Praten met Later: ‘Als je niet oplet, ben je 24/7 met je werk bezig’

Peter Wijnhoven en Neeltje Sturme, basisschoolleerkrachten in Melderslo
22 april 2022
Welke keuzes maakt u in uw werk? Hoe blijft u vitaal? Wat kunnen senior- en junior-medewerkers van elkaar leren? In Praten met Later spreken we collega’s over hun vakgebied, ervaringen en plannen. In deze tweede aflevering Peter Wijnhoven (64) en Neeltje Sturme (26) over hun werk als leerkrachten op basisschool De Brink in Melderslo.

Hoe bent u in het vak gerold?

Peter: “In 1978 kwam ik van de PABO en ging ik in militaire dienst. Na een jaar of 7 in het onderwijs maakte ik de overstap naar een baan in het gevangeniswezen. In 2003 keerde ik terug in het onderwijs hier bij De Brink. Lang onderwees ik in de groepen 4, 5 en 6. Na een jaartje groep 8, geef ik nu les aan groep 7. De meeste kinderen heb ik dus al eerder in de klas gehad. Ik ken hen. En zij weten wat ze aan me hebben. Maar ja, dat geldt natuurlijk ook voor mijn zwakheden. In juni word ik 65. Dit schooljaar maak ik af en daarna ga ik met (vervroegd) pensioen.”

Neeltje: “Toen ik 5 jaar geleden de PABO had afgerond, rolde ik meteen het vak in. Eerst als vervanger en nu heb ik voor het derde jaar mijn eigen groep. Tijdens mijn opleiding liep ik vaak stage in de oudere groepen, maar als vervanger kwam ik vaak bij de kleuters terecht. Het beviel me wel goed bij de kleintjes. Dat is toch een andere uitdaging. Nu heb ik de groep 1, 2 en 3. Groep 3 erbij is erg leuk, dat zorgt voor een andere dimensie en meer variatie.”

Wat maakt dit vak leuk?

Peter: “Ik kan elke dag genieten van de spontaniteit van en de interactie met kinderen. Van één opmerking kun je soms nog weken genieten. Zo vroeg een leerling die ik 2 jaar in mijn klas had gehad aan het einde: Meester, moeten we alles geloven wat je zegt?. Ik probeer elke leerling elke dag te laten merken dat ik hem of haar ‘gezien’ heb. Door bijvoorbeeld een gesprekje over interesses.”
“Het is mooi dat je je eigen draai kunt geven aan de lessen. Zo kun je goed aansluiten op de actualiteit. Neem de oorlog in Oekraïne. Vanmorgen heb ik voor de kaart van Europa gestaan en ze de grenzen van de NAVO en Rusland laten zien. Er zijn kinderen die dat volgen, maar ook kinderen die dat niet interessant vinden. Mogelijk komen er straks Oekraïense kinderen in de klas, dus vroeg of laat krijgen ze er toch mee te maken.”

Neeltje: “Het is mooi om te zien hoe kleuters groeien. Er gaat niets boven de puurheid, eerlijkheid en enthousiasme van kinderen. Hadden wij dat ook nog maar als volwassene. Ik vind het mooi om ze te laten ervaren dat ze iets kunnen maken waarvan ze dachten dat ze het niet konden. Het is in het begin pittig om te werken met de kleintjes.
Drie jaar geleden zijn we gestart met het werken in een unit 1-2-3. Daarvoor hadden we 2 groepen 1-2 en een groep 3. Deze verandering was een proces dat met vallen en opstaan ging. Nu zijn we inmiddels zover dat we bezig zijn met de puntjes op de i."
"De belevingswereld van kinderen in groep 1, 2 en 3 is nog heel klein. Oekraïne zegt ze niet zoveel, maar vergis je niet. Ze hebben wel door dat er íets is. Sommigen weten dat er oorlog is, dus we hebben het er in de kring wel kort over gehad. Onze school organiseert ook een sponsorloop voor Oekraïne.”

Is er de afgelopen jaren veel veranderd in jullie vak?

Peter: “De kinderen zijn niet anders. Soms is de concentratie wat minder of de motoriek minder goed ontwikkeld. In het dorp spelen ze gelukkig nog veel buiten. Dus dat valt hier erg mee. Door de bezuinigingen is het onderwijs wel anders geworden. Ook zijn er minder kinderen en minder scholen. Je ziet meer combiklassen en dat is zwaar als je veel leerlingen met een zorgbehoefte hebt. Het is minder klassikaal en meer passend onderwijs geworden.”
“En we hebben met corona ook een hele bijzondere periode achter de rug. In groep 7 en 8 ging het online werken redelijk goed door hun vaardigheden met computers en hun motivatie. Bij de midden- en onderbouw was het een stuk lastiger. Dan kreeg je dingen te horen als ‘Oma weet niet hoe internet werkt’ of ‘De computer is kapot’. De houding van de ouders maakte veel uit.”

