Interview Arie de Graaf, voorzitter commissie Financiën

Omdat ABP een financiële instelling is, zitten aan vrijwel alle bestuurlijke stukken die naar het VO gaan financiële aspecten. En dat betekent werk aan de winkel voor de commissie Financiën. ‘Wij toetsen echt alleen op financieel-technische aspecten,’ zegt commissievoorzitter Arie de Graaf.

‘Nagenoeg ieder document dat het bestuur opstelt heeft financiële implicaties,’ zegt Arie. ‘Binnen het VO hebben we het zo afgesproken dat deze stukken eerst langs de commissie Financiën gaan. Wij onderzoeken en toetsen de cijfers. We kijken puur met een financieel-technische bril. De meesten van ons hebben ook een financieel-economische achtergrond.’

Belangrijke documenten

Twee belangrijke documenten zijn de jaarlijkse premie-indexatienota en het jaarverslag. Arie vertelt welke rol ‘zijn’ commissie hierin speelt. ‘Voor de premie-indexatienota vindt er eerst een informeel gesprek plaats tussen onze commissie en het Bestuursbureau. Zij informeren ons over welke kant het op gaat met deze nota. Dat is geen eenrichtingsverkeer: het Bestuursbureau licht de conceptnota toe, wij stellen vragen en bestuderen de achtergronden. De meer technische vragen kunnen meestal direct worden beantwoord. Soms stellen wij ook vragen waar nog aan gerekend moet worden. En ten slotte komen er soms vragen die meer gaan over beleid. Dan kan je bijvoorbeeld denken aan de maatregelen die het bestuur heeft voorgesteld voor 2017 om de financiële positie van het fonds te versterken. Wij houden ook de financiële positie goed in de gaten en of de getroffen maatregelen adequaat zijn om de financiële positie te verbeteren. Vragen die wij daarover hebben, legt het Bestuursbureau voor aan het bestuur.’

Als de antwoorden vervolgens compleet zijn en in de commissie zijn besproken, wordt de conceptnota behandeld in het voltallige VO. Arie: ‘In deze vergadering breng ik als voorzitter verslag uit van wat onze commissie vindt. Het kan zijn dat er dan nog vragen zijn. Die worden formeel aan het bestuur gesteld namens het VO. Pas na de beantwoording daarvan komt de nota in de overlegvergadering met het bestuur. We krijgen dus als het ware een steeds “schoner” document.’ Het is een arbeidsintensief traject, want tussen de VO-overleggen door hebben ook de fracties nog overleg over de nota.

Transparantie

Het jaarverslag is nog een slag complexer. ‘Naast het toetsen en controleren van de jaarrekening en de overige gegevens horen wij ook de accountant, de actuaris en de compliance officer,’ vertelt Arie. ‘Daar is ook de commissie Algemeen bij betrokken. Hier zijn we wel een volle dag mee bezig, maar het levert grote transparantie op. Vroeger kregen we een definitief concept, ter informatie. Nu worden we al vroeg in het traject aangehaakt, zodra er een eerste concept gereed is.’

Extra controle

Elk nieuwe, aangepaste versie van het concept-jaarverslag wordt gezien door de commissie en minutieus gecontroleerd. ‘Soms merken wij verschil op in cijfers tussen verschillende concepten. Dan komt dat bijvoorbeeld door nieuwe regelgeving. In de gesprekken die wij hebben, bijvoorbeeld met de accountant, wordt dan duidelijk hoe dat verschil is gekomen. We zitten er echt bovenop. Die extra controleslag is zonder twijfel een van de belangrijkste functies van het VO en van onze commissie.’

Arie heeft gemerkt dat de relatie met het bestuur in vier jaar is verbeterd. ‘Het huidige bestuur is erg open en dat is prettig. Voorheen was het echt not done dat een bestuurslid een vergadering van een VO-commissie bijwoonde. Het is ons gelukt om twee bestuursleden bij een vergadering van onze commissie samen met de commissie Algemeen te laten aanschuiven. Zij hebben toen een uitstekend verhaal gehouden over risicomanagement. Dat was vroeger echt uitgesloten. Er is duidelijk meer openheid gekomen en meer wederzijds vertrouwen.’

Ook de persoonlijke verhoudingen met het Bestuursbureau zijn goed. ‘Vooral in de informele bijpraatsessies hebben we veel aan elkaar. Dan wordt er nog wel eens iets bijgesteld. Het bestuursbureau staat daar ook voor open. Als voorzitter zie ik het als mijn taak om alle contacten open te houden en te zoeken naar de verbinding, zodat onze commissie optimaal kan functioneren.’

Hamerstuk

Wat ziet Arie als de belangrijkste mijlpaal van deze commissie? ‘Dat wij goede adviezen hebben kunnen geven die door het VO als geheel zijn overgenomen. Vaak is ons advies een hamerstuk, zonder al te veel discussie. Dat is te danken aan de zeer zorgvuldige voorbereiding.’

Voor de komende vier jaar zal er weinig veranderen in de commissie-agenda. ‘Het blijft van belang dat er gedegen financieel beleid wordt gevoerd. Deze commissie zal dat blijven toetsen. Natuurlijk gaat het dan niet alleen om de cijfertjes: er zitten ook beleidsmatige uitdagingen aan het financiële beleid. Een probleem voor de buitenwereld is dat ABP een groot vermogen heeft, maar al jaren niet indexeert. Maar de financiële positie hangt van veel meer factoren af, bijvoorbeeld van de lage rentestand. De Pensioenkamer stelt bovendien de regeling vast. ABP geeft aan: dit kunnen we uitvoeren, en dit zijn de premieconsequenties. Dit soort bepalende randfactoren blijft lastig uit te leggen aan de achterban.’

Op elkaar ingespeeld

Arie kijkt tevreden terug op de afgelopen vier jaar. ‘Toen wij begonnen vier jaar geleden dachten we: hoe gaan we alles doen? Dit proces heeft zich in mijn beleving heel positief ontwikkeld. We hebben uitstekend samengewerkt binnen onze commissie. Gaandeweg raakten we zo op elkaar ingespeeld, dat we steeds meer telefonisch konden vergaderen. Dat werkte heel efficiënt. We hebben een zittingstermijn van vier jaar. Die is nu voorbij. De VO-verkiezingen, een belangrijk onderdeel van het afgesproken democratische proces, vormen straks het startschot voor een nieuwe commissie Financiën.’

Ga naar het overzicht met alle interviews