In gesprek met het bestuur

In de laatste nieuwsbrief aan gepensioneerden vroegen we: welke vraag zou u aan het bestuur van ABP willen stellen? Wat houdt u bezig op pensioengebied? Aan die oproep werd flink gehoor gegeven.

We kregen meer dan 3.000 vragen. En daar zijn we heel blij mee! Onderstaand een greep uit de tien meest gestelde vragen. Op dit moment werken wij hard aan een update van de rest van de tien vragen, zodat u op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen.
Na indexatie gingen de meeste vragen (342, om precies te zijn) over de ‘greep in de kas’. U vroeg ons: ‘In de jaren 90 zijn er door de Nederlandse regering miljarden uit de pot van ABP gehaald om de begroting van het land sluitend te maken. Zijn er juridische mogelijkheden om dat geld (inclusief rente) weer terug te eisen?’

Antwoord door José Meijer, vicevoorzitter ABP-bestuur 

‘Het is inderdaad zo dat de Nederlandse overheid in het verleden aanspraak heeft gemaakt op het vermogen van ABP. Maar het is niet zo dat de rijksoverheid miljarden heeft ‘geroofd’ uit de pensioenpot van ABP. Het antwoord ligt genuanceerder. 
 
In de jaren tachtig was ABP nog geen zelfstandig pensioenfonds, maar onderdeel van de overheid. De overheid bepaalde toen ook de premie. En dat was een lagere premie dan het toenmalige bestuur verstandig vond. Omdat de overheid minder premie betaalde, werd er geld bespaard (namelijk 30 miljard gulden). Dit gebruikte de overheid onder meer voor de financiering van het grootste gedeelte van de VUT, de regeling waarmee werknemers eerder konden stoppen met werken. En ook de jeugdwerkloosheid werd aangepakt. Het werd wettelijk geregeld en goedgekeurd door het parlement. Van deze goede zaken heeft een deel van onze deelnemers ook profijt gehad. 
 
De overheid heeft indertijd dus te weinig geld in de kas gestort voor de pensioentoezeggingen die zijn gedaan. Ook al werd het geld niet uit de kas gehaald, het werd in de volksmond toch de ‘greep uit de kas’ genoemd. 
 
Toen ABP in 1996 privatiseerde, vond de overheid dat ABP met een schone lei moest kunnen beginnen. Er zijn toen goede afspraken gemaakt. Een van de afspraken was het verhogen van de premie, waarbij de werkgever 70% voor zijn rekening nam en de werknemer 30%. De afspraken werden vastgelegd in de wet en goedgekeurd door het parlement. Door de goede afspraken konden we een streep onder het verleden trekken. 
 
Vanaf die tijd zijn wij als zelfstandig pensioenfonds, los van de overheid, verder gegaan. Met een schone lei en reëlere premies. ABP ziet geen reden om op de goede afspraken die in het verleden zijn gemaakt, terug te komen.’
U vroeg ons: ‘Hoe zit het eigenlijk met de bonussen van de bestuurders van ABP? Gaat het salaris van de medewerkers ook omlaag als ik gekort zou worden? Is het salaris van de bestuurders en de medewerkers ook minder geworden de afgelopen jaren?’ 

Antwoord door: Jan van Zijl, Vice-voorzitter ABP-bestuur
 
'Ik kan hier heel duidelijk over zijn: bestuursleden van ABP ontvangen geen bonus. Onze beloningen zijn gekoppeld aan de indexatie van de pensioenen. Dit betekent dat als de pensioenen niet worden geïndexeerd, de beloningen voor ons ook niet worden verhoogd. En als de pensioenen gekort zouden worden, dan worden de beloningen met hetzelfde percentage gekort. Dat is niet gebruikelijk, maar wij hebben daar bewust voor gekozen. Het salaris van de medewerkers van het bestuursbureau van ABP (dat zijn dus niet de leden van het bestuur) volgt de gemiddelde stijging van de cao-lonen in de sector Overheid en Onderwijs. Ook zij ontvangen geen bonus. De medewerkers hebben een ABP-pensioen en voelen net als de andere deelnemers de gevolgen van niet-indexeren of korten. Het beloningsbeleid van ABP voldoet aan de Regeling Beheerst Beloningsbeleid van De Nederlandsche Bank. In deze regeling staat waar het beloningsbeleid en -cultuur van een financiële onderneming aan moeten voldoen. Wij vinden eerlijke en transparante communicatie heel belangrijk. Jaarlijks leggen wij verantwoording af over en geven we inzicht in de kosten die we maken. U kunt dit allemaal lezen in ons jaarverslag op onze site.' 
U schreef ons: ‘Als het rendement op – bijvoorbeeld - olie, gas, oorlogsindustrie hoger uitvalt dan de duurzame ondernemingen waarin u nu belegt, waarom doet u dit dan niet?’ 
 
