Hoe maak je pensioenbeleid voor mensen die nog niet meedoen?

Wetenschapper Onno Steenbeek over pensioen voor toekomstige generaties
1 september 2026

Hoe zorg je ervoor dat pensioenbeleid eerlijk blijft voor jong én oud? In deze editie van ‘ABP zoekt het uit’ praten we met pensioenexpert Onno Steenbeek, verbonden aan Tilburg University en APG Asset Management. Hij legt uit waarom het afwegen van belangen tussen generaties centraal staat in het Nederlandse pensioenstelsel.

Pensioenfondsen nemen dagelijks besluiten die tientallen jaren kunnen doorwerken. Voor deelnemers die nu pensioen ontvangen, voor mensen die nog midden in hun loopbaan zitten én voor generaties die nog moeten instromen. Volgens pensioenexpert en wetenschapper Onno Steenbeek maakt juist dat pensioenbeleid zo bijzonder én zo ingewikkeld. “Wie vandaag pensioenbeleid maakt, neemt beslissingen die nog decennialang impact hebben. Dat geldt zeker voor een fonds als ABP, met deelnemers van jonge werknemers tot gepensioneerden op hoge leeftijd.”

Generatiedenken is daarom een voorwaarde voor pensioenfondsen. “Zeker nu, met de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel, gaat het om het zorgvuldig afwegen van de belangen van verschillende generaties”, zegt Steenbeek. “Daar wordt ook door De Nederlandsche Bank (DNB) streng op getoetst.”

Geen glazen bol

Dat klinkt logisch, maar eenvoudig is het niet. Pensioenfondsen moeten vooruitkijken over zeer lange perioden. Iemand die nu 25 jaar is en aan het begin van zijn loopbaan staat, kan nog tientallen jaren pensioen opbouwen en daarna ook nog lang pensioen ontvangen. Tegelijkertijd weet niemand hoe de wereld er over 30, 50 of 80 jaar uitziet.

“Je hebt geen glazen bol”, erkent Steenbeek, “je weet alleen dat zich verschillende scenario’s kunnen ontvouwen. De vraag is hoe je weerbaar kunt zijn. En wendbaar, als de omstandigheden dat vragen. Je moet nadenken over ontwikkelingen die een fonds uit de rails kunnen laten lopen.” Daarom kijken pensioenfondsen niet alleen naar wat er vandaag of morgen gebeurt op financiële markten. Ze kijken naar risico’s, spreiding van beleggingen en naar de vraag of beleid onder verschillende omstandigheden overeind blijft. Dat is een belangrijk verschil met veel andere organisaties. “Bedrijven maken vaak jaarplannen of strategieën voor een paar jaar vooruit. Pensioenfondsen moeten verder kijken.”

Eerlijk voor jong en oud

Een van de belangrijkste vragen is of een pensioenbesluit eerlijk uitpakt voor verschillende generaties. Pensioenfondsen gebruiken daarvoor rekenmethodes die laten zien hoe beleidswijzigingen verschillende groepen deelnemers raken. Zulke berekeningen spelen ook een rol bij de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel. Toch waarschuwt Onno Steenbeek dat cijfers niet alles zeggen. De uitkomsten hangen sterk af van aannames over de toekomst. En juist die toekomst is onzeker. “Ik begrijp dat deelnemers houvast willen hebben”, zegt hij. “Maar het blijft ingewikkeld. Juist omdat je tientallen jaren vooruit moet kijken, zijn de berekeningen gevoelig voor de aannames die je doet.”

De afschaffing van de doorsneesystematiek is daarom een belangrijke verandering in het vernieuwde pensioenstelsel. In het oude systeem betaalden jongere deelnemers relatief meer mee, terwijl zij dat later in hun loopbaan weer terugkregen. Dat werkte zolang mensen hun hele leven bij hetzelfde fonds bleven, en generaties ongeveer even groot waren. Maar de arbeidsmarkt is veranderd. De vergrijzing slaat toe. Mensen wisselen vaker van baan of gaan als zelfstandige werken. Daardoor krijgen deelnemers wat zij in de eerste helft van hun loopbaan te veel betaalden, niet terug in de tweede helft. “Dat gevoel van oneerlijkheid los je op met de afschaffing van de doorsneesystematiek”, verklaart Steenbeek. “Het systeem wordt daardoor eerlijker. Zeker in een arbeidsmarkt waarin mensen vaker van positie veranderen.” De discussie over de doorsneesystematiek toont aan dat de belangen van de diverse leeftijdsgroepen verschillen. Jongere deelnemers hebben meer tijd om schommelingen op te vangen. Terwijl deelnemers die dicht bij hun pensioen zitten vaak meer behoefte hebben aan stabiliteit. Het zorgvuldig afwegen van die verschillende belangen is volgens Steenbeek de kern van generatiedenken.

