‘Met pensioen willen mensen minder risico lopen’

Wetenschapper Jorgo Goossens over het vernieuwde pensioenstelsel
21 mei 2024

Deel 5 in een serie interviews met wetenschappers over de veranderingen die voor de deur staan voor pensioendeelnemers. Universitair docent en onderzoeker Jorgo Goossens combineert zijn passie voor wiskunde en econometrie met onderzoek over pensioen. Hij wil wiskunde gebruiken om problemen op te lossen. “Ik kijk vooral naar hoeveel risico deelnemers van pensioenfondsen willen en kunnen lopen als het gaat om beleggingen.”

Jorgo Goossens zoekt de verbinding tussen wetenschap en praktijk. Hij werkt 1 dag in de week als academisch adviseur voor pensioenuitvoerder APG. Daarnaast is hij verbonden aan pensioendenktank en kennisnetwerk Netspar. En hij doceert financiële economie aan Radboud University Nijmegen en econometrie aan Tilburg University.

 “Als ik mijn 1e college geef aan een nieuwe groep studenten en over APG vertel, dan kennen de meeste studenten de pensioenuitvoerder niet. Dat is toch een signaal dat pensioen niet zo leeft onder studenten. Maar als ik daarna vertel dat de pensioenleeftijd al een paar jaar geen 65 meer is en dat het voor hen geldt dat ze mogelijk pas op hun 70e met pensioen kunnen, dan vallen hun monden open.”

Pensioenen betaalbaar houden

Mede door de vergrijzing is de pensioenleeftijd aan het opschuiven. Niet alleen in Nederland. Maar er zijn meer redenen waarom de regels voor pensioen in ons land sowieso gaan veranderen. Jongeren werken niet meer hun leven lang bij één werkgever. Deeltijdwerken is populair, wat ook invloed heeft op de pensioenopbouw. En steeds meer mensen kiezen ervoor om zzp’er te worden. “Het is dan ook een goede stap om ook de pensioenen flexibeler te maken.”

Alle pensioenfondsen gaan tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2028 over op de nieuwe regels voor pensioen. Dit is het resultaat van jaren overleg tussen werkgeversorganisaties, vakbonden, pensioenuitvoerders en de overheid. Op 1 juli 2023 is een nieuwe wet (Wet toekomst pensioenen) ingegaan, waarin de nieuwe regels zijn opgenomen. “Dankzij de nieuwe regels worden de pensioenen transparanter.”

Schoenmaat 41

Veel pensioenfondsen houden onder de nieuwe regels vast aan een solidaire regeling. Dat betekent dat we samen de risico’s delen en dat de inleg van werknemers en werkgevers collectief wordt belegd. Zoals dat nu ook het geval is.  

Nu is het nog zo dat alle deelnemers met iedere ingelegde euro evenveel pensioen opbouwen. Maar dat vinden we niet helemaal eerlijk. Met de euro’s van een 30-jarige heeft ABP nog veel tijd om beleggingswinst te maken. Bij een 60-jarige is die tijd veel korter. Die euro levert daardoor minder op. Toch krijgen ze evenveel. Dat is niet erg, zolang iedereen zijn hele leven pensioen blijft opbouwen. Het ‘nadeel’ als je jong bent, compenseert automatisch als je ouder wordt. Maar wie tussentijds stopt met pensioen opbouwen, mist daardoor pensioen.

Pensioenfondsen gaan de ingelegde premie per leeftijdsgroep anders beleggen. Jongeren kunnen meer risico lopen. Doordat zij nog niet zo veel pensioen hebben opgebouwd, leidt dit niet tot te risicovolle uitkeringen. Naarmate je ouder wordt en je pensioendatum nadert, neemt het risico af.  “Een 25 tot 30-jarige heeft ook een andere risicohouding dan iemand van 56 jaar of ouder”, zegt Jorgo Goossens. Of anders gezegd: “Niet iedereen heeft schoenmaat 41.”

Iedere 5 jaar

En daar komt de expertise van Jorgo Goossens om de hoek kijken. Hij begon zich tijdens zijn promotietraject te verdiepen in de risicovoorkeuren van pensioendeelnemers. Dit sluit mooi aan bij de rol die pensioenfondsen moeten pakken zodra de nieuwe regels voor pensioen ingaan.

“Pensioenfondsen moeten onder de nieuwe regels iedere 5 jaar een steekproef houden onder deelnemers. Dit om vast te stellen hoe het zit met hun risicohouding. En dan gaat het over hoeveel risico deelnemers kunnen dragen – dus hebben ze bijvoorbeeld vermogen naast hun pensioen – en hoeveel risico ze wíllen nemen.”

Met deze onderzoeken is het volgens Jorgo Goossens mogelijk om een beleggingsbeleid te voeren dat past bij de risicovoorkeuren van deelnemers. Daar is een passende vragenlijst voor nodig. “We zitten wat dit betreft in de lerende fase, zowel wetenschappelijk als in de sector. Het draait om de vraag hoeveel risico de deelnemer wil nemen als het gaat om het beleggen van de ingelegde premies.”

Meebewegen

Punt is ook dat onder de nieuwe regels de pensioenen gaan meebewegen met de economie. “Dus als het economisch tegenzit, kan het zijn dat je wat minder pensioen krijgt en als het juist goed gaat met de economie meer.” Pensioenfondsen houden wel een buffer aan om te voorkomen dat de pensioenuitkering jaar op jaar te veel gaat schommelen.

Jorgo Goossens: “We weten uit onderzoek hoe mensen denken over risico’s in bepaalde domeinen. Als het gaat om het bredere financiële domein of een gokje in het casino, dan hebben ze minder moeite met het nemen van risico’s. Maar als het gaat om hun pensioen willen ze minder risico’s nemen.”

Toch staan maar weinig mensen stil bij hun pensioen zolang het nog niet (bijna) zover is. “Dat zijn vaak zorgen voor later. Mensen zijn liever bezig met het heden dan met de toekomst. Terwijl het belangrijk is om pensioen goed te regelen zodat je als deelnemer daar zoveel mogelijk profijt van kan hebben.”

De onderzoeker denkt dat de 5-jaarlijkse steekproef onder deelnemers straks kan helpen om meer begrip te kweken. En dat het kan helpen de kennis over pensioen te vergroten onder deelnemers. Dit zijn volgens hem mooie contactmomenten. “Soms weten mensen niet dat hun pensioeninleg belegd wordt. Mensen kunnen schrikken als ze horen over meer of minder risico als het om beleggingen van hun pensioengeld gaat. Zo’n contactmoment kan bijdragen om vertrouwen te geven.”