Antwoord door Geraldine Leegwater, bestuurslid ABP namens werknemers  

‘ABP streeft naar een goed pensioen voor deelnemers. En naar een duurzame wereld om van dat pensioen te genieten. Uit onderzoek blijkt ook dat deelnemers dat van ons verwachten. Bij elke beleggingsbeslissing letten we op rendement, risico, kosten én op hoe de bedrijven waarin we beleggen omgaan met mens, milieu en goed bestuur. Het is onze overtuiging en ervaring dat bedrijven die hiervoor voldoende aandacht hebben, op lange termijn ook betere financiële prestaties behalen. Daarmee is beleggen met oog voor mens, milieu en goed bestuur beter voor de wereld, en goed voor de pensioenen van onze deelnemers.’

Wat levert die vergroening (duurzaam beleggen) op ten opzichte van de oude manier van beleggen?

'Er is veel wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen verantwoord beleggen en financiële prestaties. Uit veruit de meeste studies blijkt dat aandacht voor mens, milieu en goed bestuur niet ten koste hoeft te gaan van het rendement. Het kan zelfs leiden tot meer rendement en minder risico. Het Sustainable Pension Investments Lab (SPIL) heeft een toegankelijke Nederlandse samenvatting van het onderzoek gepubliceerd. Van onze portefeuillebeheerders verwachten we dat ze minstens hetzelfde rendement halen als wanneer we níet duurzaam en verantwoord zouden beleggen. In de afgelopen vijf jaar realiseerde ABP een gemiddeld rendement van ruim 6% per jaar.’
Veel vragen (99, om precies te zijn) gingen over de dekkingsgraad. U vroeg ons: ‘Waarom is de dekkingsgraad van ABP, ondanks goede rendementen, zo laag?’

Antwoord door Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter ABP  

‘De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het geld dat ABP in beheer heeft en het geld dat we in de toekomst moeten uitkeren, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat het geld tijd heeft te renderen voordat het wordt uitgekeerd. Het is een maat voor de financiële gezondheid van het fonds. De beleggingsrendementen van ABP zijn in het verleden over het algemeen goed geweest. Over de afgelopen 26 jaar was het gemiddelde jaarlijkse rendement 7%. De afgelopen 5 jaar was dat 6%. Dat de dekkingsgraad, ondanks het goede beleggingsrendement, zo laag staat, heeft te maken met het geld dat we in de toekomst moeten uitkeren. Wij berekenen hoeveel geld wij nu in kas moeten hebben om alle pensioenen tot in de verre toekomst uit te keren. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld wij nu in kas moeten hebben. De lage stand van de rente is de belangrijkste oorzaak van de lage dekkingsgraad.’
Veel vragen (276, om precies te zijn) gingen over beleggen. U vroeg ons: ‘Hoe zit het eigenlijk met staatsobligaties? Hoeveel rendement levert dit op voor ABP?’

Antwoord door Philip Stork, bestuurslid ABP namens gepensioneerden 

'Onze beleggingen bestaan voor 17% uit staatsobligaties van hoge kwaliteit. Ongeveer 80% daarvan is Europees, 20% is Amerikaans (VS). Veel van deze staatsobligaties, die eigenlijk leningen zijn, hebben een lange looptijd. Dat sluit goed aan bij onze langlopende verplichting om alle pensioenen, nu en in de toekomst, uit te betalen.'   

Hoeveel rendement levert een staatslening op voor ABP?

'Er zijn twee manieren waarop een staatslening rendement kan opleveren. Ten eerste betalen de overheden die geld van ons lenen, rente. De rente op nieuwe staatsleningen van landen als Duitsland en Nederland is op dit moment echter vrijwel nul. Ten tweede worden staatsleningen meer waard als de rente daalt. Ze bewegen als het ware mee met de rente. Dat betekent dat in perioden met een dalende rente, zoals dit jaar, staatsleningen een hoog rendement opleveren. De waarde van de pensioenverplichtingen neemt echter nog sterker toe, waardoor de dekkingsgraad, ondanks de positieve rendementen, toch daalt. Het rendement op de staatsobligaties ‘verzacht’ dan de pijn. Dat is dus een voordeel van staatsobligaties. ABP’s gemiddelde jaarlijkse rendement op staatsobligaties was de laatste 5 jaar 4,6%. De gemiddelde rente op onze staatsobligaties is op dit moment echter veel lager.' 

Op welke manier kunnen staatsobligaties beschermen tegen heel lage rente of een financiële crisis?

'Staatsobligaties van veilige landen zoals de VS, Duitsland en Nederland zijn een zogenaamde ‘safe haven’ voor investeerders. Dat betekent dat wanneer er een financiële crisis uitbreekt, heel veel investeerders hun geld in deze staatsobligaties stoppen. Daardoor neemt hun waarde sterk toe. Op die manier leveren staatsobligaties een bescherming tegen financiële crises: terwijl de aandelen dalen, nemen de staatsobligaties juist in waarde toe. Zo blijft de schade beperkt. U vraagt zich misschien af waarom we niet veel meer in obligaties beleggen. Dat is omdat het totale rendement uiteindelijk bescheiden is. Om op de lange termijn een goed rendement te behalen, beleggen we daarom onder andere ook in zakelijke waarden zoals aandelen.'