Pensioen 1-2-3: laag 2

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. Dit is laag 2. Hierin vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. Wilt u meer details van uw pensioenregeling? In laag 3 vindt u juridische en beleidsmatige informatie van het ABP. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Ouderdomspensioen

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van ABP en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u vanaf uw AOW-leeftijd, elke maand zolang u leeft. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van ABP is afhankelijk van de hoogte van uw salaris, de inhoud van de ABP-pensioenregeling en het aantal jaren dat u pensioen opbouwt.

ABP-pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst

De pensioenregeling waaraan u deelneemt, is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een gedeelte van uw brutosalaris. U bouwt niet over uw héle salaris pensioen op. Dit is omdat wij rekening houden met de AOW. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,701 of 1,875% aan ouderdomspensioen op. Het percentage is afhankelijk van de hoogte van uw pensioengevend salaris.

Hoogte ouderdomspensioen bekijken

De hoogte van uw ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), in MijnABP en op mijnpensioenoverzicht.nl.
Lees meer over ouderdomspensioen
Nabestaandenpensioen

Nabestaandenpensioen voor uw partner als u voor uw 67ste overlijdt

Zolang u bij uw werkgever werkt en daardoor deelneemt bij ABP, is er voor uw partner een nabestaandenpensioen als u overlijdt. Er is geen nabestaandenpensioen voor uw partner als u voor uw 67ste overlijdt en op dat moment geen pensioen meer opbouwt bij ABP. Behalve als u al voor 1 juli 1999 pensioen heeft opgebouwd. Of als u, toen uw deelname aan de ABP-pensioenregeling stopte, ouderdomspensioen heeft geruild voor nabestaandenpensioen voor uw partner. In dat geval krijgt uw nabestaande wel een nabestaandenpensioen.

Meestal is nabestaandenpensioen automatisch geregeld

Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, hoeft u uw partner niet aan te melden. Maar woont u samen of trouwt u in het buitenland, dan weten wij dat niet. Wilt u regelen dat uw partner nabestaandenpensioen krijgt als u overlijdt?

  • Als u samenwoont: meld uw partner dan aan. Dit kan als u een samenlevingscontract heeft.
  • Als u in het buitenland: woont en trouwt, stuur of mail ons een kopie van uw huwelijksakte.

Nabestaandenpensioen verhogen

Vlak voordat u met pensioen gaat, kunt u ervoor kiezen het nabestaandenpensioen voor uw partner te verhogen. U ruilt daar ouderdomspensioen voor in. Dit kan alleen met ouderdomspensioen dat u na 1 januari 2004 heeft opgebouwd. 

Geen nabestaandenpensioen

Uw partner krijgt geen nabestaandenpensioen als u:

  • niet bent getrouwd
  • geen geregistreerde partner heeft
  • de partner waarmee u samenwoont niet heeft aangemeld bij ABP

Is dit wel het geval én u bouwt op het moment van overlijden pensioen op, dan ontvangt uw partner nabestaandenpensioen. Als u géén pensioen opbouwt op het moment van overlijden, dan spelen er nog twee andere factoren: uw leeftijd als u overlijdt en de periode waarin u pensioen heeft opgebouwd.

  • Als u voor uw 65ste overlijdt:
  • dan ontvangt uw partner alleen ABP NabestaandenPensioen als u vóór 1 -7-1999 pensioen heeft opgebouwd.
  • Als u op uw 65ste of 66ste overlijdt:
  • dan ontvangt uw partner ABP NabestaandenPensioen over het pensioen dat u vóór 1-1-2015 heeft opgebouwd.
  • Als u voor uw 67ste overlijdt:
  • en u bent na 1-1-2015 voor het eerst pensioen gaan opbouwen, dan ontvangt uw partner geen nabestaandenpensioen.

Hoogte nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen voor uw partner dat u nu opbouwt, is 50% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot uw AOW-leeftijd bij ABP pensioen zou opbouwen. Hoeveel nabestaandenpensioen uw partner krijgt, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht, in MijnABP en op mijnpensioenoverzicht.nl.

