Interview Linda Miedema, voorzitter commissie Beleggingen

Hoewel niet direct ‘meetbaar’, heeft de commissie Beleggingen binnen het VO zeker bijgedragen aan de invoering van het beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen. Voorzitter Linda Miedema ziet dat in vier jaar de commissie een ontwikkeling heeft doorgemaakt: van reageren op bestuursvoorstellen en berichten in de media naar actief de deelnemer vertegenwoordigen richting het bestuur.

De commissie Beleggingen heeft als taak om het bestuur gevraagd en ongevraagd advies te geven over alles wat te maken heeft met het beleggen van de ingelegde premies. Commissievoorzitter Linda Miedema: ‘Belangrijke plannen waarover wij meedenken zijn onder andere het STIP (het strategische meerjarenplan beleggingen), het beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen en de verantwoording daarvan. Aan de hand van deze stukken en berichtgeving in de media denken wij mee en stellen wij vragen.’

Vier jaar geleden is de commissie ‘gewoon maar’ gestart, vertelt Linda. ‘In eerste instantie zijn we heel erg druk geweest met het vaststellen van de punten waarover we zouden discussiëren. Welke discussies wilden we wel en niet, welke vragen wilden we wel en niet neerleggen binnen de commissie, het VO als geheel en aan het bestuur? Met name de vraag of voorbeelden uit de media bijdroegen aan discussies over het beleid, hinderden de voortgang. Voor onze commissie geldt dat de meningen over bijvoorbeeld verantwoord beleggen zich minder via de fractielijnen laten verdelen. Met andere woorden: de ideeën over hoe te beleggen is binnen de fracties heel divers, en dus ook binnen onze commissie. De een vindt vooral rendement belangrijk, de ander wil best rendement inleveren voor meer duurzame en verantwoorde beleggingen. Dat is ook een afspiegeling van de ABP-deelnemers. Toen de kaders eenmaal waren afgesproken, hebben we als commissie flinke stappen gezet. We zijn meer gaan zoeken naar de verbinding, naar de openingen waarin we elkaar wel konden vinden.’

Impact

Met resultaat. Linda: ‘De invloed van het VO is weliswaar beperkt, maar als ons standpunt een grotere groep vertegenwoordigt, hebben we meer impact. Dat hebben we gezien met duurzaam beleggen. Dat was voor onze commissie en voor het VO heel belangrijk. Daar hebben we ook steeds de aandacht op gevestigd. Ik denk dat onze vasthoudendheid zeker eraan heeft bijgedragen dat dit onderwerp hoog op de bestuursagenda kwam, bleef en uiteindelijk heeft geresulteerd in concreet beleid. Zelf ben ik daar heel erg blij mee, maar er zijn ook deelnemers die zorgen hebben over het rendement. Dat zijn geluiden die wij meenemen. Onze aandacht zijn wij de laatste tijd meer gaan verdelen over de andere aspecten die van belang zijn bij beleggen: rendement, kosten en risico. Dat zijn best technische aspecten, maar twee van onze commissieleden weten er meer van, dus die gaan ons hierin meenemen. En het bestuursbureau deelt ook kennis en praat ons regelmatig bij.’

Opvallend is dat de commissie nu veel meer anticiperend adviseert, waar zij in het begin vooral reageerde op plannen. ‘Bijvoorbeeld ten aanzien van het STIP. Voorheen kregen we dat plan en daar vonden wij dan iets van. In 2018 wordt een nieuw plan vastgesteld voor de komende drie jaar. Dat zijn wij in onze commissie nu al aan het voorbereiden. Wat vindt het VO belangrijke accenten, waaraan zou aandacht moeten worden besteed? Zodat wij die accenten in een vroeg stadium als advies kunnen meegeven aan het bestuur. In dat kader hebben we in het najaar van 2017 op de agenda staan om te spreken over het nieuwe insluitingsbeleid, de kinderarbeidcoalitie, beleggen in tabak en hedgefunds en private equity.’

