Wijzigingen pensioenregeling 2015

Omdat de wetgeving is veranderd, is de ABP-regeling op een aantal punten aangepast.

Hieronder vindt u een samenvatting van de wijzigingen die per 1 januari 2015 in de regeling zijn doorgevoerd.

Het opbouwpercentage voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen is verlaagd en inkomensafhankelijk geworden. Op uw UPO vindt u het opbouwpercentage dat voor u geldt.

Bekijk uw UPO in MijnABP

De pensioenregeling van ABP sluit nu aan op de AOW-leeftijd. Dit betekent dat uw pensioen standaard ingaat als u de AOW-leeftijd bereikt. Maar met ABP KeuzePensioen kunt u ook eerder of later met pensioen.

Eerder of later met pensioen

De opbouw van het nabestaandenpensioen (dat bij overlijden op/na 67 jaar wordt uitgekeerd) is verhoogd naar 50%. Dit was ongeveer 35%. In 2016 wordt het nabestaandenpensioen verder verhoogd naar 70%.

Verdient u minder dan € 29.418,72? Dan is de opbouw van uw nabestaandenpensioen in 2015 al verhoogd tot 70%.

ABP NabestaandenPensioen

Het voorwaardelijk pensioen is na 1 mei 2015 verlaagd in lijn met de verlaging van het ouderdomspensioen. Ook is de rekenleeftijd van deze voorwaardelijke rechten nu 67 jaar in plaats van 65 jaar.

Meer over voorwaardelijk pensioen

Als u meer dan € 100.000 bruto in een jaar verdient, bouwt u geen pensioen meer op over het bedrag boven die € 100.000. Per 1 oktober 2015 biedt ABP daarom een aanvullende regeling aan voor pensioenopbouw boven € 100.000: de nettopensioenregeling.

Meer over de nettopensioenregeling

Hieronder vindt u een samenvatting van de wijzigingen die per 1 januari 2015 in de regeling voor militairen zijn doorgevoerd.

  • De zogenaamde pensioenrekenleeftijd is verhoogd van 65 naar 67 jaar. De pensioendatum wijzigt niet, dus u gaat nog steeds op uw 65ste met pensioen. Maar bij het vaststellen van de premie en het berekenen van uw toekomstige pensioen gaan we ervan uit dat uw pensioen ingaat op uw 67ste.
  • In enkele gevallen is het opbouwpercentage verlaagd van 1,75% naar 1,657%. Door de nieuwe wetgeving is de fiscale ruimte voor pensioenopbouw kleiner geworden. Wij hebben het opbouwpercentage zoveel mogelijk gelijk gehouden, maar dat was niet voor iedereen mogelijk. In die gevallen hebben wij toestemming gevraagd om een deel van het partnerpensioen te gebruiken voor opbouw van het ouderdomspensioen. In de gevallen dat er geen toestemming is gegeven, hebben we het opbouwpercentage moeten verlagen.