Voorwaardelijk pensioen

Dit is een verhoging van uw ABP KeuzePensioen en ABP NabestaandenPensioen. U kunt dit krijgen als tegemoetkoming voor het vervallen van de prepensioenregeling FPU. Op uw Uniform Pensioenoverzicht staat of u recht heeft op voorwaardelijk pensioen en hoe hoog het bedrag is.

Wij noemen dit pensioen 'voorwaardelijk' omdat het nog niet definitief is. Dit deel van uw pensioen kan dus vervallen.  

Wanneer krijgt u het voorwaardelijke pensioen?

  • Als u op 31-12-2005 en 1-1-2006 in dienst was bij een ABP-werkgever.
  • Als u onafgebroken in dienst blijft bij een ABP-werkgever tot 1-1-2023, of tot aan het moment waarop u uw ABP pensioen laat ingaan.
  • Als u bij een ABP-werkgever blijft werken.
  • Als u uw dienstverband onderbreekt, maar de onderbreking kleiner is dan:
    • 2 maanden als u een nieuwe ABP-werkgever krijgt.
    • 18 maanden als u een wachtgeld- of ontslaguitkering krijgt.
    • 5 jaar als u een invaliditeitspensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen krijgt.
  • Als u 60 jaar of ouder bent en u uw baan verliest, dan kunt u uw voorwaardelijk pensioen veiligstellen. Ook als u arbeidsongeschikt wordt. Dit doet u door voor (minimaal) 10% met pensioen te gaan. Hiermee behoudt u het uitzicht op de overige 90%. U kunt het voorwaardelijk pensioen alleen veiligstellen voordat het ontslag ingaat.
  • Gaat u met ABP KeuzePensioen, heeft u een levensloopregeling en maakt u voorafgaand aan uw pensioen gebruik van levensloopverlof? Zorg er dan voor dat dit ABP KeuzePensioen aansluit op de laatste dag van uw levensloopverlof.
Belangrijk om te weten:
  • De hoogte van het overgebleven voorwaardelijk pensioen kan wijzigen als de regeling verandert.
  • Kiest u ervoor om uw pensioen veilig te stellen, door al voor (minimaal) 10% met pensioen te gaan? En krijgt u nog andere uitkeringen of gaat u deze nog krijgen? Bijvoorbeeld van de Belastingdienst of het UWV? Dan kunnen deze uitkeringen lager worden. Neem contact op met de uitkerende instantie voor de gevolgen voor uw uitkering.
U kunt uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd met pensioen gaan. Bent u niet van plan om op uw AOW-leeftijd met pensioen te gaan? Dan kan dit gevolgen hebben voor uw voorwaardelijk pensioen.
  • Blijft u na uw AOW-leeftijd in dienst bij uw werkgever? En blijft u ook pensioen opbouwen bij ABP tot aan uw pensionering? Dan is het niet nodig om uw voorwaardelijk pensioen veilig te stellen op uw AOW-leeftijd.
  • Blijft u na uw AOW-leeftijd in dienst bij uw ABP-werkgever, maar blijft u geen pensioen opbouwen? Dan vervalt uw voorwaardelijk pensioen, tenzij u uw voorwaardelijk pensioen veiligstelt. Dit doet u door voor (minimaal) 10% met pensioen te gaan. U moet dit pensioen wel voor uw ontslag aanvragen.
  • Stopt u na uw AOW-leeftijd met werken bij een ABP-werkgever? Dan kunt u uw voorwaardelijk pensioen veiligstellen. Door meteen aansluitend aan uw ontslag voor (minimaal) 10% met pensioen te gaan. U moet dit pensioen wel voor uw ontslag aanvragen.
Uw partner krijgt mogelijk een verhoging op het nabestaandenpensioen als u overlijdt. Dit is ook een tegemoetkoming voor het vervallen van de FPU. Uw partner krijgt deze verhoging alleen als u overlijdt op of na uw 65ste. Hiervoor geldt ook: u blijft onafgebroken in dienst tot 2023, tot uw overlijden of tot het moment dat u met pensioen gaat.

Op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) ziet u hoe hoog uw voorwaardelijk pensioen is. Tenminste als u op dit moment aan de voorwaarden voldoet. Is er geen voorwaardelijk pensioen vermeld, dan heeft u er ook geen recht op. Voldoet u op 1 januari 2023 of als u met pensioen gaat niet meer aan de voorwaarden? Dan trekken wij het voorwaardelijk pensioen af van het bedrag dat bij ‘Te bereiken pensioen’ staat.

Voorwaardelijk pensioen in Besluit sociaal akkoord 2004

'Het pensioen dat voor u zal worden ingekocht omdat u in het verleden gedurende uw dienstbetrekking(en) een of meer perioden heeft gehad waarin minder pensioen is opgebouwd dan op grond van de fiscale regelgeving mogelijk is, wordt pas opgebouwd op het moment dat en voor zover de toegezegde aanspraken zijn gefinancierd. Wanneer uw deelname aan de pensioenregeling eindigt voordat deze aanspraken (volledig) zijn gefinancierd, heeft u alleen recht op het op dat moment gefinancierde en opgebouwde deel van deze pensioenaanspraken. Indien bij beëindiging van de deelname aan de pensioenregeling nog geen toegezegd pensioen over verstreken dienstjaren voor u is ingekocht en opgebouwd, heeft u dus ook geen recht op dit deel van uw toezegging. Als aan u is toegezegd dat pensioenaanspraken over verstreken dienstjaren worden ingekocht, dan moeten deze uiterlijk binnen vijftien jaren nadat de toezegging is gedaan, zijn gefinancierd. Wanneer u binnen die vijftien jaar met pensioen zou gaan, moeten de in te kopen pensioenaanspraken al eerder zijn gefinancierd, namelijk uiterlijk op het moment van uw pensionering. Een eenmaal gedane toezegging tot inkoop van aanspraken over het verleden kan in beginsel niet worden ingetrokken of gewijzigd.'