Vragen over actuele onderwerpen

Als u pensioen ontvangt, vindt u het nabestaandenpensioen op de betaalspecificatie van januari. Bouwt u pensioen op of heeft u pensioen opgebouwd, kijk dan op u pensioenoverzicht of in MijnABP.
Vanaf 1 januari 2016 gaat de opbouw van ABP NabestaandenPensioen omhoog naar 70%. Dit geldt voor het nabestaandenpensioen dat uw partner ontvangt als u op of na uw 67ste overlijdt. Uw nabestaandenpensioen mag maximaal 70% van het ouderdomspensioen zijn.
Bekijk ook de andere wijzigingen
Loonheffingskorting is een korting op de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen die u betaalt. Deze korting mag u maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie toepassen. Loonheffingskorting vraagt u aan door een loonbelastingverklaring in te vullen. Dit formulier krijgt u van uw werkgever of uitkeringsinstantie. Meer informatie en dit formulier vindt u op de site van de belastingdienst.

Let op

Als u loonheffingskorting bij meerdere werkgevers of uitkeringsinstanties laat toepassen, ontvangt u te veel korting op uw belasting. Hierdoor loopt u het risico dat u aan het einde van het jaar belasting moet terugbetalen.
Loonheffing is belasting die u betaalt over een inkomen. De loonheffingskorting is de korting op die belasting. Hierdoor houdt u dus meer salaris of pensioen over. Kijk voor meer informatie op de site van de belastingdienst.
Als er gegevens ontbreken, kan dat zijn omdat:
  • Uw werkgever niet is aangesloten bij ABP.
  • U pas kort pensioen opbouwt bij ABP en de gegevens nog niet doorgegeven zijn aan mijnpensioenoverzicht.nl.
  • U in het verleden uw pensioen heeft afgekocht.
  • U voor 1 augustus 1994 werkte bij overheid of onderwijs én een arbeidscontract van zes maanden of korter had.
  • U voor 1 augustus 1994 werkte bij overheid of onderwijs én uw salaris op jaarbasis was te laag.
  • U zelf geen pensioen heeft bij ABP, maar uw ex-partner wel.
  • Uw pensioen kleiner is dan € 1.
Is dit in uw situatie niet het geval, neem dan contact met ons op.
De premies die u betaalt om uw pensioentekort aan te vullen, kunt u aftrekken van de belasting. Dit is aan een maximum verbonden. Dit maximum verschilt voor een lijfrentepolis en ABP ExtraPensioen. Let er wel op dat stortingen in ABP ExtraPensioen invloed hebben op uw fiscale lijfrenteruimte. Heeft u in het verleden gespaard in een lijfrente en spaart u nu in ABP ExtraPensioen? Dan kan het zijn dat u alsnog inkomstenbelasting moet betalen over de afgetrokken lijfrentepremies. Op belastingdienst.nl vindt u meer informatie hierover en u vindt er de Rekenhulp Lijfrentepremie.
Wij versturen elk jaar zo’n 1,2 miljoen pensioenoverzichten. Door deze hoeveelheid kunnen we niet alles in een keer versturen, maar doen wij dit gespreid over het jaar. We kunnen u niet vertellen wanneer u aan de beurt bent.

De (beleids)dekkingsgraad van ABP ligt dicht bij die van andere grote pensioenfondsen. Als de dekkingsgraad lager is dan 110%, mag een pensioenfonds niet indexeren. Dit is bij de meeste pensioenfondsen op dit moment het geval. De dekkingsgraden van de pensioenfondsen verschillen van elkaar, omdat ieder fonds een ander beleggings- en rente-afdekkingsbeleid heeft. Daarnaast verschilt het premiebeleid per fonds. En bij sommige ondernemingspensioenfondsen stort de werkgever indien nodig geld bij. Zo kan het dat sommige fondsen een hogere dekkingsgraad dan 110% hebben en dus nog kunnen indexeren.

Het is niet zo dat de rijksoverheid miljarden heeft ‘geroofd’ uit de pensioenpot van ABP. Het is een genuanceerder verhaal.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ontstonden er tekorten bij de overheid. ABP was toen nog geen zelfstandig pensioenfonds, maar onderdeel van de overheid. De overheid was verantwoordelijk voor de premie. Dit was geregeld in de zogenoemde ABP Wet. De overheid betaalde in die tijd een lagere premie aan ABP dan het toenmalige bestuur verstandig vond. De pensioenpremie werd overigens niet alleen bij ABP verlaagd. Maar dan wel onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Tegelijkertijd maakten de overheid, werkgevers en werknemers samen afspraken over andere maatregelen. Zo werd de VUT-regeling ingevoerd om de massale jeugdwerkloosheid aan te pakken. Ouderen konden eerder met pensioen zodat jongeren hun plaatsen op de arbeidsmarkt konden innemen.