Meer inzicht, maar ook meer vragen

Maar eerlijkheid tussen generaties vraagt niet alleen om goede regels. Deelnemers moeten ook begrijpen wat er in grote lijnen gebeurt en hoe besluiten tot stand komen. Het vernieuwde pensioenstelsel maakt pensioen persoonlijker en transparanter. “Deelnemers zien duidelijker hoeveel pensioenvermogen er voor hen is opgebouwd en hoe dat zich ontwikkelt. Dat biedt meer inzicht, maar roept ook nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld: waarom gaat er zoveel van mijn premie naar een reservepot en wat gebeurt daarmee?”

Daarom is communicatie een van de allerbelangrijkste onderdelen in het vernieuwde stelsel, aldus Steenbeek.

Een goed pensioen in een leefbare wereld

Generatiedenken gaat niet alleen over de verdeling tussen jong en oud. Het raakt ook bredere maatschappelijke vragen. Klimaat, geopolitieke onzekerheid, veiligheid en de vraag hoe vermogen wordt belegd: het zijn onderwerpen die verschillende generaties op verschillende manieren raken. Voor een fonds als ABP komt dat samen in de missie: samen bouwen aan goed pensioen in een leefbare wereld. Steenbeek: “Die formulering laat zien dat het niet alleen gaat om morgen of overmorgen, maar ook om de komende decennia.”

Tegelijkertijd zijn dit geen eenvoudige keuzes. Deelnemers kunnen verschillend denken over verantwoord beleggen. Sommigen vinden dat een pensioenfonds nadrukkelijk moet bijdragen aan maatschappelijke doelen. Anderen leggen vooral het accent op rendement en de hoogte van het pensioen. Volgens Steenbeek begint het bij de financiële opdracht van een pensioenfonds. “Een pensioenfonds heeft de plicht om zorgvuldig met het geld van deelnemers om te gaan en voldoende rendement te behalen.”

Denken voorbij de volgende generatie

Als de wetenschapper van Tilburg University vooruitkijkt, ziet hij de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel als bepalend voor de komende decennia. Niet alleen omdat het stelsel verandert, maar ook omdat het beter aansluit bij een arbeidsmarkt waaraan verschillende generaties op uiteenlopende manieren deelnemen. “We hadden ook kunnen zeggen: we geven het op. En we gaan, net als veel andere landen, over op een volledig individueel systeem”, zegt hij. “Dat hebben we niet gedaan. We houden de fundamenten overeind.” Dat is de grote betekenis van de Wet toekomst pensioenen (Wtp): het stelsel wordt aangepast aan veranderde omstandigheden, maar de essentie blijft dat pensioen collectief wordt georganiseerd. Deelnemers van alle generaties houden uitzicht op een levenslang pensioen.

Dat neemt niet weg dat onderhoud zo nu en dan nodig is. “Nieuwe economische of maatschappelijke ontwikkelingen kunnen opnieuw vragen oproepen over eerlijkheid tussen generaties. Maar het vernieuwde stelsel is flexibel genoeg. Ik hoop dat we nog een aantal decennia binnen dit mooie collectieve stelsel blijven”, zegt hij. “En als er situaties ontstaan die we niet hadden voorzien, dan moeten we daarover kunnen praten. Juist omdat pensioen altijd gaat over de belangen van meerdere generaties.”

Ook interessant voor u

  • ‘We moeten als sector de juiste woorden kiezen’

    Vernieuwd pensioenstelsel

    17-03-2026

    Het belangrijk dat alle pensioenfondsen dezelfde termen gebruiken als ze over de nieuwe regels schrijven.

    Lees het interview met Lisa Brüggen
  • Wilt u met pensioen? Dit is belangrijk om te weten

    Vernieuwd pensioenstelsel

    28-08-2026

    Met pensioen? Lees wat u zelf nog moet doen en wat er verandert in de vernieuwde regeling.

    Lees meer over met pensioen gaan
  • Groen licht voor overstap op vernieuwde pensioenregeling

    Vernieuwd pensioenstelsel

    10-07-2026

    We hebben groen licht van De Nederlandsche Bank om over te stappen op de vernieuwde pensioenregeling op 1 januari 2027.

    Lees meer over de toestemming om over te stappen