Van loon naar prijsinflatie: uitleg effecten overeenkomst ambtenaren

Het Kabinet en drie van de vier vakcentrales hebben 10 juli een onderhandelaarsovereenkomst gesloten over de pensioenregeling en de loonruimte voor ambtenaren en onderwijs. Hierin is afgesproken dat de ABP-pensioenen voortaan worden geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling en niet meer op basis van de loonontwikkeling. De effecten van deze afspraak voor de pensioenen heeft ABP nu doorgerekend: wat merken deelnemers en gepensioneerden hier straks van? Of deze berekende effecten ook echt zullen uitkomen, is onzeker. Dat is afhankelijk van hoe groot straks het werkelijke verschil is tussen de loon- en prijsontwikkeling.

Lagere premie en meer loon

Volgens de wet mag een (kostendekkende) premie voor een pensioenregeling op basis van prijsindexatie lager zijn dan voor een regeling op basis van loonindexatie. Voor de ABP-regeling betekent de overstap van loon- naar prijsindexatie daarom dat de kostendekkende premie lager uitvalt. Met andere woorden: deelnemers (en werkgevers) bij ABP gaan door de afspraken straks minder premie betalen.
De verlaging van de premie vormt een deel van de loonruimte die is afgesproken in de overeenkomst. Sociale partners bekijken per sector tot welke loonsverhoging dat kan leiden. Bij een loonsverhoging gaan werknemers straks over meer salaris pensioen opbouwen. Deelnemers bij ABP gaan dus minder pensioenpremie betalen en over een wat hoger salaris pensioen opbouwen. Wat zijn de gevolgen van deze afspraken nu voor de pensioenen?

Effecten op basis van wettelijke rekenregels

De effecten van deze maatregelen samen heeft ABP doorgerekend op basis van wettelijke rekenregels. Hieruit volgt hoe we uw pensioenuitkering naar de toekomst toe moeten berekenen. In deze regels wordt voor prijsindexatie uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 2,0% en voor loonindexatie van 2,5%, een verschil van 0,5%. Uit de berekening blijkt dat de effecten van de overgang naar prijsindexatie én een hoger loon het meest zichtbaar zijn voor jongeren. Zij moeten immers hun pensioen nog voor een groot deel opbouwen. Volgens de rekenregels leiden de maatregelen voor een 25-jarige deelnemer van nu tot een pensioenuitkering straks die ongeveer 11 tot 14% lager ligt dan een pensioenuitkering onder de huidige regeling. Die bandbreedte wordt bepaald door hoeveel loonsverhoging iemand krijgt.
Het effect van de maatregelen wordt kleiner naarmate een deelnemer ouder is. Voor een 55-jarige is het effect nog ongeveer 5 tot 6%. Gepensioneerden bouwen geen pensioen meer op. Zij hebben dus alleen te maken met een andere manier van indexeren. Een 75-jarige ontvangt volgens de berekeningen ongeveer 1% minder dan in de huidige regeling.

Werkelijke gevolgen moeilijk te voorspellen

Of deze berekende effecten ook echt zullen uitkomen, is lastig te voorspellen. Met de wettelijke rekenregels schatten we bepaalde effecten in. We weten echter niet hoe de lonen en prijzen zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Er waren jaren dat de prijsindexatie hoger lag dan de looninflatie. Als we een berekening maken waarbij het verschil tussen loon- en prijsindexatie een kwart procent is, krijgt een 25-jarige zo’n 7% minder en een 55-jarige 4%. Voor een gepensioneerde wordt het verschil dan minder dan 1%.
Welke effecten het onderhandelaarsakkoord uiteindelijk heeft, is dus afhankelijk van de loon- en prijsontwikkeling in de toekomst. Eén ding is wel zeker: in het verleden opgebouwd pensioen verandert niet door de nieuwe afspraken. Wel wordt er in de toekomst anders geïndexeerd.

Rol van ABP

De berekeningen liggen nu voor in de Pensioenkamer. Hierin zitten vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers die bepalen hoe de afspraken uit de onderhandelaarsovereenkomst precies worden vertaald in de pensioenregeling van ABP. De Pensioenkamer beslist daar binnenkort over. Naar verwachting zullen de wijzigingen dan ingaan per 1 januari 2016.
ABP is hierbij geen onderhandelingspartij, maar betrokken als expert. Zo rekenen we bijvoorbeeld door wat de afspraken betekenen voor deelnemers van ABP. Het ABP bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling en het bepalen van de definitieve kostendekkende premie. Ook beoordeelt het bestuur of de wijzigingen wel evenwichtig zijn: wordt de ene groep niet benadeeld of bevoordeeld ten opzichte van de andere.

26-08-2015