De relatie met het bestuur is in die vier jaar ook veranderd, ziet Linda. ‘Wij zijn op een andere manier vragen gaan stellen en het bestuur is op een andere manier gaan antwoorden. In het begin leek het soms misschien meer op een verhoor: “Hoe zit dit? Waarom is dat besloten?” Onze toon is denk ik anders geworden. We willen vooral meegeven aan het bestuur dat bepaalde onderwerpen spelen bij het VO en de achterban. Er zit meer nuancering in. Het bestuur is opener geworden en geeft af en toe een inkijkje in hoe de discussie binnen het bestuur wordt gevoerd. Door dat soort initiatieven groeit het wederzijdse vertrouwen en ga je toch anders het overleg in.’

Niet zo eenvoudig als het lijkt

Linda vervolgt: ‘In die gesprekken hebben wij geleerd dat sommige beleggingsbeslissingen echt complexer zijn dan je aanvankelijk denkt. Om beleggen in hedge funds en private equity – waarmee hoger rendement kan worden gerealiseerd maar waar ook meer risico aan zit – hangt een zweem van snel geld en hoge bonussen. Dankzij de gesprekken die we met het bestuur hierover hebben, begrijpen wij beter waarom hier niet zomaar klakkeloos een streep door kan worden gehaald. Het is namelijk een categorie die niet meebeweegt met de aandelenmarkt en daardoor de gevolgen van een mogelijk val op de aandelenmarkt voor onze pensioenpot kan beperken. Het feit dat deze gesprekken lopen vinden wij heel positief; over onze morele bezwaren blijven we in gesprek.’ 

Datzelfde geldt voor duurzaam en verantwoord beleggen, rendement en kosten – eveneens belangrijke agendapunten de komende tijd. ‘En keuzevrijheid voor deelnemers,’ zegt Linda. ‘Want juist omdat er zo verschillend over beleggen wordt gedacht, zou het mooi zijn als deelnemers daarin zelf meer vrijheid kunnen krijgen. Zodat zij kunnen kiezen of zij voor maximaal rendement gaan of voor duurzaam en verantwoord beleggen, of een combinatie. Het VO is hier voorstander van, maar ook hiervoor geldt: er zitten veel kanten aan. Ik heb bijvoorbeeld gesproken met NGO’s en belangenclubs die juist tegen keuzevrijheid zijn, omdat dan het risico bestaat dat er juist minder duurzaam belegd gaat worden omdat meer deelnemers gaan voor het hoogste rendement. En de discussie rondom solidariteit blijft hierin belangrijk: is een situatie waarin er meer persoonlijke keuze komt minder solidair?’

Volgens Linda is het niet ondenkbaar dat er een partij toetreedt tot het VO die duurzaam en verantwoord beleggen als hoofdpunt heeft. ‘Nu is dat verdeeld binnen de fracties. Misschien dat er bij de komende verkiezingen zo’n partij bij komt? Sowieso vind ik het goed dat er eens in de vier jaar verkiezingen zijn: een kans voor nieuwe fracties en nieuwe mensen, en een belangrijk moment om deelnemers aangehaakt te houden. We hebben wel veel tijd nodig gehad om op te bouwen wat er nu staat, dus dat moet goed worden overgedragen. Anders gaat het VO straks het wiel opnieuw uitvinden en dat zou zonde zijn.’

Mooi werk

Hoe kijkt zij zelf aan tegen de afgelopen periode, zijn haar verwachtingen uitgekomen? ‘Ik had geen concrete verwachtingen of een scherp beeld van tevoren. Ik vond het gaaf dat ik dit heb mogen doen, op de plek waar ik de meeste invloed kon uitoefenen. Wat die invloed zou zijn wist ik niet. En hoeveel stukken ik moest lezen wist ik ook niet,’ lacht Linda. ‘Je bent een klein radertje, maar uiteindelijk is het heel leerzaam werk. En ik vind het mooi dat wij een klein beetje hebben kunnen bijdragen aan een verantwoorder beleggingsbeleid.’

Ga naar het overzicht met alle interviews