Eric van Boven, voorzitter verantwoordingsorgaan

Eric van Boven was de afgelopen vier jaar de voorzitter van het Verantwoordingsorgaan. Er is veel tot stand gekomen en gegroeid in die periode. ‘Iedereen is zich bewuster geworden van zijn of haar rol in het proces van besluitvorming binnen ABP.’

Formeel heeft de voorzitter van het VO de hoofdtaak om de vergaderingen van het VO te leiden, en daarnaast bij toerbeurt de gezamenlijke vergaderingen met het bestuur voor te zitten. Eric van Boven ziet die rol breder dan dat: ‘Mijn taak is vooral het VO zo goed mogelijk te laten functioneren. Met ondersteuning van de ambtelijk secretaris Guus Creusen en Jan Veringa als vicevoorzitter. Concreet betekent het dat ik ervoor zorg dat planningen zo goed mogelijk worden vastgesteld en worden gehaald. Dat iedereen tot zijn recht komt: de fracties, maar ook de commissies en de leden. En dat ik altijd probeer een zo groot mogelijk draagvlak te creëren, met compromissen als dat nodig is. Ten slotte zet ik mij in om de positie van het VO te bewaken en te verstevigen, als een van de organen die een rol spelen in de governance van ABP.’

Hoewel Eric afkomstig is uit de fractie CCOOP, heeft hij als voorzitter een onafhankelijke rol. ‘Ik neem zelf binnen het VO geen standpunten in tijdens onderlinge discussies, behalve als de positie van het VO zelf aan de orde is. Soms moet ik de neiging onderdrukken om niet met een persoonlijk oordeel of advies te komen. Maar dat is wat je inlevert voor deze rol. Het is een keuze die je maakt en waar mijn fractie ook achter staat.’

Verbinding

Geen eigen standpunt dus, maar draagvlak creëren en compromissen bevorderen. Is dat niet lastig met een groot orgaan van 48 leden? ‘Het VO is de representant van miljoenen deelnemers. Iedereen kijkt op een andere manier aan tegen wat er gebeurt binnen het fonds. Neem het beleggingsbeleid. De een wil koste wat kost rendement, de ander wil best rendement inleveren om in een duurzaam doel te beleggen. Hoe kom je in het midden uit? In mijn optiek vooral door de verbinding te zoeken. Op die manier groeit de unanimiteit en hoe groter die is, des te meer je kunt bereiken. Dat is meteen ook dé grote uitdaging van het VO: enerzijds gehoor geven aan de belangen van de achterban, anderzijds gezamenlijk tot iets komen. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer. Voor mij betekende dat in vergaderingen steeds kijken waar we het eens zijn, om pas daarna op de verschillen in te zoomen. In vergaderingen met het bestuur probeerde ik zoveel mogelijk eerst het gemeenschappelijk verhaal van het VO te schetsen, waarna elke fractie aan het eind de eigen nuances kon laten horen.’

Dat zoeken naar verbinding heeft zeker resultaat gehad. Eric: ‘Als VO spreken wij jaarlijks een oordeel uit over het functioneren van het bestuur. De afgelopen jaren is het steeds gelukt om, soms met compromissen, een gezamenlijk oordeel uit te spreken. Vergeleken met andere fondsen is dat ook nog eens van een goede kwaliteit: niet zomaar positief, maar ook goed gedocumenteerd. Daar ben ik als voorzitter best trots op.’