Mogelijk recht op Anw-uitkering

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Lees meer over nabestaandenpensioen
Nabestaandenpensioen

Nabestaandenpensioen voor uw partner als u vanaf uw 67ste overlijdt

Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook nabestaandenpensioen voor uw partner op. Als u komt te overlijden heeft uw partner mogelijk recht op een nabestaandenpensioen. Bij overlijden vanaf uw 67ste krijgt uw partner 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit geldt voor het pensioen dat u vanaf 1 januari 2016 opbouwt. Hoeveel nabestaandenpensioen uw partner krijgt, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht, in MijnABP en op mijnpensioenoverzicht.nl
Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) svb.nl.
Lees meer over nabestaandenpensioen
Nabestaandenpensioen voor kinderen

Nabestaandenpensioen voor uw kinderen

Het nabestaandenpensioen voor uw kinderen is automatisch geregeld. U hoeft niet aan ons door te geven dat u kinderen heeft. Als u overlijdt, krijgen uw kinderen maandelijks een pensioenuitkering. Het maakt geen verschil of uw kinderen uw eigen kinderen zijn, of zij geadopteerd zijn, of dat zij uw pleeg- of stiefkinderen zijn. Uw kinderen krijgen nabestaandenpensioen zolang zij nog geen 21 zijn. En zolang zij geen officiële partner hebben. Als u en uw kinderen in het buitenland wonen, dan moeten zij bij uw overlijden contact opnemen met ABP. Wij ontvangen namelijk niet automatisch een bericht van het overlijden. Dit gebeurt wel als u in Nederland woont.

Hoogte nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen voor uw kind is 10% van het ouderdomspensioen dat u zou ontvangen als u tot uw AOW-leeftijd bij ABP pensioen zou opbouwen. Het pensioen wordt twee keer zo hoog als beide ouders overlijden. Hoeveel nabestaandenpensioen uw kinderen krijgen, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht, in MijnABP en op mijnpensioenoverzicht.nl.
Lees meer over nabestaandenpensioen voor uw kinderen
Arbeidsongeschiktheidspensioen

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als u arbeidsongeschikt bent, kan ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen uw inkomen aanvullen. De hoogte van deze aanvulling is afhankelijk van:

  • Uw arbeidsongeschiktheidspercentage
  • Uw salaris voordat u arbeidsongeschikt werd
  • Of u zelf nog salaris kunt verdienen
  • Het UWV-dagloon
  • Het soort WIA-uitkering die u van UWV ontvangt

Premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid

Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u tot uw AOW-leeftijd recht op gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw. Zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.
Lees meer over arbeidsongeschiktheid

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

Geen nabestaandenpensioen

Overlijdt u nadat u stopt bij uw werkgever, dan is er mogelijk geen nabestaandenpensioen

Als u géén pensioen opbouwt op het moment van overlijden, dan spelen er nog twee andere factoren: uw leeftijd als u overlijdt en de periode waarin u pensioen heeft opgebouwd.

  • Als u voor uw 65ste overlijdt:
  • dan ontvangt uw partner alleen ABP NabestaandenPensioen als u vóór 1-7-1999 pensioen heeft opgebouwd.
  • Als u op uw 65ste of 66ste overlijdt:
  • dan ontvangt uw partner ABP NabestaandenPensioen over het pensioen dat u vóór 1-1-2015 heeft opgebouwd.
  • Als u voor uw 67ste overlijdt:
  • en u bent na 31-12-2014 voor het eerst pensioen gaan opbouwen, dan ontvangt uw partner geen nabestaandenpensioen.

U kunt ervoor zorgen dat uw partner toch nabestaandenpensioen ontvangt. Als uw pensioenopbouw bij ABP stopt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner. Dit betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Het is dus belangrijk dat u en uw partner nagaan of het nodig is om zelf iets te regelen voor die situatie. U kunt bijvoorbeeld een verzekering afsluiten.

Nabestaandenpensioen dat is opgebouwd voor 1 juli 1999 vervalt niet.
Lees meer over nabestaandenpensioen

Hoe bouwt u pensioen op?

Drie pijlers

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. De hoogte van de AOW is afhankelijk van hoeveel jaren u verzekerd was voor de AOW. U ontvangt een volledige AOW als u in de 50 jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd verzekerd bent geweest. Als u in Nederland woont of werkt bent u automatisch verzekerd. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd en voor de AOW-bedragen. Deze worden jaarlijks aangepast.

