Een uitstapje naar de toekomst

Blog Harmen
23 juni 2022
Soms heb ik het gevoel dat ik in twee verschillende werelden leef. De eerste is de wereld van het bestuur, de politiek, de sociale partners. Mijn dagelijkse baan, zeg maar. De wereld van wetten, van overleg, van lobby en algemene maatregelen van bestuur. Van rekenrente en dekkingsgraden. Een wereld vol abstracte begrippen die niettemin een enorme impact hebben op het dagelijks leven van de mensen voor wie al regels, al dat overleg en het voorzichtige gemanoeuvreer bedoeld is. De wereld van onze deelnemers, inderdaad.
Die twee werelden van wetten en beleidskaders en van de mensen om wie het gaat, bewegen nogal eens langs elkaar. Het schuurt, het botst, het kraakt hier en daar. Er is onbegrip, wantrouwen misschien. Omdat wetten en regels tijd nodig hebben om tot stand te komen. En omdat ze niet over individuen gaat, maar over het collectief. Het is een belangrijk deel van mijn werk om die werelden bijeen te brengen. Om zo goed mogelijk uit te leggen wat we doen, waarom we het doen en hoe we dat doen. En dat is soms best een uitdaging.
Bij ABP –en niet alleen bij ABP– zijn we opgetogen over het feit dat we de pensioenen dit jaar kunnen verhogen. Wat hier gebeurt, is namelijk best bijzonder. Je zou het kunnen vergelijken met een soort tijdreizen. Een uitstapje naar de toekomst, waardoor we de deelnemers nu, in 2022, al kunnen laten proeven van de vruchten die we eigenlijk pas over vier jaar kunnen plukken. Vanaf de eerste januari van 2026 om precies te zijn. Want dan gaan we over naar het nieuwe stelsel. En in dat nieuwe stelsel gelden andere, soepeler regels. De verhoging die we dit jaar aan onze deelnemers zullen uitkeren is een direct gevolg van het feit dat de wetgever met een wat mildere blik - met de blik van de toekomst – naar de huidige afspraken heeft gekeken. De dekkingsgraad is verlaagd van de vereiste 110 naar een soepeler 105. Dat betekent dat wij minder geld in kas hoeven te houden. Geld dat we kunnen inzetten om te verhogen. Wat we dan ook meteen doen.
Op 23 juni is het besluit genomen. Binnen één tot enkele weken krijgen onze deelnemers 2,39 procent netto meer uitgekeerd. En tegelijkertijd ontvangen alle gepensioneerden over de voorbije maanden januari tot en met juni een nabetaling van 1,2 procent. Dat mag vanzelfsprekend lijken, maar om dat voor elkaar te krijgen moest er in korte tijd heel veel werk verzet worden. We hebben gestrechted to the max. Het maximale eruit gesleept voor de deelnemer. Dus ja, bescheiden loftrompet, hoera. Onder normale omstandigheden zouden we blij zijn zonder reserve. Trots zelfs. Maar de omstandigheden zijn niet normaal. Als de inflatie door het dak gaat op het moment dat je de pensioenen met een dikke twee procent verhoogt, dan begrijp ik wel dat niet overal de vlag uitgaat. Zeker niet als je in ogenschouw neemt dat ABP de pensioenen al twaalf jaar niet meer heeft verhoogd.
We kunnen dat allemaal heel goed uitleggen. We kunnen uitleggen dat we voor de indexatie volgens de regels moeten kijken naar het voorbije jaar. Naar de periode september 2020-2021. Toen de inflatie veel minder hoog was dan nu. Ik kan uitleggen dat het feit dat we de afgelopen 12 jaar niet konden indexeren, precies de reden is waarom we overgaan naar een nieuw stelsel. Los van het feit dat ABP natuurlijk op geen enkele manier invloed heeft op de hoogte van de inflatiecijfers. Maar hoe goed en solide onze redenen ook zijn, hoe hard wij ook ons best doen: je koopt er nog steeds geen volle tas boodschappen van. Laat staan een volle tank. En precies dat bedoel ik: hier schuurt en wringt de bestuurlijke werkelijkheid met het leven van alledag. Toch ben ik optimistisch en blij met het resultaat. Het is een voorproefje, een eerste stap op weg naar iets dat komen gaat in het nieuwe pensioenstelsel. Hier is iets moois in gang gezet. De toekomst is naar het heden gehaald. En dat is zonder meer de grootste winst.

Harmen van Wijnen Voorzitter uitvoerend bestuur ABP.
Als voorzitter van het uitvoerend bestuur van ABP schrijft Harmen regelmatig over alles wat speelt in de pensioensector.