Eerder met pensioen

U kunt bij ABP met pensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u 60 wordt tot uiterlijk vijf jaar na uw AOW-leeftijd. Het maakt niet uit of u nu nog pensioen opbouwt bij ABP of niet. In MijnABP ziet u uw pensioenbedrag als u eerder of later stopt met werken.

Eerder of later stoppen met werken kan gevolgen hebben voor de hoogte van uw voorwaardelijk pensioen. Het voorwaardelijk pensioen  wordt per 2023 onvoorwaardelijk.

Met de AOW-overbrugging in de ABP-regeling blijft uw (bruto-)inkomen gelijk voor en na uw AOW-leeftijd. Dit gebeurt automatisch als u met pensioen gaat terwijl u pensioen opbouwt bij ABP. Als u geen pensioen meer opbouwt bij ABP, komt u niet in aanmerking voor AOW-overbrugging.
Denkt u erover om eerder met pensioen te gaan? Uw pensioenbedrag is dan lager. U stopt namelijk eerder met opbouwen van pensioen. En wij moeten uw pensioen over een langere periode uitbetalen. Houd rekening met de volgende zaken als u eerder wilt stoppen.

Uitgaven op een rij

Als u stopt met werken voordat u AOW-uitkering krijgt, heeft u dan genoeg geld? Dat hangt ook af van uw uitgaven. Daarom is het handig op een rij te zetten welke uitgaven u verwacht als u met pensioen gaat (huur of hypotheek, auto, abonnementen, reizen, enzovoort). Denk ook aan ander inkomen naast uw pensioen.

Ook goed om te weten: vóór uw AOW-leeftijd betaalt u meer belasting dan erna.

Deeltijdpensioen

U kunt ook met deeltijdpensioen gaan voor uw AOW-leeftijd. Bereken op MijnABP wat dit betekent voor uw pensioenbedrag.

Wilt u met pensioen tussen uw 60ste en vijf jaar voor uw AOW-leeftijd? Dat kan alleen als u voor hetzelfde percentage dat u pensioen opneemt, (minimaal) minder gaat werken. U moet dit bevestigen in een zogenoemde 'intentieverklaring'.

Vraagt u uw pensioen op papier aan? Dan is de intentieverklaring opgenomen in het aanvraagformulier. Dat moet u ondertekenen om met pensioen te gaan.

In MijnABP moet u een vinkje plaatsen bij de verklaring.

Bij ABP kunt u vanaf uw 60ste met pensioen gaan. Als u ervoor kiest om eerder met pensioen te gaan dan uw AOW-leeftijd, krijgt u te maken met een zogenaamde vervroegingsfactoren. Met deze factoren stellen wij uw pensioenuitkering vast. Dit is nodig, omdat u dan afwijkt van de pensioendatum op AOW-leeftijd . Als u eerder dan uw AOW-leeftijd met pensioen gaat, wordt uw pensioenuitkering lager. U krijgt dan namelijk langer uw pensioenuitkering.

De vervoegings- en uitstelfactoren worden elk jaar op 1 januari opnieuw berekend. Net zoals andere factoren die invloed hebben op de hoogte van uw pensioen. Gaat uw pensioen in een volgend kalenderjaar in? Dan gelden hiervoor de nieuwe factoren. Meestal worden de factoren lager. Dit komt doordat er wordt gekeken naar de gemiddelde levensverwachting van onze deelnemers. Deze wordt ieder jaar langer. Hierdoor krijgt u dus langer pensioen, maar het maandbedrag wordt lager. De nieuwe factoren zijn elk jaar vanaf eind december bekend. In MijnABP rekent u met actuele getallen, dus met de uitstelfactoren die op dat moment gelden.

Hulp nodig?