B. Uw pensioen dat u via uw werkgever opbouwt

De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij ABP. Op het UPO staat het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd. En het pensioen op uw AOW-leeftijd als u tot dat moment bij ABP blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook informatie over het nabestaandenpensioen voor uw partner en kinderen. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

Naast AOW en ABP-pensioen kunt u uw pensioen onder bepaalde voorwaarden verder aanvullen. Met bijvoorbeeld ABP ExtraPensioen of met een aanvulling via een bank of verzekeraar. Zo heeft u straks als u stopt met werken ook nog een inkomen.
Lees meer over A, B en C

Middelloon

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling

U bouwt elk jaar een stukje pensioen op. Voor elk jaar dat u werkt, berekenen wij wat u in dat jaar heeft opgebouwd. U bouwt niet over uw hele brutosalaris pensioen op. Wij houden namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Vier factoren spelen een rol bij de berekening van uw pensioen:
  • het opbouwpercentage
  • de franchise
  • uw pensioengevend salaris
  • uw deeltijdfactor
Al die stukjes pensioen bij elkaar opgeteld, inclusief eventuele indexatie, vormen straks uw pensioen. U ontvangt uw pensioen vanaf uw pensioendatum, elke maand zo lang u leeft.
Lees meer over middelloon
Opbouw

Opbouwpercentage

Dat is het percentage pensioen dat u opbouwt. Elk jaar bouwt u pensioen op over een gedeelte van uw salaris. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,701% of 1,875% aan ouderdomspensioen op.

Als uw salaris lager is dan € 39.056 dan bouwt u jaarlijks 1,701% ouderdomspensioen op. Dat doet u niet over uw hele brutosalaris. In 2017 bouwt u over € 10.500 geen pensioen op. Dit is het drempelbedrag. Als uw salaris hoger is dan € 39.056 dan bouwt u 1,875% aan ouderdomspensioen op. Over € 13.150 bouwt u geen pensioen op.

Stel: u verdient € 50.000 per jaar. De franchise is € 13.150. U bouwt in dat jaar 1,875% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 36.850. Dat is € 690,94 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.
Lees meer over opbouwpercentage

Premie

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen

U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. Zo betaalt u in 201 30% voor uw ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen en uw werkgever 70%. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. U en uw werkgever betalen premie voor:
  • ouderdoms- en nabestaandenpensioen 21,1%: uw werkgever 14,77% en u 6,33%
  • Anw-compensatie 0,4%: uw werkgever 0,28% en u 0,12%
Beide premies worden berekend over uw pensioengevend salaris nadat dit verminderd is met de franchise. Daarnaast betaalt uw werkgever 2,6% overgangspremie inkoop voorwaardelijk pensioen (VPL) over uw pensioengevend salaris. De premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen verschilt per sector.
Lees meer over pensioenpremie

Welke keuzes heeft u zelf?

Waardeoverdracht

Waardeoverdracht

Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij ABP en wordt het vanaf uw AOW-leeftijd aan u uitbetaald. U kunt er ook voor kiezen uw ABP-pensioen in te laten gaan tussen uw 60ste en uw AOW-leeftijd. U betaalt geen premie meer aan ABP en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Lees meer over waardeoverdracht
Extra pensioen

Extra pensioen opbouwen

Bij ABP is het mogelijk om, naast uw verplichte pensioenopbouw, vrijwillig extra pensioen op te bouwen. De extra pensioenpremie wordt, net als de premie voor de verplichte pensioenopbouw, via uw werkgever op uw salaris ingehouden. Uw werkgever draagt de premie af aan ABP. Er is geen minimumbedrag. Wel een maximum: de fiscale ruimte voor pensioen. Fiscale ruimte is het verschil tussen het bedrag dat u wettelijk maximaal belastingvrij aan pensioen mag opbouwen en het bedrag dat u daadwerkelijk opbouwt. Als u meer informatie wilt over de vrijwillige extra pensioenregeling, dan kunt u terecht bij uw werkgever. Via uw werkgever kunt u zich aanmelden.
Lees meer over ABP ExtraPensioen
Nettopensioenregeling

Nettopensioenregeling

Heeft u een pensioengevend salaris boven € 103.317? Dan bouwt u over het deel boven€ 103.317 geen pensioen op. U kunt de lagere pensioenopbouw compenseren met de nettopensioenregeling. Deze regeling zorgt voor aanvullende pensioenopbouw. U betaalt de premie vanuit uw nettosalaris. Deze regeling is vrijwillig, u bepaalt dus zelf of u deelneemt. Ook bepaalt u zelf uw deelnamepercentage. U kunt deelnemen voor 25, 50, 75 of 100%.

