Heeft u vóór 1 januari 1986 pensioen opgebouwd bij ABP?

ABP kende tot 1 januari 1986 het zogeheten inbouwsysteem. Dit betekende dat de AOW als een onderdeel werd gezien van het pensioen dat u bij ABP opbouwde. De AOW was als het ware ingebouwd in uw pensioen. Bij de uitbetaling van het pensioen, moet ABP daarom rekening houden met de AOW die u van de overheid krijgt. Voor de opbouw van uw pensioen is er rekening mee gehouden dat u een volledige AOW krijgt inclusief een volledige toeslag (in verband met geen of weinig inkomsten van de nog niet AOW-gerechtigde partner). Of u AOW krijgt en hoe hoog de AOW is, kan pas worden bepaald als uw AOW ingaat. Dat geldt ook voor de toeslag op de AOW. Krijgt u geen volledige AOW of AOW-toeslag? Dan is er met een te hoog bedrag aan AOW rekening gehouden bij de opbouw van uw pensioen. Uw ouderdomspensioen is daardoor te laag.

In de volgende situaties ontvangt u daarom een aanvulling op uw ouderdomspensioen:

  1. Toen u pensioen opbouwde bij ABP was u of uw echtgenoot/partner niet verzekerd voor de AOW. Of vrijwillig verzekerd voor de AOW;
  2. U krijgt geen of een gedeeltelijke toeslag op uw AOW in verband met het inkomen van uw echtgenoot/partner;
  3. U en/of uw echtgenoot/partner bouwde(n) pensioen op in een andere regeling toen u ook pensioen opbouwde bij ABP in dezelfde periode. En in die andere regeling is rekening gehouden met de AOW;
  4. U krijgt pensioen en bent een gehuwde vrouw. Als u nabestaandenpensioen van ABP ontvangt, kunt u daar in de volgende situaties een aanvulling of korting op krijgen;
  5. - U bent (ex-) partner en krijgt partnerpensioen;
    - U bent wees en krijgt wezenpensioen.

Wanneer stopt of wijzigt de aanvulling/korting?

U krijgt de aanvulling of korting op uw pensioen van ABP zolang dat pensioen aan u wordt uitbetaald. Uw aanvulling of korting kan wijzigen of stoppen als er iets verandert in uw AOW/Anw-uitkering of in uw persoonlijke situatie. Een wijziging van uw AOW/Anw-uitkering hoeft u niet aan ons door te geven. Overige wijzigingen in uw persoonlijke situatie moet u wel direct schriftelijk aan ons doorgeven.

Let op: wordt u aangemerkt als ‘uitreiziger’ in de zin van de AOW of Anw?

Dan krijgt u geen aanvulling. Dit geldt niet voor de aanvulling ‘Krijgt u pensioen en bent u een gehuwde vrouw’.

Let op: er geldt een maximum voor uw aanvulling

Voor de aanvullingen die u krijgt voor uw pensioenopbouw vóór 1 januari 1986 geldt een maximaal bedrag. Dat bedrag is voor elk dienstjaar van voor 1986 een percentage van de franchise-overgangsrecht. 

Voor de maximale aanvulling op het ouderdomspensioen gelden de volgende percentages:

voor de gepensioneerde of werknemer die voor de AOW als ongehuwd wordt aangemerkt 1,223520%
voor de gepensioneerde of werknemer die voor de AOW als gehuwd wordt aangemerkt 1,752652%

Voor de maximale aanvulling op het partnerpensioen gelden de volgende percentages:

voor de (ex-)partner met recht op een Anw-nabestaandenuitkering 1,192284%
voor de (ex-)partner met recht op een Anw-nabestaandenuitkering en halfwezenuitkering 1,493250%

Voorbeeld: u krijgt ouderdomspensioen, bent ongehuwd en heeft 5 dienstjaren vóór 1986. De maximale aanvulling is dan: 5 jaar x het percentage uit de tabel x franchise-overgangsrecht = 5 x 1,223520% x € 15.450 = € 945,17 per jaar.

Let op: had u vóór 1 januari 1986 een pensioengevend inkomen dat lager was dan € 12.800/fl. 28.207 (bedrag per 1 januari 1996)?

Dan werd de AOW maar beperkt ingebouwd in het pensioen dat u vóór 1986 opbouwde bij ABP. Bij het omrekenen van uw pensioen naar een pensioen op grond van het pensioenreglement hebben we daar rekening mee gehouden (artikel 18.2 van het pensioenreglement van 31 december 2005). Het gevolg hiervan is dat de aanvulling die u krijgt ook beperkt moet worden. Is dit op u van toepassing? Dan vermenigvuldigen wij uw aanvulling met een breuk: het inkomen waar u vóór 1986 pensioen over opbouwde, gedeeld door € 12.800/fl. 28.207.