Pensioenakkoord een van de meest complexe onderhandelingen van Gert-Jan Buitendijk

3 mei 2021

Hoewel hij inmiddels een nieuwe functie heeft, als secretaris-generaal bij het ministerie van Algemene Zaken, volgt Gert-Jan Buitendijk de ontwikkelingen rond het nieuwe pensioencontract nog wel. Hij was betrokken bij de onderhandelingen over het pensioenakkoord vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werk, naast minister Koolmees. ‘Na het laatste akkoord in 2020 volgt nog een spannende staart.’

Als directeur-generaal Werk op het ministerie van SZW had Gert-Jan Buitendijk een belangrijke rol, als hoofdonderhandelaar in het proces om te komen tot een nieuw pensioenakkoord. ‘Het besef was er al langer dat er een modernisering moest komen van het huidige pensioenstelsel. In het regeerakkoord van najaar 2017 hadden politieke partijen de richting geschetst die snel zou moeten leiden tot een nieuw pensioenakkoord. Maar uiteindelijk kwam er in 2019 pas een pensioenakkoord, en in juni 2020 volgde een akkoord over de uitvoering.’

Grote belangen

Een langdurig proces dus, en dat is volgens Gert-Jan niet zo vreemd. ‘Er spelen zulke grote belangen. Het gaat om geld van deelnemers waar zij op kunnen terugvallen. Dat gaat over ouderen maar ook over jongeren, want het is hun financiële zekerheid voor later. Daarnaast zijn er de belangen van werkgevers. Die zijn gebaat bij een stabiele premie en een goed en waardevast pensioen voor hun medewerkers. Voor pensioenfondsen is het cruciaal dat er een goede en goed uitvoerbare regeling komt. En dit alles in de politieke context waarin ook de discussie over de AOW een wezenlijke rol speelt.’

Pieken en dalen

Hij vervolgt: ‘De grootste uitdaging was om de doelstelling die we voor ogen hadden te bereiken, en tegelijkertijd recht te doen aan al die verschillende belangen. Als we aan verschillende knoppen draaien, heeft dat voor elke belanghebbende partij weer een ander effect. Dat vraagt om zorgvuldige afweging. Toen de onderhandelingen met werkgevers en werknemers strandden, is het ons als onderhandelaars uiteindelijk toch gelukt om het proces weer vlot te trekken. Dat was een proces van pieken en dalen. Ik vond het zelf mooi om te zien dat we gezamenlijk steeds weer het goede spoor wisten te pakken. Ik had ervaring met akkoorden sluiten, maar dit was zonder twijfel een van mijn meest complexe dossiers ooit.’

Onder de indruk

In het proces is veelvuldig gebruikgemaakt van de kennis van wetenschap en pensioenfondsen. ‘Koepels zoals de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben met hun expertise een belangrijke inhoudelijke bijdrage geleverd. Ook pensioenfondsen speelden een rol, op 2 manieren. Ten eerste was hun technische ondersteuning, zeg maar de rekenkracht, onmisbaar om ons een goede voorstelling te kunnen maken van de vertaling van beleid naar de praktijk. Daarnaast waren de fondsen voor ons een belangrijk klankbord. Omdat zij zelf ook belanghebbende waren in het proces, hebben we bewust steeds met andere fondsen overlegd. De kennis van zaken van een pensioenfonds zoals ABP en de kennis over deelnemers zijn van grote waarde gebleken. Ik kende deze wereld nog niet zo goed – ik werkte nog niet zo lang bij SZW – maar ik was daar serieus van onder de indruk.’

Het werk begint pas

‘Ik denk dat het goed gelukt is om in de complexe mix voor elke partij iets in het akkoord te leggen. Het doel is dat we uiteindelijk komen tot een meer persoonlijk pensioen dat transparanter is en beter navolgbaar voor deelnemers. In de techniek gaat het pensioen straks meer mee-ademen met de economische ontwikkelingen.’ 

Maar zo ver zijn we nog niet: het krijgt nog een spannende staart, aldus Gert-Jan. ‘Het werk begint pas. Via wetgeving moet de overheid nu, wat mij betreft zo snel mogelijk, de wettelijke kaders stellen voor het nieuwe pensioencontract en de overgang daarnaartoe. SZW werkt daar hard aan; voor afgelopen Kerst is een conceptwetsvoorstel hiervoor in consultatie gegaan. Maar het is ook een belangrijke verantwoordelijkheid van sociale partners om binnen die kaders keuzes te maken. Pensioenfondsen moeten daar duidelijk over communiceren en ervoor zorgen dat deelnemers op een goede manier kunnen overgaan. Het komt echt aan op bestuurskracht.’

Samen de schouders eronder

Dat is de bouwopgave voor de komende jaren. ‘Samen het nieuwe stelsel echt vormgeven, betekent samen de schouders eronder zetten. Deelnemers, werkgevers, de besturen van pensioenfondsen en de overheid. Ik wens alle partijen toe dat ze elkaar stevig vasthouden tijdens deze ongetwijfeld nog hobbelige rit. Maar de stip op de horizon moeten we voor ogen houden. Dat is ook het uitgangspunt geweest van onze onderhandelingen: een robuust pensioenstelsel waarmee Nederland weer tientallen jaren vooruit kan.’

Deel deze pagina

Hulp nodig?