De regeling biedt drie mogelijkheden:

  • Totaalpakket: U spaart voor een kapitaal dat wordt omgezet in ouderdoms- en nabestaandenpensioen als u met pensioen gaat. Ook spaart u voor extra nabestaandenpensioen als u overlijdt tijdens deelname aan de nettopensioenregeling.
  • Opbouwpakket: U spaart voor een kapitaal dat wordt omgezet in ouderdoms- en nabestaandenpensioen als u met pensioen gaat.
  • Risicopakket: U spaart voor extra nabestaandenpensioen als u overlijdt tijdens deelname aan de nettopensioenregeling.
Lees meer over nettopensioenregeling en bekijk met de Rekenhulp wat deelname aan de nettopensioenregeling kost en oplevert. Via de rekenhulp kunt u de nettopensioenregeling aanvragen.
Extra nabestaandenpensioen

Ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner

Gaat u met pensioen of gaat uw weg bij ABP en er is geen of te weinig nabestaandenpensioen voor uw partner als u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van ABP als u overlijdt na uw 67ste.

Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om ouderdomspensioen te ruilen voor nabestaandenpensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.
Lees meer over het ruilen van ouderdomspensioen of kijk in het pensioenreglement.

Extra ouderdomspensioen

Nabestaandenpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook nabestaandenpensioen voor uw partner op. Er kunnen redenen zijn waarom u het nabestaandenpensioen voor uw partner wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). Als u een partner heeft, moet deze het er wel mee eens zijn. Zonder toestemming kunt u het nabestaandenpensioen niet ruilen.

Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om nabestaandenpensioen te ruilen voor ouderdomspensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.
Lees meer over het ruilen van nabestaandenpensioen of kijk in het pensioenreglement.

Eerder of later

Eerder stoppen of langer doorwerken

In plaats van met pensioen te gaan op uw AOW-leeftijd kunt u ervoor kiezen langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Dit kan tot vijf jaar na uw AOW-leeftijd. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet als u doorwerkt. De voorwaarden voor het uitstellen van pensioen staan in het pensioenreglement.

U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw AOW-leeftijd. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioen­opbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw ouderdomspensioen. Kijk op svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.
Lees meer over eerder of later stoppen
Beginnen met hoger of juist lager pensioen

Beginnen met een hoger of lager pensioen

Als u met pensioen gaat, ontvangt u maandelijks hetzelfde bedrag. Soms kan het handig zijn om tijdelijk een hoger of lager bedrag te ontvangen. U mag uw pensioen tot uiterlijk uw 75ste tijdelijk verhogen of verlagen. Het verhogen en verlagen van uw pensioenuitkering is gebonden aan fiscale grenzen. U kiest voor een hoger of lager pensioen op pensioendatum.

Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u hier eenmaal voor gekozen heeft, kunt u het niet meer ongedaan maken.
Lees meer over tijdelijk een hoger of lager pensioen of kijk in het pensioenreglement.

Hoe zeker is uw pensioen?

Risico

Welke risico’s zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf het moment dat uw pensioen opbouw start tot uw laatste pensioenbetaling kan wel 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.

ABP probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Wij moeten dan meer geld hebben dan waar we eerder op rekenden.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente, hoe meer geld ABP ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente over een lange periode laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt ABP ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

ABP houdt rekening met risico’s om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen.
Lees hoe ABP de risico’s beheerst

Besluiten van het fondsbestuur over het beleid over de hoogte van de premie en de indexatie zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden.
Lees meer over de financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad

Welvaartsvast

Waardevast pensioen

ABP probeert ieder jaar uw pensioen te verhogen met de stijging van de prijzen. Dit heet indexatie. Per jaar beoordeelt ABP of uw pensioen wordt verhoogd. Indexatie is alleen mogelijk als de financiële positie van het fonds en de regels dit toelaten. Uw pensioen is per 1 januari 2017 niet verhoogd.

ABP kan dus jaarlijks besluiten om uw pensioen volledig, gedeeltelijk of niet te verhogen. ABP betaalt de toekomstige verhogingen van uw pensioen deels uit beleggingsrendement en deels uit pensioenpremies. U heeft door eventuele eerdere verhogingen en de verwachtingen voor de komende jaren niet meteen recht op verhogingen in de toekomst.

