Veelgestelde vragen

Als u pensioen ontvangt, vindt u het nabestaandenpensioen op de betaalspecificatie van januari. Bouwt u pensioen op of heeft u pensioen opgebouwd, kijk dan op u pensioenoverzicht of in MijnABP.
Loonheffingskorting is een korting op de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen die u betaalt. Deze korting mag u maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie toepassen. Loonheffingskorting vraagt u aan door een loonbelastingverklaring in te vullen. Dit formulier krijgt u van uw werkgever of uitkeringsinstantie. Meer informatie en dit formulier vindt u op de site van de belastingdienst.

Let op

Als u loonheffingskorting bij meerdere werkgevers of uitkeringsinstanties laat toepassen, ontvangt u te veel korting op uw belasting. Hierdoor loopt u het risico dat u aan het einde van het jaar belasting moet terugbetalen.
Loonheffing is belasting die u betaalt over een inkomen. De loonheffingskorting is de korting op die belasting. Hierdoor houdt u dus meer salaris of pensioen over. Kijk voor meer informatie op de site van de belastingdienst.
Als er gegevens ontbreken, kan dat zijn omdat:
  • Uw werkgever niet is aangesloten bij ABP.
  • U pas kort pensioen opbouwt bij ABP en de gegevens nog niet doorgegeven zijn aan mijnpensioenoverzicht.nl.
  • U in het verleden uw pensioen heeft afgekocht.
  • U voor 1 augustus 1994 werkte bij overheid of onderwijs én een arbeidscontract van zes maanden of korter had.
  • U voor 1 augustus 1994 werkte bij overheid of onderwijs én uw salaris op jaarbasis was te laag.
  • U zelf geen pensioen heeft bij ABP, maar uw ex-partner wel.
  • Uw pensioen kleiner is dan € 1.
Is dit in uw situatie niet het geval, neem dan contact met ons op.
De premies die u betaalt om uw pensioentekort aan te vullen, kunt u aftrekken van de belasting. Dit is aan een maximum verbonden. Dit maximum verschilt voor een lijfrentepolis en ABP ExtraPensioen. Let er wel op dat stortingen in ABP ExtraPensioen invloed hebben op uw fiscale lijfrenteruimte. Heeft u in het verleden gespaard in een lijfrente en spaart u nu in ABP ExtraPensioen? Dan kan het zijn dat u alsnog inkomstenbelasting moet betalen over de afgetrokken lijfrentepremies. Op belastingdienst.nl vindt u meer informatie hierover en u vindt er de Rekenhulp Lijfrentepremie.
Wij versturen elk jaar zo’n 1,2 miljoen pensioenoverzichten. Door deze hoeveelheid kunnen we niet alles in een keer versturen, maar doen wij dit gespreid over het jaar. We kunnen u niet vertellen wanneer u aan de beurt bent.

De (beleids)dekkingsgraad van ABP ligt dicht bij die van andere grote pensioenfondsen. Als de dekkingsgraad lager is dan 110%, mag een pensioenfonds niet indexeren. Dit is bij de meeste pensioenfondsen op dit moment het geval. De dekkingsgraden van de pensioenfondsen verschillen van elkaar, omdat ieder fonds een ander beleggings- en rente-afdekkingsbeleid heeft. Daarnaast verschilt het premiebeleid per fonds. En bij sommige ondernemingspensioenfondsen stort de werkgever indien nodig geld bij. Zo kan het dat sommige fondsen een hogere dekkingsgraad dan 110% hebben en dus nog kunnen indexeren.

De rekenrente is de rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen bij het waarderen van de pensioenverplichtingen. Pensioenfondsen moeten de rekenrente van De Nederlandsche Bank gebruiken voor het vaststellen van hun dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen.

Er wordt vaak een relatie gemaakt met het gerealiseerde beleggingsrendement. Het gerealiseerde beleggingsrendement en de rekenrente zijn twee verschillende dingen. Het gerealiseerde beleggingsrendement is wat we tot nu toe behaald hebben. Over de afgelopen 20 jaar behaalden we een gemiddeld jaarlijks rendement van 7%. Onze beleggers zorgen ervoor dat het geld in de pensioenpot zorgvuldig wordt belegd. Daardoor is het vermogen van ABP gegroeid tot een recordniveau, ondanks de crisis.

Met de rekenrente kijken we naar de toekomst. We mogen de daadwerkelijk behaalde beleggingsrendementen niet gebruiken als toekomstige rendementen ter dekking van de verplichtingen(de toekomstige pensioenuitkeringen). Immers “Behaalde rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst”. ABP moet dat doen aan de hand van de marktrente (rekenrente). Dat is populair gezegd de huidige “risicovrije” rente op (Nederlandse en Duitse) staatsleningen. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen, maar ABP heeft hier geen invloed op. ABP is verplicht de rente te hanteren zoals deze wordt voorgeschreven (en gepubliceerd) door De Nederlandsche Bank (DNB). Hoe lager de rekenrente, des te hoger de waarde van de pensioenverplichtingen en des te lager de dekkingsgraad.

