (bruto-)inkomen gelijk is voor en na uw AOW-leeftijd. U krijgt dan tot uw AOW-leeftijd meer pensioen. Zodra u AOW ontvangt, krijgt u een lager pensioen van ABP.

De AOW-overbrugging kan gevolgen hebben voor de hoogte van uw pensioen.

Kies uw pensioenleeftijd in MijnABP

Wilt u met pensioen tussen uw 60ste en vijf jaar voor uw AOW-leeftijd?

Dat kan alleen als u voor hetzelfde percentage dat u pensioen opneemt, (minimaal) minder gaat werken. U moet dit bevestigen in een zogenoemde 'intentieverklaring'.

Als u pensioen aanvraagt, ontvangt u de intentieverklaring bij uw aanvraag. U verklaart daarmee dat u niet meer pensioen aanvraagt dan waarvoor u minder gaat werken. En dat u niet van plan bent om die uren in de toekomst weer te gaan werken. De intentieverklaring is opgenomen in het aanvraagformulier dat u moet ondertekenen om met pensioen te gaan. In MijnABP moet u een vinkje plaatsen bij de verklaring. Zonder dat vinkje kan u het pensioen niet aanvragen.

Bekijk het fragment over de spelregels bij eerder stoppen met werken uit het webinar van 29 juni 2017

Als u blijft doorwerken nadat u de AOW-leeftijd heeft bereikt, bouwt u langer pensioen op. Uw pensioen is dan voor de rest van uw leven hoger.

Kies uw pensioenleeftijd in MijnABP

Ook dan bepaalt u zelf uw pensioenleeftijd: u kunt met pensioen gaan vanaf uw 60ste tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd.

Kies uw pensioenleeftijd in MijnABP