Ook in de toekomst zal een besluit tot een verhoging gebaseerd worden op de financiële positie van het fonds. De huidige financiële positie wordt bepaald door de aanhoudend lage rente, het behaalde rendement en de stijgende levensverwachting. Omdat de financiële positie onder druk staat kan ABP uw pensioen de komende jaren waarschijnlijk ook niet indexeren. Als er een tekort is moet ABP in het uiterste geval uw pensioen verlagen.


Indexatie

Stijging van
de prijzen

Stijging van
de lonen

2016 0% 0,19% 3,04%
2015 0% 0,6% 1,61%
2014 0% 1,0% 0,63%
2013 0% 2,5% 0,22%
2012 0% 2,5% 0,7%
2011 0% 2,3% 0,25%

Lees meer over indexatie

Tekort

Als er een tekort is

Ondanks alle voorzorgen kan het gebeuren dat ABP toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Daarvoor is er een zogenoemd herstelplan opgesteld. In het herstelplan hebben we zorgvuldig afgewogen wat de beste oplossing is om uiterlijk eind 2026 de vereiste dekkingsgraad te bereiken. Belangrijkste maatregel is de pensioenen niet of niet helemaal te verhogen (indexeren) met de stijging van de lonen (bij overheid en onderwijs) gedurende deze periode. Het herstel kan sneller dan verwacht plaatsvinden, maar ook langzamer. In dat laatste geval kunnen aanvullende maatregelen nodig zij, zoals het langer uitblijven van indexatie of in het uiterste geval een verlaging van de pensioenen.


Jaar
Verlaging
2015
0%
2014
0%
2013
0,5%
2012
0%
2011
0%
De verlaging van 2013 is in 2014 beëindigd.

De percentages zijn berekend over uw brutopensioen en betreffen alleen uw pensioen bij ABP. De verlaging heeft geen betrekking op uw AOW.
Lees meer over hoe ABP er financieel voor staat

Welke kosten maken wij?

Kosten

ABP maakt kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Bijvoorbeeld kosten voor de administratie. Dit zijn kosten die we maken bij het uitbetalen van de pensioenen en het innen van de premies. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). We maken ook kosten bij het beheren van het vermogen. Beleggen van het vermogen kost geld. Zo betalen wij de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. In het jaarverslag op onze site vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

Waardeoverdracht

Als u verandert van pensioenuitvoerder

Bouwt u geen pensioen meer op bij ABP, dan kunt u uw opgebouwde ABP-pensioen meenemen naar een andere pensioenuitvoerder. U krijgt dan later geen pensioen van ABP maar van de pensioenuitvoerder waarnaar u uw pensioen overdraagt. Vraag waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Een voorwaarde voor waardeoverdracht is dat de financiële situatie van ABP en de andere pensioenuitvoerder voldoende is.

  • Vraag bij de nieuwe pensioenuitvoerder een offerte aan. Zodra de financiële situatie van ABP en de andere pensioenuitvoerder voldoende is, kan uw aanvraag in behandeling genomen worden.
  • Pensioen meenemen van ABP is gratis bij ABP.
  • Is uw pensioen lager dan € 465,94 bruto per jaar, dan kopen wij uw pensioen op uw AOW-leeftijd af. U ontvangt dan geen maandelijkse uitkering maar een eenmalig bedrag. U kunt dit voorkomen door uw pensioen mee te nemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.
  • Als u overlijdt en uw waardeoverdracht is nog niet geregeld, dan heeft dat financiële gevolgen voor uw nabestaanden. U kunt dit voorkomen door (tijdelijk) ouderdomspensioen te ruilen voor nabestaandenpensioen. Deze keuze maken we ongedaan zodra uw pensioen is overgedragen naar de andere pensioenuitvoerder.
Laat u vooraf goed informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij ABP en wordt het vanaf uw AOW-leeftijd aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan ABP en u gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Lees meer over waardeoverdracht
Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als u arbeidsongeschiktheid wordt

Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u tot uw AOW-leeftijd recht op gedeeltelijke voortzetting van uw pensioenopbouw. Zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Ook kunt u recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Deze premievrije pensioenopbouw en het arbeidsongeschiktheidspensioen zijn afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. Raakt u arbeidsongeschikt, vraag dan altijd ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen aan bij ABP.
Lees meer over arbeidsongeschiktheid
Samenwonen Trouwen

Als u gaat samenwonen, als u gaat trouwen of als u een geregistreerd partnerschap aangaat

Trouwen of een geregistreerd partnerschap is voor uw pensioenregeling hetzelfde. Wij krijgen dit automatisch door van uw gemeente als u in Nederland woont. Als u in het buitenland woont, moet u het zelf aan ons doorgeven door een kopie van uw huwelijksakte naar ons te sturen.

