Interview Jan Veringa, voorzitter commissie Algemeen

‘Eigenlijk is het heel eenvoudig: de commissie Algemeen houdt zich bezig met alles wat niet bij de andere drie commissies hoort,’ legt commissievoorzitter en plaatsvervangend VO-voorzitter Jan Veringa uit. Oftewel alles wat met de medezeggenschap en het functioneren van het VO zelf te maken heeft. En dat is goed gelukt, vindt hij. ‘We hebben samen het VO goed van de grond gekregen, er is echt iets neergezet.’

‘Dit waren de eerste vier jaar VO,’ aldus Jan. ‘Daarvóór was er een VO oude stijl, met een deelnemersraad en werkgeversraad. Als gevolg van de nieuwe Pensioenwet ging die constructie op de schop en kwam er een VO nieuwe stijl, met een geheel nieuwe positie en taak. Dit VO heeft zichzelf moeten uitvinden, er was geen voorbeeld.’

Nieuw was bijvoorbeeld het voordrachtsrecht voor de Raad van Toezicht. Jan: ‘Het VO is verantwoordelijk voor de voordracht van nieuwe leden van die raad. Daarvoor heeft onze commissie de formele procedure opgesteld over hoe dit in zijn werk gaat. Wij hebben ook de Raad van Toezicht uitgedaagd om hun visie op toezichthouden te formuleren. Die handschoen heeft de Raad opgepakt. Zij hebben steeds vanuit die eigen visie gewerkt. Dat is mooi om te zien.’

Verder heeft de commissie Algemeen alle VO-reglementen aan de nieuwe situatie aangepast, en ze doet meer. ‘We bewaken de competenties binnen het VO, beheren het budget voor scholing van de leden en monitoren de governance van ABP, de samenwerkingsrelatie met APG en het eigen functioneren van ons orgaan. Kortom: wij buigen ons over alles wat te maken heeft met de governance van ABP, de medezeggenschap an sich en het functioneren van het VO.’

Aftasten

In het begin was het aftasten, weet Jan zich te herinneren. ‘Met een aantal nieuwe fracties, op nieuwe posities, met nieuwe bevoegdheden gingen we van start. Iedereen keek toch een beetje de kat uit de boom. Hoe gaan we alles inrichten, hoe gaan we het doen, wie doet wat en hoe werken we samen? Hoe kunnen we de rol van het VO effectief gaan invullen en uitvoeren? De manier waarop we na de eerste kennismakingen hebben gehandeld, heeft een belangrijke basis gelegd. Al vrij snel vonden we een basis van onderling vertrouwen. We hebben heldere afspraken kunnen maken, onder andere over de verdeling in commissies en voorzitterschap. Dat is heel goed gegaan vind ik, zeker als je bedenkt dat het VO 48 leden telt.’

Halverwege, na twee jaar, is er serieus geëvalueerd – mede op initiatief van de commissie Algemeen. ‘Hoe zijn de eerste twee jaar verlopen: wat gaat goed en wat kan beter? Daarvoor hebben we een soort heisessie gehouden. Erg waardevol en constructief.’

Duidelijke positie bij bestuur

Ook voor het bestuur betekende het VO nieuwe stijl een nieuwe start. ‘In één klap werd de governance-structuur compleet anders. Het bestuur kreeg te maken met een Raad van Toezicht en een nieuw VO. Dat was ook voor hun wennen. Maar gaandeweg zijn we goed op elkaar ingespeeld geraakt. Het VO heeft een duidelijke positie gekregen bij het bestuur. De bestuursleden benaderen ons nu actief als zij het idee hebben dat een dossier moeilijk zou kunnen gaan worden. Wij worden bijgepraat, we wisselen kennis en ideeën uit, vaak voordat het bestuur knopen doorhakt. Het bestuur doet daar merkbaar moeite voor en geeft vaak aan dat bepaalde besluiten zijn genomen mede op advies van het VO. Soms zijn dat lastige beslissingen, waarvan wij als VO zeggen: het kan niet anders. Maar feitelijk geldt het voor alle beslissingen, ook de minder complexe.’

Grote verantwoordelijkheid

Jan benadrukt dat het VO een belangrijke rol vervult in het hele bestuurlijke proces. ‘Deelnemers van ABP leggen 20% van hun inkomen per jaar in voor hun pensioen. Zij vertrouwen erop dat daar een goed pensioen uit komt. ABP heeft hierin een grote verantwoordelijkheid. Wij moeten met zijn allen, ik bedoel iedereen die ergens een grotere of kleinere rol heeft, ervoor zorgen dat wij het fonds goed besturen. In het hele bestuurlijke krachtenveld is het VO een belangrijk onderdeel. Wij denken mee, adviseren en als een soort luis in de pels stellen we kritische vragen. Met als doel goed tegenspel te bieden aan het bestuur. Dat komt de kwaliteit van bestuur van het fonds ten goede. Hierin zijn de afgelopen vier jaar flinke professionaliseringsslagen gemaakt.’

En dat zal zo blijven, want ‘de governance is nooit klaar of af,’ aldus Jan. ‘Vier jaar geleden is het toezicht op de financiële sector enorm aangescherpt en geïntensiveerd. Maar te veel toezicht kan ook zijn doel voorbij schieten en belemmerend werken. De geschiedenis leert dat die slinger ook weer geleidelijk de andere kant op zal bewegen. Dat zou betekenen dat er weer meer eigen verantwoordelijkheid komt. ABP, inclusief Raad van Toezicht en VO, moet zich op dit vlak dus blijven ontwikkelen. Het nieuwe pensioenstelsel zal ook gevolgen hebben voor bestuur en governance. Dat wordt een grote uitdaging voor het nieuwe VO.’

Partijtje meeblazen

Jan is best trots op wat er is neergezet. ‘Het is motiverend om als VO, als commissie en als voorzitter eraan te kunnen bijdragen dat ABP in de voorste linies staat, als grootste pensioenfonds van Nederland. Dat er straks VO-verkiezingen komen is goed. Het is een mooi moment voor nieuwe en bestaande groeperingen die zich betrokken voelen om een actieve rol mee te spelen. Vier jaar is een goede periode om te toetsen hoe de verhoudingen liggen. Iedereen die een partijtje wil meeblazen heeft nu de kans.’

Ga naar het overzicht met alle interviews