ABP KeuzePensioen

ABP KeuzePensioen is uw inkomen voor later. U bouwt dit pensioen op doordat u werkt bij een werkgever die is aangesloten bij ABP.

Met ABP KeuzePensioen heeft u veel vrijheid:

  • U bepaalt wanneer u met pensioen gaat.
  • U laat uw pensioen (gedeeltelijk) ingaan terwijl u (gedeeltelijk) blijft werken.
  • U kiest ervoor eerst een hoger en later een lager pensioen te ontvangen. Of andersom.
  • U kiest voor een gelijkblijvend inkomen, vóór en ná uw AOW-leeftijd.
  • U verhoogt uw pensioen met (een deel van) het nabestaandenpensioen.

Als u pensioen heeft opgebouwd voor 2018 kunt u het nabestaandenpensioen verhogen met (een deel van) uw ouderdomspensioen.
Voor pensioenopbouw vanaf 2018 is het verhogen van het nabestaandenpensioen met (een deel van) uw ouderdomspensioen niet meer mogelijk.

Bekijk het fragment over pensioen keuzemogelijkheden uit het webinar van 29 juni 2017

Op zijn vroegst kunt u op uw 60ste met pensioen. Maar u kunt ook veel later met pensioen: tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd. Wilt u met pensioen tussen uw 60ste en vijf jaar voor uw AOW-leeftijd? Dat kan. Maar alleen als u voor het gedeelte dat u met pensioen gaat ook stopt met werken. Gaat u bijvoorbeeld voor 50% met pensioen, dan gaat u ook (minimaal) 50% minder werken. U mag dan in de toekomst niet weer meer uren gaan werken. U legt dit vast in een zogenoemde 'intentieverklaring'. Deze ontvangt u als u pensioen aanvraagt.

Bouwt u geen pensioen meer op, dan kan uw pensioen ingaan vanaf uw 60ste tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd

U hoeft niet te stoppen met werken als u met pensioen gaat. U kunt bijvoorbeeld voor de helft stoppen met werken en voor een deel uw pensioen in laten gaan. U kunt ook in meerdere stappen met pensioen: bijvoorbeeld eerst voor tien procent, daarna nog eens voor tien procent en daarna volledig. Zolang het maar in stappen van ten minste tien procent gaat. En wilt u blijven werken en toch volledig met pensioen? Dat kan ook.

U kunt de hoogte van uw pensioen variëren. U ontvangt eerst een hoger pensioen en later een lager pensioen. Bijvoorbeeld vanaf uw AOW-leeftijd. Of vanaf het moment dat uw huis is afbetaald. U kunt ook kiezen voor eerst een lager en later een hoger pensioen. U bepaalt dit helemaal zelf als u met pensioen gaat. Het verhogen en verlagen is wel gebonden aan fiscale grenzen. En u kunt maar één keer kiezen voor een hoger of lager pensioen.

Als u eerder met pensioen gaat, ontvangt u nog geen AOW. Met ABP KeuzePensioen kunt u ervoor zorgen dat u tot uw AOW-leeftijd een even hoog (bruto-)inkomen heeft als na uw AOW-leeftijd. U krijgt dan eerst een hoger ABP KeuzePensioen en zodra u AOW ontvangt, een lager ABP KeuzePensioen. Uw pensioen en uw AOW samen zijn dan bruto even hoog als het pensioen dat u voor uw AOW-leeftijd ontvangt.

U kunt uw pensioen verhogen door daar nabestaandenpensioen voor in te leveren. Heeft u een partner als u met pensioen gaat? Dan heeft u zijn toestemming nodig. Als u geen partner heeft, dan voegen wij het nabestaandenpensioen automatisch toe aan uw ouderdomspensioen.

Dit is een verhoging van uw ABP KeuzePensioen als tegemoetkoming voor het vervallen van de FPU. Op uw Uniform Pensioenoverzicht staat of u recht heeft op voorwaardelijk pensioen.

Lees meer over de voorwaarden van voorwaardelijk pensioen.

Mogelijk heeft u recht op een (maandelijkse) aanvulling op uw ABP KeuzePensioen. Bijvoorbeeld als:

  • U voor 1986 op hetzelfde moment ook ergens anders pensioen heeft opgebouwd.
  • Uw partner pensioen ontvangt en dit heeft opgebouwd voor 1995.
  • U een vrouw bent en een partner heeft.
  • U of uw partner niet de volledige AOW krijgt.

Als u uw pensioen aanvraagt, kijken wij of u aan alle voorwaarden voldoet.

Misschien ontvangt u naast uw pensioen ook nog salaris of AOW. ABP, de SVB en uw werkgever houden alle drie loonheffing in. Doordat de Belastingdienst uw inkomen optelt, valt u mogelijk in een hoger belastingtarief. In dat geval is er te weinig loonheffing ingehouden. De Belastingdienst verrekent dit achteraf met een naheffing. U kunt dit voorkomen door een voorlopige aanslag aan te vragen bij de Belastingdienst (0800 05 43).
Als u maar weinig pensioen heeft opgebouwd, kopen wij uw pensioen af.
Lees meer over het afkopen van een klein pensioen