Eric ziet dat de governance van ABP professioneler is geworden. Er staat nu een goede structuur voor toezicht en medezeggenschap. Het VO heeft regelmatig overleg met de Raad van Toezicht. Eric: ‘De relatie met de RvT is in vier jaar gegroeid. Die moest vanaf nul worden opgebouwd, omdat de hele governance-structuur vier jaar geleden is vernieuwd.In ieder geval een keer per jaar vergaderen we als voltallig VO met de RvT, aangevuld met twee vergaderingen in een kleiner comité. Ook de relatie met het bestuur heeft zich positief ontwikkeld. Het bestuur houdt serieus rekening met het VO. Dat wil niet zeggen dat we het altijd eens zijn. Maar het bestuur gaat serieus om met onze adviezen. Dat proces heb ik zien verbeteren. Het VO wordt bijvoorbeeld steeds vaker voorafgaand aan besluitvorming geïnformeerd door het bestuur. Bestuursleden schuiven soms ook aan bij een commissievergadering. Dat is allemaal wat minder formeel geworden en daarmee opener, transparanter. Iedereen is zich bewuster geworden van zijn rol en ons gemeenschappelijke doel: een evenwichtige, goed doordachte besluitvorming over belangrijke beleidsbeslissingen.’

Complexe issues

Die beslissingen gaan vaak over complexe zaken, waarbij ABP bovendien maar één speler is in een groter geheel. ‘Neem het moeilijke thema van de inhoud en complexiteit van de pensioenregeling. Het bestuur wil daarin stappen ondernemen, om de uitvoerbaarheid van de regeling te kunnen waarborgen. Maar ABP kan dat niet zelf bepalen, dat doen de sociale partners. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat ABP al jaren niet heeft geïndexeerd, terwijl de waarde van de beleggingen nog nooit zo hoog is geweest. Mensen snappen dat niet. Deelnemers denken vaak dat het bestuur en het VO alles zomaar kunnen besluiten en doorvoeren. Maar in de praktijk is die bewegingsvrijheid behoorlijk ingekaderd. Het ABP heeft nu eenmaal te maken met wettelijke eisen, met toezicht van De Nederlandse Bank en met sociale partners die de inhoud van de regeling vaststellen. Dat maakt besluitvorming en verantwoording extra ingewikkeld.’

VO-verkiezingen: vernieuwing en continuïteit…?

Ook het nieuwe VO, dat na de verkiezingen van april 2018 zal worden geïnstalleerd, krijgt te maken met deze issues. ‘En daar komt waarschijnlijk het nieuwe pensioenstelsel bij, waarover het nieuwe kabinet een besluit moet gaan nemen. Dit zal consequenties hebben voor het financieel beleid, het beleggingsbeleid en de communicatie van ABP. Dus het raakt alle commissies van het VO. Natuurlijk zal een nieuw gekozen VO zijn eigen prioriteiten moeten kiezen. Eerst maar eens kijken wat de verkiezingen gaan opleveren. Ik hoop dat er een mooie mix ontstaat van vernieuwing en continuïteit. Ook voor de samenwerking met het bestuur is dat goed.’

De verkiezingen vindt de zittende voorzitter een mooi moment voor deelnemers en fracties om hun invloed te laten gelden. Evenals in de vorige verkiezingsronde hebben slapende deelnemers geen stemrecht. ‘Een meerderheid van het VO vindt dat slapende deelnemers voldoende zijn vertegenwoordigd via het kiesrecht van de actieve deelnemers en de door hen gekozen fracties. Een minderheid had wel graag gewild dat zij stemrecht kregen. Wat kost het en wat levert het op? Kunnen we ze allemaal bereiken, zijn ze voldoende betrokken? Die afweging hebben we met z’n allen gemaakt, en op basis daarvan is het besluit genomen om dit nu niet te veranderen.’

Energie

Hoe kijkt Eric zelf terug op zijn voorzitterschap? ‘In de eerste vier jaar VO is er echt iets neergezet. Dat hebben we samen gedaan, op een heel constructieve manier. Het vergde wel commitment. Alleen al zes keer per jaar vergaderen met het voltallige VO en vervolgens steeds een week later de overlegvergadering met het bestuur, plus de commissievergaderingen en al het werk daaromheen. Maar het is het waard. Zelf vond ik het boeiend en leerzaam om met zo’n groep mensen te mogen werken. Met verschillende achtergronden, drijfveren en deskundigheid. Dat geeft zo veel energie.’

Ga naar het overzicht met alle interviews