ABP had er nu financieel beter voorgestaan als de pensioenpremie destijds niet was verlaagd. Maar toen ABP in 1996 geprivatiseerd werd, zorgde de overheid ervoor dat er voldoende geld in kas was voor de opgebouwde pensioenaanspraken . Ook werden de ABP pensioenpremies verhoogd naar een zogenaamd ‘kostendekkend’ niveau. Dit gebeurde na een uitvoerig en langdurig onderhandelingsproces tussen overheid (als werkgever) en de bonden voor overheidspersoneel. Niet alleen de overheid heeft geprofiteerd van de lagere pensioenpremies destijds. Het was gunstig voor de arbeidsmarkt, veel banen konden worden behouden.

De rekenrente is de rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen bij het waarderen van de pensioenverplichtingen. Pensioenfondsen moeten de rekenrente van De Nederlandsche Bank gebruiken voor het vaststellen van hun dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen.

Er wordt vaak een relatie gemaakt met het gerealiseerde beleggingsrendement. Het gerealiseerde beleggingsrendement en de rekenrente zijn twee verschillende dingen. Het gerealiseerde beleggingsrendement is wat we tot nu toe behaald hebben. Over de afgelopen 20 jaar behaalden we een gemiddeld jaarlijks rendement van 7%. Onze beleggers zorgen ervoor dat het geld in de pensioenpot zorgvuldig wordt belegd. Daardoor is het vermogen van ABP gegroeid tot een recordniveau, ondanks de crisis.

Met de rekenrente kijken we naar de toekomst. We mogen de daadwerkelijk behaalde beleggingsrendementen niet gebruiken als toekomstige rendementen ter dekking van de verplichtingen(de toekomstige pensioenuitkeringen). Immers “Behaalde rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst”. ABP moet dat doen aan de hand van de marktrente (rekenrente). Dat is populair gezegd de huidige “risicovrije” rente op (Nederlandse en Duitse) staatsleningen. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen, maar ABP heeft hier geen invloed op. ABP is verplicht de rente te hanteren zoals deze wordt voorgeschreven (en gepubliceerd) door De Nederlandsche Bank (DNB). Hoe lager de rekenrente, des te hoger de waarde van de pensioenverplichtingen en des te lager de dekkingsgraad.

ABP wil het rendement voor zijn 2,8 miljoen deelnemers op verantwoorde en duurzame wijze realiseren. Daarvoor hebben we in het najaar van 2015 een nieuwe visie op verantwoord beleggen gepresenteerd en vervolgens een nieuw beleggingsbeleid ontwikkeld. Daarbij gaan we over van uitsluitingsbeleid naar het zogenaamde insluitingsbeleid. Met het insluitingsbeleid worden individuele beleggingen bewust in de portefeuille opgenomen (‘ingesloten’) op basis van duurzame en verantwoorde criteria, naast de standaard criteria van rendement, risico en kosten. De overgang van uitsluitingsbeleid naar insluitingsbeleid gaat niet zomaar van de ene op de andere dag. De beleggingsportefeuille van ABP bestaat namelijk uit ongeveer 5000 beursgenoteerde bedrijven. We beoordelen deze de komende jaren actief en besluiten welke beursgenoteerde bedrijven duurzame en verantwoorde beleggingen opleveren en daarmee in de beleggingsportefeuille worden opgenomen. Daarbij maken we gebruik van verschillende externe informatiebronnen. De lijst van Danwatch doorlopen we daarbij ook.

Ja. ABP neemt als norm de nationale wetgeving en internationale gedragsverplichtingen van de Nederlandse overheid. Daarmee heeft ABP een objectief kader om te beoordelen waarin het wel en niet in wil beleggen. Nederland is partij bij het Non-proliferatie verdrag (1968). Dit verdrag regelt dat alleen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad kernwapens in bezit mogen hebben: de Verenigde Staten, China, Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Daarmee erkent Nederland dat hun bezit van kernwapens legitiem is. Dus is productie en onderhoud van deze wapens legaal.

Over kernwapens wordt door de ABP-deelnemers verschillend gedacht. Er zijn voor- en tegenstanders. Leidend voor ABP is het beleid van de Nederlandse overheid. ABP zal zijn beleid heroverwegen als de Nederlandse opstelling of wetgeving wijzigt.