Check of we uw e-mailadres hebben. Dan hoeven we u vaak geen brieven meer te sturen en ontvangt u veel persoonlijke berichten in MijnABP. We mailen u meteen bij een nieuw bericht.
Ontvangt u pensioen van ons, dan heeft u de jaaropgave nodig voor uw belastingaangifte. Deze staat klaar in MijnABP.
We willen op 1 januari 2027 overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Tot en met 31 december 2026 geldt nog het huidige indexatiebeleid. Op deze pagina leest u meer over dit huidige indexatiebeleid. Per 1 januari 2026 verhoogden we uw pensioen voor de laatste keer onder de huidige regels.
We mochten van de overheid in de afgelopen jaren soepelere regels gebruiken voor het verhogen van pensioenen. Uw pensioen kon daardoor in de afgelopen jaren eerder verhoogd worden, maar het kon ook meer omlaaggaan.
We mochten deze soepelere regels gebruiken, omdat we van plan zijn om over te gaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Met deze soepelere regels sorteerden we in feite al voor op de regels in de vernieuwde pensioenregeling. Daarin beweegt uw pensioen namelijk meer mee met de financiële markten.
In de afgelopen jaren probeerden we ieder jaar de pensioenen per 1 januari te verhogen met de stijging van de prijzen. Dat kon alleen als dat volgens de regels mocht en als er voldoende geld in kas was. Dat betekende het volgende:
We wilden natuurlijk voorkomen dat we de pensioenen moesten verlagen. Met het beleid konden we de pensioenen meer verhogen. Aan de andere kant moesten we er ook voor zorgen dat er voldoende geld in kas bleef voor de overgang naar de nieuwe regels voor pensioen in 2027. In het beleid stond over verlagen:
We geven hieronder een aantal voorbeelden van situaties die zich in de afgelopen jaren konden voordoen:
Bij een inflatie van 3% en een dekkingsgraad van 113,3% (of hoger) konden de pensioenen volledig worden verhoogd. De pensioenen konden namelijk worden verhoogd met het percentage dat gelijk was aan de inflatie. In dit voorbeeld was dat 3%. De dekkingsgraad nam dan na deze verhoging af tot 110% (of hoger). Een voorwaarde was dat de beleidsdekkingsgraad minimaal 105% was.
Bij een inflatie van 3% en een dekkingsgraad tussen 110% en 113,3% konden de pensioenen gedeeltelijk worden verhoogd. De pensioenen konden niet maximaal worden verhoogd omdat de dekkingsgraad dan onder 110% zakte. Een voorwaarde was dat de beleidsdekkingsgraad minimaal 105% was.
Bij een inflatie van 3% en een dekkingsgraad van 110% (of lager) konden de pensioenen niet worden verhoogd. Een verhoging van de pensioenen zou er dan namelijk voor hebben gezorgd dat de dekkingsgraad (verder) onder de 110% zou zakken. Dat wilden we niet, omdat we in 2027 willen overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling.
Als het overbruggingsplan zou uitwijzen dat ABP de invaardekkingsgraad van 101,5% niet haalt dan moesten de pensioenen worden verlaagd. ABP moest de pensioenen verlagen, zodat de voorzienbaar te halen dekkingsgraad na verlagen gelijk was aan 101,5%. De (hoogte van de) inflatie speelde bij verlagen geen rol.