Openbaar vervoer, auto of het vliegtuig? ‘Effe vliegen kan eigenlijk niet meer’

8 ABP-deelnemers over hun duurzame dilemma’s als het om reizen gaat
15 augustus 2022
Maakte u dit jaar de keuze voor een reis met het vliegtuig, pakte u een nachttrein of ging u met de eigen auto naar uw vakantiebestemming? De keuze is voor sommigen best ingewikkeld met het oog op het klimaat. Of zoals een ABP-deelnemer- reageerde: “Effe vliegen kan eigenlijk niet meer.”
We spraken het afgelopen jaar 8 ABP-deelnemers over hun duurzame dilemma’s. Stellingen over onder andere energiezuinig (-er) leven, de keuze tussen vlees of vegetarisch, nieuw of tweedehands spullen en over reizen met de trein, het vliegtuig of de auto. Stefanie, Gerard, Bart, Jan, Joop, Niels, Marije en Falco vertelden hoe ze hier tegenaan kijken. Een korte terugblik op het thema reizen.

Zo min mogelijk vliegen

Jan Morren beet de spits af in de serie duurzame dilemma’s. De voormalige milieuadviseur bij een gemeente en een regionale milieudienst vertelde over zijn bevlogenheid om bomen te sparen, vogels te redden en zijn overwegend duurzame levensstijl. Jan, inmiddels met pensioen, stapt zo min mogelijk in het vliegtuig. Reizen doet hij meestal per trein. Ook al is dat niet altijd mogelijk.
Eerder dit jaar vertrok hij met een boot van Vlissingen naar Spitsbergen. De terugreis maakte hij deels per vliegtuig: van Spitsbergen naar het vasteland van Noorwegen, waar hij vervolgens op de trein stapte.
Ook ABP-deelneemster Marije Slump, beleidsmedewerker circulaire economie bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, probeert weinig te vliegen. Haar afweging is altijd: wat kan ik met de trein … doen? Ze vertelde het jammer te vinden dat reizen met de trein niet overal makkelijk is in Europa en dat de trein vaak duurder is dan vliegen.
“Ik geniet heel erg van reizen met de trein. Laatst heb ik gekeken naar een stedentrip naar Valencia, maar daar doe je met de trein wel 24 uur over. Ik zou zelf die keuze wel maken, maar snap dat anderen het zien als te veel gedoe.”

Af en toe het vliegtuig

Marije geeft toe dat ze er af en toe niet aan ontkomt het vliegtuig te pakken. “Ik vind het leuk om plekken aan de andere kant van de wereld te ontdekken. Vandaar dat ik het lastig vind om het vliegen helemaal te schrappen. Maar ik moet toegeven dat er nog heel veel moois te ontdekken valt in Europa.”
Ook Falco van Brakel, tot voor kort trainee kustlijnzorg bij Rijkswaterstaat, reist graag met de trein. Zeker als het gaat om reisbewegingen in Nederland, maar ook korte afstanden over de grens. Hij vindt het een mooie ontwikkeling dat er steeds meer slaaptreinen komen.
“Dan kan je je tijd goed besteden. Locaties binnen Europa zijn goed te doen als het om reistijd gaat. Jammer dat je voor de trein eigenlijk altijd meer betaalt dan voor het vliegtuig. Ik hoop dat internationale treinreizen goedkoper worden zodat het een aantrekkelijker alternatief wordt voor het vliegtuig of de auto.”
Ook Bart Killestijn, organisatie-analist op HR-gebied bij het ministerie van Defensie, kiest bij voorkeur voor de trein als vervoersmiddel. Zowel voor woon-werkkeer als reizen naar het buitenland. Zijn motivatie is dat het beter is voor het milieu. Maar ook: “Het is schitterend om vanuit Nederland via Duitsland met de trein naar bijvoorbeeld Boedapest te reizen en onderweg te genieten van het uitzicht.”

Reizen met de auto ook nog populair

Oud-docent Joop Sintfiet is vanuit zijn woonplaats zo in Duitsland of Frankrijk, zijn favoriete vakantielanden. De 70’er gebruikt sinds een jaar een deels elektrische auto. Dat is voor zijn gevoel beter dan een oude benzineauto. “Maar volledig op de accu naar Frankrijk red ik helaas niet.”
Verre vliegreizen heeft de oud-docent wel gemaakt. Maar dat is verleden tijd. “Vroeger was de milieuvervuiling door vliegen geen issue. Maar nu besef je dat het vervuilend is en dat de vliegtickets zo goedkoop zijn omdat er veel subsidiegeld achter zit. Dat vind ik niet goed, dus ook om die reden ga ik niet meer zo vaak vliegen.”

Vliegschaamte

Ook Niels Karsten, bestuurskundige en universitair hoofddocent aan Tilburg University, maakte voorheen verre vliegreizen. Hij noemt Zuid-Afrika en Australië. “Vroeger, voordat de kinderen er waren, vlogen mijn vrouw en ik soms de halve wereld over voor een vakantie. Nu heb ik daar toch moeite mee. Vliegschaamte? Wel een beetje ja. Ik vind het niet goed meer te verantwoorden. Op dit moment vieren we onze vakanties, vooral voor de kinderen, heel burgerlijk, in huisjes op vakantieparken.”
Ook Gerard de Koe, coördinator onderhandelingen CAO Rijk bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, vliegt zelfs al jaren niet meer. “Met het vliegtuig ging ik voor het laatst toen ik trouwde, 20 jaar geleden. Nu ga ik bijna altijd binnen Europa op vakantie, met de auto. Er is zoveel te zien dat ik niet de behoefde voel naar een ander continent te vliegen.”

Dat doen we dus niet meer

Stefanie Arndt, ESG & Duurzaamheidsmanager bij Delta Fiber, vertelt dat ze lange tijd 2 keer per jaar heeft gevlogen voor vakanties. Maar dat ze vorig jaar met haar gezin met de auto naar Italië is gegaan en dat dit prima bevallen is. De CO2-uitstoot van vliegen noemt ze heel hoog. “Ik houd tegenwoordig bij hoeveel CO2 wij als gezin produceren. Vorig jaar werd ik pijnlijk geconfronteerd met de impact van vliegen. Trots berekende ik hoeveel CO2 we met onze nieuwe zonnepanelen bespaarden. We vlogen in diezelfde tijd een weekje naar Mallorca met zijn drieën. En WEG was de jaarlijkse besparing weer… Dat doen we dus niet meer.”