Als de wetgever binnen het huidige stelsel alleen besluit tot verhoging van de rekenrente dan leidt dit tot een herverdeling van de indexatieruimte binnen het fonds van jong naar oud. Een verhoging van de rekenrente zal ertoe leiden dat we op korte termijn meer ruimte krijgen om de pensioenen te indexeren. Op korte termijn profiteren alle actieve deelnemers en gepensioneerden van deze indexatie. Het pensioenvermogen van ABP verandert echter niet bij een wettelijke aanpassing van de rekenrente. Als we meer uitgeven op korte termijn, betekent dit dat er op lange termijn minder ruimte zal zijn om te indexeren. ABP kan het geld immers maar één keer uitgeven. Op lange termijn neemt hierdoor het indexatiepotentieel af. Dit raakt met name de jongere deelnemers.
Zoals u waarschijnlijk weet is ABP – net als andere pensioenfondsen – in Nederland verplicht een voorgeschreven rekenrente toe te passen voor het bepalen van de financiële positie van het fonds. Er woedt momenteel een discussie over deze rekenrente omdat deze de afgelopen jaren sterk is gedaald. Daardoor zijn de financiële posities van veel pensioenfondsen, waaronder ABP, onvoldoende herstelt om te kunnen indexeren. ABP heeft begrip voor deze discussie, maar wil de discussie graag voeren in een breder kader.

ABP maakt momenteel geen vuist tegen deze rekenrente binnen het huidige stelsel. We zijn namelijk van mening dat er meerdere trends zijn die aanleiding geven voor een wijziging ván het stelsel in plaats van een wijziging bínnen het stelsel. Het gaat daarbij onder andere om ontwikkelingen op de financiële markten, demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Aanpassing van de rekenrente biedt onvoldoende antwoord op deze trends.

ABP speelt wel een actieve rol in de discussie over de stelselwijziging. Een stelselwijziging kan leiden tot een beter indexatieperspectief, maar kan verder gaan en ook leiden tot een persoonlijker pensioen met bescherming. Daarbij kan mogelijk een passend antwoord worden geformuleerd op hierboven geschetste trends. ABP gaat over wijziging van het pensioenstelsel de dialoog aan met diverse stakeholders, participeert in diverse werkgroepen in de pensioensector en spreekt hier ook over met ministers, Kamerleden en sociale partners. Het deelnemersbelang staat hierbij centraal.

Er wordt wel gezegd dat de overheid geld uit de pensioenpot heeft gehaald. Maar dat klopt niet. Wel is het een feit dat er toen minder premie is ingelegd. Het ligt dus genuanceerd. In de jaren tachtig en negentig ontstonden er tekorten bij de overheid. De overheid was in die tijd verantwoordelijk voor de premie. De overheid betaalde toen een lagere premie dan het toenmalige ABP bestuur verstandig vond. Er is dus geen geld uit de kas gehaald, maar er is minder aan premie binnengekomen. Niet alleen de overheid heeft geprofiteerd van de lagere pensioenpremies. Het was ook gunstig voor de arbeidsmarkt, veel banen konden worden behouden.

Wij delen de zorgen van velen rond het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Ook de beelden van de afgelopen weken hebben ons geraakt en maken ons bezorgd. Het pensioenfonds ABP houdt, in navolging van uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, de VN en de Nederlandse regering de staat Israël primair verantwoordelijk voor de schendingen van mensenrechten. Die zijn een gevolg van het Israëlische nederzettingenbeleid. De staat Israël is in die zin veroordeeld, maar de Israëlische banken in die zin niet. Rond het conflict tussen Israël en de Palestijnen lopen emoties hoog op, ook in Nederland. ABP doet echter niet aan politiek. Ons ESG-beleid is om die reden gebaseerd op twee objectieve uitgangspunten, te weten internationale wet- en regelgeving en de uitgangspunten van de UN Global Compact. En daar houden we ons aan. ABP is bezig om duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid te implementeren dat we in 2015 hebben vastgesteld. Hierbij willen we duurzaamheidsaspecten en criteria voor verantwoord ondernemen volledig integreren in al onze beleggingsbeslissingen. Dat betekent dat we voor elke belegging bekijken we niet alleen of die aantrekkelijk is gezien het te verwachten rendement, de risico’s en de kosten maar ook hoe duurzaam en verantwoord deze is. En daarbij kijken we ook naar hoe bedrijven omgaan met mensenrechten. ABP zal de komende jaren de bedrijven waarin we kunnen investeren langs een stengere meetlat leggen. Dit betekent dat we vóór 2020 alle bedrijven waarin we via aandelen of obligaties kunnen beleggen (dit zijn ca. 10.000 bedrijven) beoordelen aan de hand van hogere eisen, ook als het gaat om mensenrechten. Velen willen dat de invoering van dit beleid sneller gaat en het kan ons ook niet snel genoeg gaan. Het is echter een lang en intensief proces dat zorgvuldig moet worden doorlopen. Mensenrechten zullen bij het insluitingsbeleid ook een grote rol spelen.