Het is belangrijk om te weten dat als u ongetrouwd samenwoont uw partner niet automatisch recht op nabestaandenpensioen heeft als u overlijdt. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. U moet bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Om uw partner aan te melden, stuurt u ons een kopie van dit samenlevingscontract.

Trouwen, een geregistreerd partnerschap en het aanmelden van een partner hebben geen gevolgen voor uw pensioenopbouw. Maar wel voor uw pensioen als u ooit uit elkaar gaat.
Lees meer over trouwen of samenwonen

Scheiden

Als u het samenwonen beëindigt. Of als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt

Woont u in het buitenland of woont u samen, dan weten wij het niet als u uw relatie beëindigt. Het is belangrijk dat u ons daarover informeert. Woont u in Nederland en gaat u scheiden of beëindigt u uw geregistreerd partnerschap, dan krijgen wij dat door van de gemeente waar u woont.

Als u en uw partner uit elkaar gaan, moet u samen afspraken maken over hoe u het pensioen verdeelt:

  • U gaat scheiden of beëindigt uw geregistreerd partnerschap. Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar ABP op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken. Uw ex-partner heeft ook recht op het nabestaandenpensioen dat u opbouwde tot de datum van echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het nabestaandenpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht. Dan moet u ons wel informeren.
  • U en uw partner wonen niet meer samen. Had u uw partner aangemeld bij ABP? Meld uw ex-partner dan af. Doet u dat niet, dan loopt de opbouw van het nabestaandenpensioen door. U kunt met uw ex-partner bespreken of hij of zij af wil zien van het nabestaandenpensioen. Belangrijk om te weten: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Lees meer over wat het voor uw pensioen betekent als u uw relatie beëindigt

Buitenland

Als u verhuist naar het buitenland

Geef ons uw nieuwe adres door. Ook als u in het buitenland verhuist. Wij krijgen dit namelijk niet door van uw gemeente. Verhuist u vanuit het buitenland naar Nederland, schrijf u dan in bij uw nieuwe gemeente en informeer ABP hierover. Verhuist u in Nederland dan hoeft u niets te doen. Wij krijgen uw adres dan automatisch door. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op svb.nl.
Lees meer over verhuizen
Werkloos

Als u werkloos wordt

Als u werkloos wordt en een WW-uitkering krijgt, bouwt u nog 37,5% pensioen op. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV. Ook als een werkgever vrijwillig is aangesloten bij ABP worden wij automatisch geïnformeerd door het UWV. Tijdens uw uitkering kunt u tot maximaal 100% van wat u eerder opbouwde bijsparen voor meer pensioen. Wilt u bijsparen? De aanvraag om bij te sparen moet u binnen drie maanden na uw ontslag naar ons toesturen.

Pensioen vrijwillig voortzetten

Heeft u nog geen pensioenvoorziening, dan kunt u zich als ex-deelnemer van ABP maximaal 3 jaar bij ABP aansluiten. Als u hiervoor kiest blijft uw pensioenopbouw hetzelfde als bij uw vorige baan. Wij nemen uw laatstverdiende salaris (en deeltijdfactor) van uw vorige werkgever als basis voor uw pensioen. De premie betaalt u zelf: het werknemers- én het werkgeversdeel. Start u uw eigen bedrijf, dan kunt u onder voorwaarden maximaal 5 jaar pensioen blijven opbouwen bij ABP.
Lees meer over het vrijwillig voortzetten van uw pensioen en bereken uw premie en opbrengst
Mijnpensioenoverzicht

Mijnpensioenoverzicht.nl

Bekijk in ieder jaar één keer per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op mijnpensioenoverzicht.nl.

Keuzes

Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid

De keuzemogelijkheden vindt u onder 'Welke keuzes heeft u zelf?'. Maakt u een keuze, dan is deze definitief. U kunt uw keuze niet meer terugdraaien.