Neeltje: “Bij de eerste lockdown kregen we veel vragen van ouders en kinderen. Maar ook van collega’s. We moesten echt even zoeken hoe alles werkte en wat de verwachtingen waren. De lockdowns erna verliep het een stukje makkelijker. Toen wist iedereen beter hoe het thuiswerken in zijn werk zou gaan. De interactie miste ik. Dat stukje werkplezier heb ik gemist.”

Wat verwacht u dat de komende jaren gaat veranderen?

Neeltje: “Een online les is door corona makkelijker geworden. Bijvoorbeeld als een kind na een operatie thuis moet herstellen. Ook denk ik dat er nog meer combigroepen gaan komen, omdat er straks minder leerkrachten zijn. Het aanbod wordt digitaler. Vakinhoudelijk zal het niet veel veranderen, denk ik.”

Peter: “Ik denk dat de vakken meer thematisch aangeboden zullen worden. Biologie en techniek samen bijvoorbeeld. En de ouders worden mondiger. Het is goed dat ze kritisch zijn. Het gaat om hun kind. Maar het wordt moeilijk als ze je professionaliteit in twijfel trekken. Leerkrachten moeten hun werk en aanpak vaker verantwoorden.”

Neeltje: “Oh, dat herken ik! Zelfs bij de onderbouw is dit al aan de orde. Ouders kijken soms anders naar hun kind dan wij. Soms melden ze trots: ‘Mijn kind kan al lezen. Hij kan naar groep 3’. Dat is natuurlijk heel mooi. Maar de ontwikkeling van een kind gaat om zoveel andere dingen! Dus we gaan hem of haar uitdagen om ook andere vaardigheden te ontwikkelen. Dat moet je uitleggen.”

Hoe blijft u gezond aan het werk?

Neeltje: “Tijdens corona is een enorm beroep gedaan op onze flexibiliteit. Zó vaak moesten we dingen omgooien! Ook voor kinderen die thuis moesten blijven of collega’s die ziek werden. Hier op school zijn van de leerkrachten alleen Peter en ik als een van de weinigen niet besmet geraakt. Kijk. Je gaat heel ver voor je leerlingen. En je krijgt heel veel prikkels als je de hele dag kleine kinderen om je heen hebt. Dan heb je ’s avonds behoefte aan volwassen gesprekken, sporten of stilte.”

Peter: “De werkdruk is hoog. Maar persoonlijk kan ik dingen goed relativeren. Er is meer dan mijn werk. Je kunt soms niet meer dan je al doet. Ook al wil je dat. Dat moet je accepteren. Je grenzen aangeven richting je collega’s is ook belangrijk. Vraag om hulp als het niet gaat. Verder helpt het om regelmatig te bewegen en gezond te eten. Mijn uitlaatklep is vooral wandelen en fietsen in de natuur met meestal een verrekijker of fototoestel bij me. Want als je niet oplet, ben je 24x7 met je werk bezig.”

Neeltje: “Ik heb nog geen formule gevonden om minder stress te ervaren. Het werk is nooit klaar. Dat moet ik nog beter gaan leren accepteren.”

Wat gaat u het eerste doen na uw pensioen?

Peter: “Intensief sporten mag ik niet meer. Maar ik ga graag de natuur in. Vogels observeren en fotograferen. Dat zul je mij na mijn pensioen meer zien doen. Verder kijk ik ernaar uit om meer tijd met de kleinkinderen door te brengen en te genieten van de vrijheid van een lege agenda. Er komt vast nog wat op mijn pad aan vrijwilligerswerk of zo. De eerste tijd ga ik even niets inplannen.”

Neeltje: “Ik ben creatief en ga daar dan meer mee doen. Misschien heb ik tegen die tijd ook kleinkinderen. Het lijkt me vooral lekker om te doen waar je zin in hebt en daar alle tijd voor te hebben.”

Heeft u een tip aan collega’s?

Peter: “Kijk elke 2 jaar in de spiegel en vraag jezelf af: ben ik goed bezig? Heb ik het nog naar mijn zin op het werk? Waar heb ik stress over? Moet ik bijscholen? Neem daarin je eigen verantwoording. Je hebt niet overal invloed op, maar je hebt wel keuzes. Ben je daar bewust van en onderneem, als dat nodig is, actie.”

Neeltje: “Zorg dat je plezier hebt in wat je doet. Ik werk nu 5 dagen: als je dan niet van je werk houdt, is dat wel zonde van je tijd. Je blijft een vrolijk mens als je in je werk dingen doet waar je gelukkig van wordt.”