Veelgestelde vragen

Die is er nu. ABP hoeft de pensioenen dit jaar niet te verlagen. In een eerste berekening komt de dekkingsgraad op 31 december 2019 boven de kritische ondergrens uit. Hiermee bevinden we ons in de veilige zone en is een verlaging dus van de baan. Onder deze grens had ABP de pensioenen wel moeten verlagen. Eind januari 2020 weten we definitief wat de dekkingsgraad op oudejaarsdag was.

ABP hoeft vooralsnog de pensioenen niet te verlagen. Dus er verandert voorlopig niets aan uw pensioenbedrag, tenzij uw persoonlijke situatie wijzigt. Het verlagen heeft ook alleen betrekking op uw ABP-pensioen en niet op uw AOW.
ABP doet er alles aan om te voorkomen dat we in de toekomst uw pensioen moeten verlagen. En laat dat duidelijk zijn: liever willen we de pensioenen verhogen. ABP praat bijvoorbeeld, samen met andere pensioenfondsen, mee over de precieze invulling van het toekomstige nieuwe pensioencontract, dat meer ruimte zou moeten bieden om de pensioenen te verhogen.
Verhogen van pensioen is voorlopig niet in beeld. Gedeeltelijk verhogen mag bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Vanaf 121,4% mag ABP volledig verhogen. Met de huidige beleidsdekkingsgraad van 95,7% is daar geen sprake van. De komst van een nieuw pensioencontract kan daar verandering in brengen.
De historisch lage rente heeft met een aantal factoren te maken. Op dit moment is er veel aanbod van geld in onze economie. Rente kun je zien als een vergoeding voor dit geld, en daalt als het aanbod hoger wordt. Hierbij spelen structurele factoren een rol. Denk hierbij aan de vergrijzing en de langzaam gedaalde inflatieverwachting. Daarnaast is het beleid van de Europese Centrale Bank van invloed. Zij houdt bijvoorbeeld de beleidsrente, waarop veel rentetarieven zijn gebaseerd, extreem laag. Als gevolg van eerder genoemde structurele factoren kan de rente mogelijk nog lange tijd laag blijven.
Binnen de Europese wetgeving hebben landen de ruimte om zelf te bepalen hoe streng het toezicht op pensioenfondsen is en hoe dit wordt ingevuld. In Nederland voert De Nederlandsche Bank (DNB) dit toezicht uit. En DNB vindt dat een risicovrije (markt)rente het beste past bij de Nederlandse pensioenverplichtingen. Andere landen maken daar soms andere keuzes in.